ster

Vereniging Orde der Verdraagzamen

een esoterisch – magische bibliotheek

Vraag van de maand

Vraag: 

Ik las in een verslag, dat kennis vergaat. Kunt u dit nader toelichten?

Antwoord: 

Met enige voorbeelden is dit wel mogelijk.

Enkele eeuwen geleden wist men, dat de wereld zo plat was als een pannenkoek. Zij dreef in de wereldruimte, overstelpt door hemelen, terwijl onder de aarde Tantalus, de hel, zich zou bevinden, of een oer-oceaan vol vreemde monsters. Dit gold als kennis. Nu lacht een ieder om dergelijke stellingen en acht men de argumenten, die vroeger in alle ernst door geleerden hiervoor werden aangehaald, bespottelijk.

Deze kennis is dus wel zeer snel vergaan. Kennis is een vorm van weten, die niet uit het innerlijke Ik voortkomt, maar gebaseerd is op ervaringen in de tijd, ervaringen in de ruimte, daarbij gebonden, door de menselijke rationalisatie van het onbegrepene en de beperkingen van de mens en de menselijke wereld.

Elke wijziging in condities houdt een wijziging van aanvaardbare kennis in. Het niet meer aanvaardbare wordt ofwel niet meer als kennis gezien, dan wel vergeten. Bij de mens speelt dit vergeten vooral ook in de persoonlijkheidsvorming en ontwikkeling een grote rol. Opvallend is daarbij, dat de doorsnee mens slechts in staat is de kennis werkelijk te verwerven, waarmede hij zelf harmonisch is. De kennis dient dus voor de mens aanvaardbaar te zijn.

De mens kan zichzelf wel dwingen om kennis te vergaren, die in wezen niet tot hem spreekt. Maar dan blijkt hij niet tot een werkelijk begrip te komen. De kennis bestaat dan uit het onthouden van een aantal gegevens of feiten - een zuivere geheugenfunctie - terwijl de samenhangen, zo dezen al begrepen werden, al snel verloren gaan.

Wanneer nu een mens op aarde innerlijk evolueert, zal daardoor een groot deel van de kennis die hij bezit, onbelangrijk worden. Feiten en mogelijkheden, die eens van het allerhoogste belang bleken te zijn en zijn denken voortdurend bezig wisten te houden, zijn bekwaamheden én handelingen bepaalden, worden langzaamaan vergeten. In de plaats van alles, wat vergeten wordt, komen nieuwe voorstellingen van het Ik, wereld en kosmos, welke weer tot nieuwe vaardigheden kunnen voeren.

Kortom, er ontstaat een nieuwe kennis, waarin alleen de meest essentiële waarden van het oude nog blijven voortbestaan.

Uit de kennis, die dus steeds in betekenis en waarden kan veranderen, ontstaat op den duur het innerlijke weten. Het innerlijk weten echter is niet meer een erkennen van veranderlijke condities en omstandigheden, doch een innerlijk constateren van de kracht, die de basis van alle veranderlijke verschijnselen is: de eeuwige en onveranderlijke werkelijkheid Gods.

Dit laatste is niet alleen maar een mooi en vaag woord, maar de aanduiding van een grotere werkelijkheid, waarin de tijd niet meer noodzakelijk is om processen te omschrijven en niet meer behoefte te worden gezien als een progressie of een verandering, maar ten hoogste als een afmeting kan worden beschouwd.

Daarom meen ik, dat men terecht kan stellen, dat alle menselijke kennis en zelfs alle geestelijke kennis, zover deze is gebonden aan een tijdsbegrip, of zelfs maar door middel daarvan werd vergaard, teniet zal gaan, zal sterven of vervallen, naarmate de mens innerlijk rijper wordt.

Een vriend van mij drukte dit eens als volgt uit: Wanneer het geestelijk bewustzijn groter wordt, worden de zeefgaten der herinnering groter en zal meer onbelangrijks wegvallen. Hierdoor is er voldoende plaats om de werkelijk belangrijke krachten en feiten des levens binnen eigen bewustzijn te verwerken en te bevatten.


Uit de lezing: 26 oktober 1962 - 'Stem van Gene Zijde' - "Vragenrubriek"