2. Mystiek, magie en spiritualiteit
De kosmos - Getallenmystiek
Datum:
28-06-1957
Soort:
lezing
Reeks:
3. Stem van Gene Zijde > Stem van Gene Zijde III > Stem van Gene Zijde 1956-1957
Bestand:
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
DE KOSMOS GETALLENMYSTIEK
28 juni 1957 Goedenavond vrienden, Aan het begin van deze bijeenkomst moet ik u erop wijzen dat wij, sprekers van deze Orde, helaas niet alwetend of onfeilbaar zijn. Toch doen wij ons best om alles zo juist mogelijk te zeggen. Als u nu zelfstandig blijft nadenken en een klein beetje kritisch denken blijft, dan kunt u ons misschien nog wijzen op de fouten, die wij nog zouden maken.
DE KOSMOS
Er is ontzettend veel gedacht over de kosmos, over de grote wereld. Nu zou ik daarover een paar gedachten willen brengen. Niet technisch of zwaar, maar toch een paar gedachten. Wanneer u op een zonnige dag (een heldere nacht; Red.) naar boven kijkt, ziet u een oneindigheid van sterren; met een kijker zie je er nog veel en veel meer, tot het lijkt, of een deken vol met zilveren lovertjes ergens rond de aarde is geknoopt. Dan vraag je je wel eens af, waarom dit alles? Wat betekent het? Ik kan mij zo voorstellen, dat die vraag moeilijk beantwoord wordt. Je weet uiteindelijk niet eens precies, wat er is. Zeker, de astrologen hebben het u verteld, dat het zonnen zijn. Zij vertellen u zelfs, welke elementen er voorkomen. Dat zegt u zo weinig, het is zo ver weg. Daarom zou ik dan van mijn kant dat alles willen bekijken in die kosmos. Ik zie niet, zoals u, een wereld vol met allerhand zilveren sterretjes. Dan zie ik geen dansende en trillende planeten, dan zie ik zelfs niet een fluwelen diepte, waar ergens ver, achter de laatste sterren de oneindigheid als een soort vraagteken op een sterrennevel staan. Dan zie ik een besloten ruimte, vol met kracht. Wij spreken erover als Licht of lichtende Kracht. Zo ziet u het niet. Licht op een wijze die stoffelijk haast niet te vertellen is, met duizenden en duizenden verschillende schakeringen en daarin stemmen. Als mens hoor je dat zo gauw niet. Maar wanneer je overgaat, dan word je dat steeds duidelijker. Al die sterren, al die werelden, al die sterrennevels hebben allemaal een stem. U denkt misschien: wat wordt het dan een roezemoezig gepraat? Neen. Wij kennen allemaal de melodie van de sferen, daar hebben wij al zoveel over gehoord. Over de harmonie van de oneindigheid. Welnu, al die klanken samen doen denken aan één majestueus muziekstuk. Het is een harmonie, waarin zelfs de dissonanten een vaste betekenis hebben en op sommige momenten horen wij een zuivere tegenmelodie, die - een ogenblik de eerste overwinnende, de eigenlijke motieven overwinnende - toch weer terugtrekt en met een boeiende kracht a.h.w. onderstreept de leidende gedachte van het kosmisch bestel. Als je die ruimte zo beleeft, dan krijgt zij zin voor je, omdat zij a.h.w. een persoonlijkheid is, of misschien een kunstwerk. Dan denk je na en je vraagt je je af, wat is eigenlijk mijn wereld? Hoe kan ik, temidden van dit grote geheel bestaan en leven en toch nog betekenis hebben? Dan denk je na en je zoekt diep in je zelf, of er niet ergens een verborgen waarheid ligt, waardoor je toch de sleutel kunt vinden tot dit kunstwerk, waardoor je het kunt begrijpen en niet alleen maar ondergaan. De gedachten, die dan komen, zullen bij iedereen wel verschillend zijn. Maar ook bij ons denk je. En wanneer wij dan zo die gedachten uitwisselen, dan krijg je toch wel een paar denkbeelden die vanuit onze kant bepalend zijn. De kosmos is eigenlijk een verzameling van allerhand werelden. In één groot geheel. Het is een mozaïek, wonderlijk en kunstzinnig tezamengevoegd, maar gelijktijdig is elk deeltje van dat mozaïk een wereld op zichzelf. Wij kunnen niet zeggen, dat hier de ene wereld begint en dat daar de andere ophoudt. Want dezelfde tint, die hier voorkomt, zien wij, na vele andere reeksen van schakeringen, plotseling precies gelijk dáár weer voorkomen. Het lijkt, of dat de werelden, zoals uw wereld bv., vele malen voorkomt. Niet op de zelfde plaats, mogelijk in tijd en ruimte geheel verschillend en toch gelijk. Dan denk je: de Schepper, de vreemde Kracht, die dat kunstwerk 1
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
heeft geschapen, die heeft in het begin toch wel neergelegd hierin Zijn eigen denkwijze en zienswijze. Dat moet ik toch wel accepteren, anders heeft het geen zin. En Hij heeft op veel plaatsen gelijke mogelijkheden en gelijke werelden geschapen. Dat is belangrijk. Gelijke mogelijkheden en gelijke werelden, overal. Niet zo maar eens eventjes: hier hebben wij nu een wereldje, dat is eenmalig geschapen, dat komt nooit meer terug. Verdwijnt het in de tijd? Neen. Hier een wereld, die daar weer oprijst. Hier een toestand, die daar weer volkomen gelijk herhaald wordt. Soms doet het mij denken aan een slagwerk of een pauk, die achter een grote melodie, voortdurend scanderend aangeeft de maat. En dan denk je zo: dat grote Al, waarin wij leven, kent melodieën, schoner dan wij ze ooit zouden kunnen uitzingen en zullen kunnen geven. Wij kunnen ze aanhoren, maar onze taak is een andere. Wij zijn a.h.w. het ritme van het leven, het bewustzijn van de mensen betekent in de kosmos onderstreping van de maat, de indeling. De melodie zingt ze niet. Als je dat de eerste keer voor jezelf hebt vastgesteld, dan krijg je van binnen een beetje een treurig gevoel. Dan zeg je, waarom kan ik dan niet zingen met de engelen? Waarom is het mij dan niet gegeven om in die wonderbare melodieën mee te klinken en met alleen maar met een doffe paukenslag a.h.w. telken male de melodie af te kappen en een nieuw begin aan te geven? Vergeet één ding niet: zelfs in de aardse muziek krijgen wij - muzikaal gezien - een apotheose. Dan groeit de melodie uit alle instrumenten, alle varianten klinken naar elkaar toe, omranken elkaar en worden één machtig eindaccoord. Maar het eindakkoord zou niet volmaakt zijn, als dan niet plotseling de dreun van de pauken als een zwellend onweer nadruk zou geven. Dit is de voltooiing. Dan krijg je weer een beetje moed in het leven. Dan begin je ook te begrijpen, waarom je steeds weer met herhalingen in je leven wordt geconfronteerd. Een mens meent vaak, dat hij iets maar één keer kan doen. Dat is niet waar. Hij herhaalt steeds weer dezelfde oude dingen, op een andere manier misschien, in andere verhoudingen en samenhang, zoals de pauk niet steeds dezelfde instrumenten onderstreept, zoals zij niet steeds in hetzelfde akkoord meeklinkt, maar wel regelmatig zichzelf zijnde, terugkeert, slag na slag. Het leven herhaalt zich steeds. De kosmos is een kunstwerk, waarin de herhaling noodzakelijk was. Ik weet, dat sommige wetenschappelijk geschoolde mensen wel eens geglimlacht hebben, wanneer er gesproken werd over werelden, die waren, voordat deze begon, en over die mensheid, die op die andere werelden heeft geleefd. Zij glimlachen, wanneer wij spreken over een Atlantis en een beschaving, die veel aan de uwe doet denken in menig opzicht. Maar zij begrijpen het niet. Zij begrijpen niet, hoe de herhaling blijft. De kosmos is voor ons het wonderbare werk, waarin wij zelf voortdurend alleen de nadruk geven. Bewustzijn is de nadrukkelijke onderstreping van hetgeen God uit Zichzelf geeft. Ik weet niet, of u die gedachte interessant vindt. Ik had misschien schokkender dingen kunnen zeggen. Maar wanneer u zich de moeite nu eens getroost om het eens practisch na te gaan. Wanneer u nu eens werkelijk met ons samen wilt denken erover, dan geloof ik, dat u de betekenis toch zult zien. Zegt men niet, dat het mensenleven in cycli van zeven jaar verloopt? Laat men u niet zien, hoe steeds weer dezelfde invloeden terugkeren? Zoals de volle maan. Vertelt men u niet steeds weer, hoe met vaststelbare tussenpozen in de geschiedenis gelijksoortige verschijnselen op aarde zich kenbaar maakten? Ritmiek is er niet voor niets. En dat ritme kan niet alleen ritme zijn van deze wereld of van deze mensheid. Het moet een deel zijn van de kosmos. En wanneer het zo in het grote geheel is, dan moet het in uw eigen leven precies hetzelfde zijn. Uw bewustzijn ondergaat voortdurend een zekere schok. Soms vind je een geloof, soms vind je nieuwe gedachten, een andere keer veranderen je stoffelijke omstandigheden. Maar die schok in je leven blijft. Elke keer wordt je er weer mee geconfronteerd. Dan sta je er tegenover. Dan vraag je je af, hoe komt dat nu, dat juist nu mij dit gebeurt? De één voelt zich geroepen om priester te worden, de ander doet een ontdekking, die een hele beschaving kan vernietigen, of verbeteren. Ieder heeft zo zijn eigen grote momenten. Als hij terugdenkt, dan zal hij zien, dat die momenten steeds in het leven zijn geweest, vaste tijden, met vaste pauzen. Bij u en bij iedereen. Trek daar nu eens een conclusie uit, vrienden. Zoals in de kosmos de ritmen, die uit bewustzijn geboren worden, elke keer weer de nadruk leggen op de voltooiing van een bepaald deel van de scheppende arbeid. Zoals in het kosmisch mozaïek een bepaalde kleur een voortdurende onderstreping is van het spel van de edelere en schonere kleuren. Zo is in uw leven een bepaalde invloed te vinden, die telkenmale weer op de voorgrond komt. Bij de één heet het ziekte, bij de ander zorg. Bij de derde vreugde, bij de vierde zelfvergetelheid. Maar het is er, vrienden. Het is er en het blijft er. Je ontkomt er niet aan. Ieder van u heeft een bepaalde tendens 2
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
in zijn leven. Eén bepaald ritme, dat voortdurend dezelfde invloed in het leven weer op de voorgrond stelt. Een ritme waarvan u zich niet kan bevrijden. Een ritme, dat u geestelijk uit uw wezen niet kunt bannen. Een ritme, waar uw bewustzijn zich boven kan verheffen, dat geef ik gaarne toe, maar toch steeds een terugkerend verschijnsel. Denk dan eens verder na. Probeer nu de consequenties van wat ik hier zeg eens eventjes goed te doordenken. Als u terugdenkt in het verleden, dan ziet u, hoe bepaalde invloeden steeds weer van het begin af aan in uw leven doorgewerkt hebben. Die invloeden gaan verder, of u wilt of niet, die invloeden komen weer naar voren en weer en weer. En u kunt die invloed kennen.Het werk van de kosmos, de kosmische kracht, die weerspiegelt in uw wezen, is kenbaar voor u. Nu spreek ik helemaal niet over astrologie of zoiets. Ik spreek over datgene, wat u van binnen draagt, uw eigen hart, uw eigen wezen. De consequentie hiervan is dat, - wanneer u goed nadenkt, wanneer u voor uzelf weet uit te vinden, welke invloed periodiek in uw leven terugkeert, wat steeds weer de aanstoot is geweest voor een nieuwe fase van beleving en van ontwikkeling, - dan weet u ook, wanneer de volgende ontwikkeling plaats zal vinden. Dan weet u ook, wanneer de volgende mogelijkheden zich openbaren. Dan weet u, dat die mogelijkheid bewust en gericht gebruikt kan worden. Voorbeeld, als je aan een grote autoweg staat, dan staan er nog wel eens van die mensen zo te wenken, dat zij mee willen rijden. Stel je nu eens voor, dat je daar zult staan. Je hebt een reisdoel. Ieder mens heeft zijn ideaal, zijn denkbeelden en zijn verlangens. Nu kun je natuurlijk zo langs die weg blijven staan, misschien wel uren. Maar die wagen, die zoëven iemand al mee wilde nemen, is al weg. De volgende komt pas na een lange tijd. Wat zou het dan gemakkelijk zijn, als je dan op je gemak langs die weg kon gaan zitten, of desnoods die tijd zou kunnen gebruiken voor andere minder belangrijke dingen. Dat kunt u bereiken in je eigen leven, want de regelmaat is zo groot, dat u dat waarschijnlijk op ongeveer anderhalve maand verschil vast kunt stellen. Meer variatie zit er in die periode niet. U kunt dus voorbereiden. Dan komt er een ogenblik, dat ik voor beslissingen kom te staan. Dan komt er een ogenblik, dat ik voor mijzelf met nieuwe krachten in beroering gekomen, voor mijzelf een keuze zal moeten doen, dat ik een nieuwe weg in zal moeten slaan. Als u klaar bent en u weet, wat u wilt, dan maakt u niet willekeurig van de gelegenheid gebruik, maar u kiest wel degelijk uw eigen weg in elke beïnvloeding van buitenaf. Wat dat nog met de kosmos te maken heeft? Meer dan u denkt, veel meer. Mijn vrienden, het bewustzijn, heb ik gezegd, is a.h.w. de pauk, die het ritme weergeeft van de melodie van de Schepping. Maar wanneer wij nu in staat zijn, ook al kunnen wij dan geen ander instrument hanteren, wanneer wij in staat zijn reeds de melodievoering van andere instrumenten te begrijpen; wanneer wij ons meester kunnen maken a.h.w. van deze andere invloeden, ze mee verwerken, dan staan wij plotseling in het bewuste scheppingswerk. Bewust scheppen. Wij scheppen mee, of wij willen of niet. Wij zijn deel van de Schepping en gelijktijdig zijn wij gedwongen de Schepping te vervullen. Hoe wij dat doen? Wij hebben enige keuze, maar dat wij het moeten doen, is zeker. Juist omdat wij het moeten doen, is het verstandiger te begrijpen, waar dit alles heenvoert. Dan kun je weer over de kosmos gaan denken. Dan zeg je niet meer, "vanuit mijn standpunt, het hele Al is vol met sterren of met een melodie"; dan ga ik zeggen: "ik zie op een gegeven moment een soort opbouw, een soort bouwwerk, een structuur die volkomen aan mathematische wetten beantwoordt. Een symfonie, zo sterk aan structuur onderhevig als een fuga. Ik weet, dat ik daarin een bepaalde werking heb. Ik weet, dat ik in zekere zin de gelijke ben van al die hoge geesten, van al die sterren, wanneer ik maar bewust mijn invloed op het juiste ogenblik kan laten gelden, uit vrije wil, bewust en zelfstandig." Bereik je dat, dan heb je dus bewust deel in het geheel. Maar kan men zeggen, dat een paukenist geen musicus is? Kan men zeggen, dat hij niet weet, wat muziek is? Ik geloof, dat ieder van u toe zal geven, dat, al wordt dit instrument niet zo vaak gebruikt, dat hij aan de voltooiing van het geheel mee kan werken, of door een aarzeling, of door een ogenblik te vroeg, als is het maar l/l6 maat te vroeg te slaan, plotseling iets van de broze ijlheid van het melodische kunstwerk kan breken. Zo zijn wij. Een goed dirigent stelt het op prijs, als er ook achter, waar het ritme onderstreept wordt in de zware tonen, perfect wordt gemusiceerd. Als hij merkt, dat die wil aanwezig is, dan zal hij alles doen om je bewust deel te maken van het geheel, Dan, vrienden, verandert het hele beeld voor ons van die kosmos. Ik heb u wel gezegd technisch is dit niet, maar practisch is het wel. Het is werkelijk, het is logisch. Dan kun je daar, door je intense deelname als gelijke met de sterren beleven, - niet alleen je kleine wereld, niet dat 3
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
beperkte leven met al zijn onrust en het plotseling opvlammen van een klein beetje levensvreugde, - dan kun je grote krachten méé beleven. Dan zeg je niet, dat is onmogelijk, dat is voor mensen niet te bereiken... Een mens moet zijn leven beleven, zoals de paukenist zijn pauken moet slaan. Hij kan niet zeggen: laat mij die altviool partij spelen! Daartoe is hij niet bekwaam. Je kunt bewust deel zijn van het geheel. En daarin word je ook opgenomen door dat geheel en verheven tot de hoogte, niet van dat van de deelhebbers, maar van het geschapene. Vraagt u het maar eens aan een goed musicus, als hij speelt, aan een goede dirigent. En de tonen worden zo ijl en doorzichtig en toch met voldoende nadruk vervlochten als de tempi op elkaar volgen, zoals de componist ze heeft geconstrueerd, als dat alles tintelt en bruist, zelfs wanneer de traagheid alles overmeestert. Dan is zo'n mens zichzelf een ogenblik kwijt. Dan is hij geen beroepsmuzikant meer, dan is hij als mens boven zichzelf uit verheven, heeft geleefd in een wereld, die verder gaat, dan een concertpodium, of wat anders. Wij hebben een goede dirigent: God. Het is het machtigste orkest, wat er bestaat. Kosmos, zingende zonnen, melodisch weerklinkende planeten, sterrennevels als een orgel op de achtergrond, daarbij ons geestelijk streven en bewustzijn. Als wij deel kunnen zijn van het geheel, dan kunnen wij onze Schepper begrijpen. Dan kunnen wij onze kracht en ons begrip daaruit putten. Dan zijn wij kosmisch bewuste mensen. Nu weet ik, dat er met kosmisch bewustzijn heel veel wordt geschermd. Het wordt heel weinig bereikt. Het ware kosmische bewustzijn is jezelf verliezen in de kosmos en toch jezelf blijven. Kosmisch bewustzijn is niet een wetenschap, begrip. Het is ook geen bekwaamheid of techniek. Kosmisch is a.h.w. de Schepping voelen als een volkomen deel van jezelf en zelf volkomen opgaan in de Schepping, En als je dan weer opkijkt als mens, je zag de sterren, dan droomde je van dingen, die ver weg waren. Maar als je zo geleefd hebt dat je het kosmisch bewustzijn hebt, dan kijk je omhoog. Dan kun je lachen tegen een zon en zeggen: broeder, onze melodie klinkt goed... Dan kun je lachen tegen een maan en zeggen: zuster, hoe wonderlijk klinken onze stemmen tesamen... Dan ruist er een boom, je spreekt met die boom en je begrijpt elkaar. Je bent van het grote geheel. Eén met alle dingen en zelfs dat is niet genoeg. Ik zei u reeds, je kunt je de kosmos voortellen als een mozaïek, waarin één kleur steeds weer onderstrepend voorkomt .Wanneer je dan elders die kleur weer ziet, aanvoelt, dan weet je, dat jouw wereld, dat jouw realiteit ook daar bestaat. Dan erken je misschien, voor de eerste keer, de band, die je werkelijk bindt met het leven en de Schepping. Dan spreek je misschien niet meer zoveel over leven in de sferen, maar meer over leven in de werkelijkheid. Wat maakt het uit, welke termen je gebruikt? Door de sferen kom je tot de werkelijkheid. De werkelijkheid van de kosmos, waarin God, de Meester, de Schepper is. Het wonder van de kosmos, het voltooide werk, dat herschapen wordt door de schepselen. De kosmos, de kracht, die wij in ons kunnen vinden, wanneer wij niet heel de kosmos willen zijn, maar bewust zoeken deel te zijn van die grote Kracht die rond ons bestaat. Dan heb ik daarmee het mijne gezegd, vrienden. Ik hoop, dat ik u deze avond niet heb verveeld met mijn woorden. Als u vindt, dat u een opmerking hierover moet maken, ga dan rustig uw gang. Indien u vindt, dat ik ongelijk heb, zegt u het dan ook rustig... Is het de hitte, die u de woorden in de mond verslaat, of is het misschien de vraag: wat betekent dit eigenlijk? Laat ik dan nog even kort zeggen, wat het betekent: Alle leven en alle werken niet deel is van ons in de zin, dat wij er gehéél in behoren en in leven, maar dat wij deel zijn van de Schepping op bewuste wijze, dat wij naast de andere dingen bestaan, zelfstandige mens zijnde, toch tot eenheid kunnen verklinken met dit andere, wanneer wij onszelf een ogenblik kunnen verliezen. Wat meer is: wij kunnen merken, hoe steeds weerkerende invloeden in ons eigen leven, stoffelijk en geestelijk, ons voortdurend dwingen in de melodie van de grote kosmos, zodat wij, wetende, stoffelijk en geestelijk ons af kunnen stellen op haar en intenser en bewuster deel kunnen zijn van haar. Nu vrienden, zal ik u overgeven aan de spreker van het eigen onderwerp. Mag ik danken voor uw aandacht. Goedenavond, vrienden.
4
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
GETALLEN MYSTIEK
Goedenavond vrienden, Ja, u weet wel: "1, 2, 3, 4, 5, 6, 7, waar is de nu de rest gebleven?" Dat is ook een zekere mystiek. Dat wist u, niet? Dat bekende rijmpje geeft aan, als je het menselijke bereikt, dat je een ogenblik vraagt, waar nu de rest van de levenswaarden zijn. Nooit over nagedacht, toch is het waar. Zeven is het getal van de geestelijk bewuste mens, maar acht, negen en tien zijn de fasen, die de mens aangeven: priesterlijk, hogepriesterlijk en voltooid, dus één met God. Die fasen zijn in de wereld niet te vinden. Vandaar dat het stoffelijke rijmpje zeker ook een mystieke achtergrond heeft en ons wijst op het feit, dat wij dus altijd weer gebonden zullen zijn aan ons eigen persoonlijk leven: het getal zeven, met alle voorgaande waarden in ons bestaan en ons van daaruit het verdere meester zullen moeten maken, daar zullen wij naar toe moeten groeien. Het getal is een symbolische weergave van een waarde, die bij gelijkblijvend bewustzijn door het gehele Al onveranderlijk is. Als zodanig heeft het getal het voordeel universeel te zijn en voor zich de mogelijkheid te hebben, alle uitdrukkingen daarin neergelegd, overal en te allen tijden en voor iedereen verstaanbaar, - de grondregels gekend zijnde -, weer te geven. Getallenmystiek is dan ook een mensenwerk. Het is niet zo, dat elk getal op zichzelf automatisch, mystieke betekenis heeft gekregen. Maar het getal moest tot symbool worden voor een grote reeks van waarden in het menselijk leven, die van geslacht tot geslacht, van volk tot volk moest worden overgeleverd. Het resultaat is, dat wij in de getallenmystiek allereerst vaak een zeker bijgeloof vinden. Nu klinkt dat misschien vreemd, maar neem nu bv. met 13 aan tafel. Dat is wel degelijk getallenmystiek. Want het getal 13, hèt ongeluksgetal, geeft ook aan het getal vier, het dierlijke. Het dierlijke, dat niet mag bestaan, wanneer het getal 12 reeds bestaat, waarin de Drie-eenheid wordt weergegeven. Niet alleen een kwestie van oude gebruiken, van tafels van 12 personen, - ik heb die uitleg ook wel eens gehoord, waar dan gevochten werd tussen de gast en de laagst aanzittende, wie nu zitten mocht, wie zich met de restjes tevreden moest stellen -, maar zuiver een mystiek van het getal. Zo vinden wij ook het getal 7 als gelukkig en kennen wij ook 7 dagen per week, 7 scheppingsdagen. Hier is het getal 7 een indeling, die erg willekeurig aandoet. Uiteindelijk, waarom heeft een week 7 dagen? Niemand kan het zeggen. Je kunt hoogstens zeggen, dat het aardig uitkomt om een jaar in te delen. Als men het met weken van 10 dagen had gedaan, dan was het ook goed geweest. Het getal 7 was het getal van de mens en wel omdat men aannam, dat de mens werd beïnvloed door 7 planeten. U moet niet vergeten, dat het een oude leer is. Zodat elk van die planeten, ook vaak Goden, een invloed hadden op de mens en de opeenvolgende perioden van beïnvloedingen tesamen een cyclus in het menselijk leven moesten uitmaken. Verder zien wij dan het getal drie als een heilig getal, omdat alle dingen 3 zijn. U zegt het zelf ook wel: alle goede dingen zijn uit 3. Maar die uitleg is wel heel simpel. Om te komen tot een kennen van waarden moet je twee objecten hebben die je vergelijken kunt, plus het bewustzijn dat de vergelijking plaats doet vinden, dus 3 krachten. Drie krachten zijn er nodig voor elke kenbare wording, voor elke Schepping, elke realisatie. Drie punten zijn er nodig, voor elke afstandbepaling t.o.v. de hemelen enz. enz. Vandaar dat de getallenmystiek gegroeid is uit een practische leer, waar ongetwijfeld het bijgeloof het nodige in heeft gedaan, maar waarbij toch de getalswaarde in de plaats aangaf bepaalde waarden van het normale, menselijke bestaan. In dat normaal menselijk bestaan fungeerden verder de onbekende krachten. Zo was het getal 1 oorspronkelijk phallisch. Het gaf dus aan het mannelijk voortbrengend principe, terwijl de nul de oneindigheid aangaf, maar tevens het vrouwelijk voortbrengend principe. Werden deze beiden vereend dan kreeg men eerst een werkelijke mogelijkheid tot verdere uiting, een nieuwe schepping. Deze getallenleer is later overgedragen op Goddelijke waarden. Met het ééngodendom kwam in de plaats van het sexueel gebonden voorstellen: de ene God. Deze werd het getal één. Zijn voltooiing in het getal 10 was dan de voltooiing van God in de mens. Maar ook dit betekent een herschepping. Een schepping van het menselijk wezen. Als resultaat daarvan een hernieuwing, het voortbrengen van de bewuste, de adept, of ingewijde. Zo kunnen wij dus bij getallenmystiek steeds weer gronden nagaan, die uit het zuiver menselijk leven de betekenis vormen, die men later in het cijfer heeft neergelegd. 5
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
Wanneer wij de cijfermystiek over het algeheel bezien, dan valt ons in de eerste plaats op, dat zij bestaat uit een betrekkelijk geringe reeks van grondwaarden, vergezeld gaande van een zeer complexe reeks van duidingen. Verder vinden wij in de getallenmystiek, dat naarmate de bewustwording en de beschaving van de mens groter worden, dus ook het kennen van zijn eigen wereld, hij ertoe overgaat om bepaalde reekswaarden aan te nemen als bv. het getal r (pi). Het eigenaardige is, dat hierin de geuite Schepping, de Scheppende God, plus de bewuste mens voorkomen. Maar wij kunnen het ook anders formuleren, dan blijkt steeds weer het getal 3 een rol mee te spelen, ook wanneer het getal op zichzelf als tiendelige breuk oneindig is. Een zeer curieus verschijnsel. Zo is men gekomen tot een reeks berekeningen, o.a. in verband met het aardoppervlak en komen wij tot het guldengetal e.d. Waar ik echter van het eenvoudige af begonnen ben, geloof ik er goed aan te doen, het principe van de kabbalistische cijfermystiek naar voren te brengen. Wanneer in de wereld een reeks van vaste waarden bestaan, die de basis zijn voor elk verschijnsel, dan moet ik uit elk verschijnsel in zijn getallenwaarde de getallenwaarden van de basisverschijnselen terug kunnen vinden. Ik kan dus alle dingen, indien ik ze slechts als cijfer kan waarderen, herleiden tot zijn grondoorzaken. Door vergelijking van grondgetallen, kan ik dan komen tot een vaststelling van werkelijke betekenissen in de wereld. Hier komt later, ik denk hierbij aan het Pythagorees tijdperk, ook de meetkunde bij. Ook hier hebben wij met getallenmystiek te maken, maar nu is dit een uitdrukking in meerdere afmetingen. Men erkent niet meer slechts één vlak van bestaan, maar komt tot een aantal zich kruisende vlakken. Hiervoor wordt dan de formule noodzakelijk, omdat het niet meer mogelijk is te zeggen, dat twee van het ene vlak gelijk is aan twee van het andere vlak. Je gaat dan spreken over 2a, 2b, e.d. Je gaat ze noemen als de hoeken van de eigen wereld en zo zelfs in een zekere graadbepaling hun eigen betekenis berekenen. Zo wordt de getallenmystiek op de duur niet slechts een wereldontleding en wereldbeschrijving, maar een vaststelling van het totaal menselijk ervaren in alle voor de mens bereikbare vlakken. Voorbeeld? Wanneer ik op een bepaald punt drie krachten zie, die met elkaar in verband staan, dat kan dat eigen getal van elk van de drie krachten, dan vorm ik hieruit een driehoek, maar in zeer bijzondere verhouding. Deze driehoek in haar bijzondere verhouding projecteer ik vervolgens als pyramide. Ik krijg dan meerdere vlakken en vergelijk die vlakken t.o.v. elkaar. Nu blijkt mij, dat oorzaak en gevolg bepaald kan worden op het snijpunt van beide vlakken, waarbij de werking gelijkelijk is voor alle punten, die ik in het cijfer gevonden heb, maar gelijktijdig ook na betekenis van het cijfer, dat geïnterpreteerd moet worden. Ik merk wel, dat het voor sommigen een beetje ingewikkeld is. Dat is niet zo belangrijk. Ik had alleen maar aan willen duiden dus, dat de getallenmystiek gebruikt kan worden om ook werkelijk concrete berekeningen te maken. Dus het vastleggen van een reeks getallen als uitditdrukking van bepaalde waarden: de Schepper, de geuite Schepper, de Drie-Eenheid, de plant, het dier, de dierlijke mens, de geestelijke mens en zo gaat u verder. Dat zijn grondbeginselen, de praktijk leert ermee werken. Dat werken gebeurt op heel veel verschillende manieren, maar op alle manieren wordt het mogelijk zekere conclusies t.o.v. oorzaak en gevolg (te trekken). De oorzaak ligt steeds in de grondwaarde van elke persoon, van elk wezen en van elke plaats, waarvan de getalswaarde wij kennen. Wij ontleden die in zijn hoofdwaarde en die hoofdwaarde wordt uitgedrukt in totaal 15 getallen. Dus niet alleen de 12 van de primitieve gedachte, maar 15, want er zitten nog andere factoren bij. Dan kan ik aan de hand van deze ontleding de getallen met elkaar vergelijken. Gelijksoortige factoren, gelijk gericht, versterken elkaar, andere vallen weg. Heel eenvoudig. Zo krijg ik dan een structuur, waarbij ik bv. een plaats kan vergelijken met personen. Een zeer interessant verschijnsel. Dan kan ik door het vergelijken van de plaats in het eigen wezen van de personen conclusies trekken omtrent zijn waarde op die plaats en de mogelijkheid van hun handelingen gedurende de tijd, dat zij zich op die plaats bevinden. Op de duur is deze wetenschap grotendeels teloor gegaan, gedeeltelijk tot een reeks bijgelovig- heden geworden, anderdeels geworden tot een vaag verklonken reeks van symbolen, die half begrepen zijn blijven bestaan. Maar gaat u nu eens kijken bij onverschillig welke esoterische groep, kortom elke groep, die een zeker ritueel en symbolisme erop na houdt. Wat vinden wij daar? Een reeks van z.g. sterren. Vijf-, zes-, zeven-, achtpuntige en de twaalfpuntige. Dat zijn matematische structuren, mijn vrienden. Naarmate die strukturen complexer zijn, geven zij aan een grotere reeks van vlakken of werkingen, die in het menselijk leven tot uiting komen. Als zodanig zijn zij de uitdrukking van het Goddelijk Patroon, zoals het bij de mens wordt uitgewerkt. 6
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
Hier drie kaarsen in de kandelaars. Waarom? Omdat het zo hoort? Neen. Omdat het getal drie het getal is van de geestelijke waarde. U kent de bekende Drie-Eenheid: Vader, Zoon en Geest, ook wel gezegd de scheppende, de instandhoudende krachten en bewustzijn. Wanneer u die drie daaraan toekent, dan hebt u daar het beeld drie. Zo zult u ook vaak zien, dat men bepaalde lampen of lichten, plaatst op symbolieke tekeningen. U zult zien, hoe een zekere getallenmystiek ook verder in aanmerking wordt genomen. De Openbaring van Johannes bv. Het getal der overlevenden zou zijn I44.000, de uitverkorenen. I44.000 is echter het getal van de hogepriesterlijke mens. 1+4+4=9+0+0+0 blijft 9. Is door de nullen plus zijn opstelling versterking, in zijn aanduiding Gods Werken op het dierlijke en voltooide zich in het dierlijke, zodat er de conclusie uit kan worden getrokken, dat dit getal een symbolisch 33-tal is, dat elke mens, die een bewustzijn van God in zich draagt en tegenover God durft te staan, dus voor God durft te treden, zal behoren tot de uitverkorenen. Een logische conclusie, want op het ogenblik, dat een wereld ondergaat, kan de geest slechts door een volledige aanvaarding van God aan een verdere reeks van incarnaties en wat dies meer zij ontkomen. De vier ruiters van de Apocalyps, om in dezelfde stijl te blijven: waarom vier? Wat geschiedt, is niet een vernietiging van geestelijke waarde, maar van dierlijke waarde. Dat is het getal van het dier. De vier ruiters zijn de stoffelijke invloeden, die in de dierlijke wereld een beperking betekenen. Maar een boek met zeven zegelen. Waarom? Omdat 7 de geheimen van het mens-zijn zijn. Zeven n.l. de trappen, die tot de menselijke bewustwording leiden. De laatste zegel is nog niet geopend. Dus de openbaring is nog niet volledig. Anders gezegd: de mens kent niet zichzelf, maar vóór het laatste zegel gebroken is, of de Schepping voleind is, zal de mens zichzelf moeten kennen. Wij kunnen zo willekeurig een werkje nemen en inderdaad uit de getallen een hele reeks interessante conclusies maken. Dat hebben wij te danken aan het feit, dat de achtergrond van elke getallensymboliek, elke getallenmystiek is een reële waarde door de mens als zodanig erkend en door alle eeuwen heen zo gehandhaafd. Verder een waarde, die door alle tijden een gelijksoortige interpretatie mogelijk heeft gevonden en een onveranderlijke vastlegging in de reeks van 10 getallen, ontleend aan de vingers. Want men heeft 10 vingers. Nu gaan wij eventjes verder kijken. Die vingers staan ook in verband met de getallenmystiek. Wij hebben twee bijzondere krachten, 2 duimen. Wanneer je die duimen wegneemt, dan wordt de werkzaamheid van de hand teruggebracht tot een miniem aantal mogelijkheden. Het is juist de reversibele (opponeerbare; Red.) duim, die aan de hand zijn waarde geeft. Als ik die twee wegneem, wat blijft er dan over? Acht. Het getal van demon, die wel priester kan zijn, maar die - priester zijnde - niet voor God kan treden, hij heeft niet de bekwaamheid om zijn bewustzijn te hanteren en te manipuleren. Geven wij hem er een mogelijkheid bij, dan kan hij wel voor God treden, maar hij kan zich nog niet met God vereenzelvigen; geef ik die ook erbij, dan heb ik het getal 10. De simpele gedachte van het tellen brengen ons onmiddellijk tot het getal 5 voor het dierlijke. Vijf is het beginpunt. Want als ik deze heb geteld, dan heb ik eigenlijk nog niet volledig de menselijke waarheid gerealiseerd. Dan moet ik verder gaan, dan moet ik de volgende hand gebruiken. Met 6 kan ik pas dierlijk mens zijn. Eenzijdig inzicht kan nooit een volledige bewustwording betekenen. Vijf, aan een hand, kan nooit een volledig gebruik van de menselijke mogelijkheden betekenen. En als zodanig is er dus geen menselijk bewustzijn. Veel tijd heb ik niet meer, want ik moet voor de "Vragenrubriek" ook tijd over laten. Ik zal het hierbij dan besluiten. Dan blijft voor mij alleen de wens over, dat de pauze voor u een kleine verkoeling mag betekenen. En met hartelijke dank voor uw aandacht, wens ik u dan ook een zegenrijke en aangename avond toe. Goedenavond, vrienden.
VRAGENRUBRIEK
Goedenavond vrienden, Vragenrubriek. Persoonlijke vragen worden niet beantwoord. Andere vragen, zover dit mogelijk is op verantwoorde wijze.
7
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
Vraag: Ik las, dat Mozes, met zijn schoonvader Jethro, de Ark des Verbonds als lab van ontploffingsmiddelen misbruikte. In Exodus 30: 28 - 38 zou een recept over een ontploffingsmiddel staan. Volgens S. Gesell zouden het brandende braambos, de Egyptische krijgswagens die omvielen, de rots die openspringt, de muren van Jericho, daar mede in verband staan. Antwoord: Allereerst kan ik meedelen, dat door Mozes in de tent van de Ark des Verbonds tijdens de reis inderdaad enige experimenten zijn gemaakt. Maar deze waren toch niet van de geaardheid van Berthold Schwarz. Hij is dan ook niet de lucht ingevolgen. Wat betreft explosieven, - inderdaad waren in die tijd explosieven bekend - zij zijn echter niet verantwoordelijk voor de genoemde wonderen. Om kort na te gaan, het omvallen van de krijgswagens van farao was te wijten aan de bodemgesteldheid en hiermee was rekening gehouden. Men moet goed begrijpen, dat bij Mozes' uittocht verschillende woestijnstammen zich hadden aangesloten en dat dezen zeer goed wisten, op welke wijze zij een dergelijke vijand moeilijkheden konden bezorgen. Het brandende braambos. Hier is sprake van een lichtverschijnsel, een persoonlijke beleving. Dit valt in dezelfde klasse als het verblindende licht, dat Paulus trof op zijn reis naar Damascus. Ik geloof niet, dat men aan wil nemen, dat Paulus het slachtoffer is geworden van een voortijdige buskruitontploffing. De bron, die Mozes aanboorde, Mozes deed dit met een staf. Een staf kan ook staan voor wichelroede. Zoals u weet zijn bepaalde wateren in rotsen gebonden en soms kan men met een gunstige slag inderdaad deze wateren dan een andere loop verschaffen en wel een gedeeltelijke uitlaat naar buiten toe. Het systeem is kort geleden nog besproken en wel in Brits-Columbia. Ook hier dus geen noodzaak voor buskruit of dergelijke uitvindingen. Het vallen van de muren van Jericho. Hier werd gebruik gebruik gemaakt van bazuinen of wel trillingen. Een ieder weet, dat trillingen onder bepaalde omstandigheden in staat zijn grote bouwwerken van hechte struktuur te vernietigen. Indien u hierover nadere gegevens t.a.v. mogelijkheid wilt hebben, raad ik u aan in de eerste plaats na te gaan de klachten uit zekere delen van Londen, waar huizen scheuren door het geluid van overvliegende straaljagers, verder een verslag omtrent de maatregelen bij de brug in San-Francisco, waar bleek, dat bij een bepaalde frequentie het middendeel van de brug in trilling kwam en het metaal gevaar vertoonde te kristalliseren. Dan hebt u daar ook de verklaring, die volkomen logisch is en hoeven wij dus niet aan te nemen, dat Mozes gebruik heeft gemaakt van buskruit. Zover mij bekend, kende hij wel verschillende explosieve middelen, maar zeker niet van een zodanige kracht, dat gestelde wonderen alle daarmee zouden kunnen worden verricht. Deze explosieve middelen waren een geheim van de priesters in Egypte, de priesterschap, waartoe Mozes heeft behoord. Vraag: Welke betekenis heeft het getal 27? Antwoord: De uitleg, die ik hier mag geven, is niet volledig. 27 is twee en zeven. De geuite God en mens, gezamenlijk 9, mens tredende voor God. Als zodanig kan het getal 27 een bewustwording betekenen, waarbij de mens zichzelf kennende, God leert kennen. Vraag: Hebben menselijke leeftijden met 7-vouden bv. 21, 28, 56, enz. speciale kosmische betekenis? Antwoord: Zij kan voor de mens een speciale kosmische betekenis krijgen. Dit staat echter in verband met invloeden, die gedurende zijn geboorteuur op hem werkzaam waren. M.a.w.: de periode is niet precies in deze leeftijden vast te stellen, maar wel ongeveer en wel in verband met de persoonlijke bouw, zijn karakter en zijn geestelijke instelling. Over het algemeen zal echter de periode, wanneer zij eenmaal is vastgesteld, ca. 7 jaar zijn en zich voortdurend blijven herhalen. Er mag dus worden aangenomen, dat leeftijden met 7-vouden voor de mens in zijn leven een grote betekenis kunnen hebben en mogelijkerwijze tot zijn kosmische bewustwording mee kunnen werken door bepaalde ervaringen. Vraag: Hebben de Dode Zee-rollen nog gegevens aan he licht gebracht, waardoor het beeld van Christus, zoals dit geldt voor de theologen, enigermate gewijzigd is. Bv. wat betreft Zijn verhouding tot de Essenen? Antwoord: Er zijn inderdaad een aantal gegevens die ernstig worden bestudeerd, daar meerdere interpretaties mogelijk zijn. Maar of deze in staat zullen zijn het gevestigde beeld betreffende de Christusfiguur plotseling en scherp te veranderen, betwijfel ik, daar men over het algemeen al deze gegevens niet zal publiceren. Het is dan ook goed hierbij op te merken, dat de publicatie van 8
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
de vertaling van de Dode Zeerollen niet volledig is. Jezus' verhouding t.o.v. de Essenen, zowel als Zijn vroeger leven werden in deze rollen inderdaad, zij het terloops hier en daar, aangestipt. Daarnaast zijn enkele interpretatiemogelijkheden geschapen voor enkele profeten. Vraag: U kunt zich zo gemakkelijk verplaatsen. Is het u ook mogelijk een kijkje te nemen op de planeten? Indien mogelijk, kunt u iets hiervan vertellen? Antwoord: In het komende jaar wordt een lezing gehouden over het leven op de andere werelden. Hierover kan ik tijdens een "Vragenrubriek" niet veel zeggen. De verplaatsing naar andere werelden en planeten is voor ons inderdaad mogelijk, maar wordt veelal niet gerealiseerd omdat onze eigen voorstellingswereld, plus toestand, (dit) slechts alleen voor studiedoeleinden nuttig zou kunnen maken. Diegenen onder ons, die inderdaad dit onderzoek hebben gedaan, zijn tot de conclusie gekomen, dat er in het Al meerdere reeksen van wezens zijn, die ongeveer op dezelfde trap als de mensheid (staan). Daarnaast zijn er grotere groepen in het begin van ontwikkeling, (die) dus lager staan dan de mensheid, en enige groepen in een hogere staat van ontwikkeling, dus (de) meerdere van de mens. Wanneer ik zeg hoger staan, bedoel ik hier niet technische ontwikkeling, maar bedoel ik hiermee morele ontwikkeling. Vraag: Bestaat er een werkelijk verschil tussen kunst en scheppende kunst? Verricht een componist scheppende kunst en een toneelspeler niet? Antwoord: Dat is een zeer moeilijke vraag. De toneelspeler vergelijkend met een componist lijkt mij heel moeilijk. Een componist creëert een melodie en een melodisch geheel, waarin hij bepaalde stemmingen en gevoelens wekt. Wanneer een herscheppend kunstenaar dit volledig juist uitvoert, wordt dus de gedachte van de componist volledig hernieuwd geboren. Een toneelspeler echter kan niet op deze wijze werken. Een goed acteur zal n.l. niet alleen rekening houden met de inhoud van zijn rol, maar bovendien met de inhoud van de zaal, niet alleen in verband met de kas. Want een acteur heeft in de eerste plaats in zich, wanneer hij een goed acteur is, om de figuur, die voorgesteld wordt, plus de problemen daarvan, zoals zij in eigen opvatting liggen en met de regisseur overeengekomen, duidelijk kenbaar te maken aan degenen in de zaal. Dit houdt in, dat een acteur veelal zijn persoon schept en deze dan laat handelen in de door de schrijver geschapen situaties. Dit houdt ook in, dat de figuur dus in een bepaald toneelstuk, door verschillende acteurs gespeeld, veelal een enigszins andere inhoud zou hebben en vaak geheel andere emoties bij de toeschouwer zou kunnen wekken. Vraag: Wat zijn de voorwaarden of eisen, voor een patiënt om tot zelfgenezing te geraken? Komt dit in hoofdzaak door zijn denkvermogen? Antwoord: Ik zou dit niet gaarne bevestigen. Het denkvermogen, zoals de mens dit op normale wijze ziet, omvat alleen het bewust denken. Een groot gedeelte van de ziekte-oorzaak en de weerstand tegen genezing liggen niet in het bewuste, maar in het onderbewuste denken. Als zodanig is dit niet mentaal bereikbaar voor de mens. Hij kan het niet in zijn directe bewuste wereld omvatten. Hij moet dus in de eerste plaats in zijn gevoelens op genezing gericht zijn. Dat het redelijk denkproces mede een rol speelt, is duidelijk. Om tot zelfgenezing te komen zal de patiënt - eerst en vooral - een buitengewoon sterk vertrouwen of geloof moeten bezitten. Dit kan op de geneesheer gericht zijn, een genezer, een kracht buiten de stof, etc. Uit dit vertrouwen zal hij moeten handelen, alsof de genezing al onderweg was en men zich dus inderdaad beter zal gaan gevoelen. Deze wijze van handelen stimuleert het genezingsproces in het lichaam. Is men daarbij bovendien in staat om zich te ontdoen van alle problemen en volledig te rusten gedurende enkele uren per dag, dan zal zowel door het lichaam zelf uit de omgeving opgenomen energie, als wel ook door de geest energie aan het lichaam toegevoerd worden. Deze versterking van zenuwkrachten en opbouwende activiteiten in het lichaam vergroot de mogelijkheid tot verdere genezing. Vraag: Is het juist om bezwaren te hebben tegen reizen of arbeid op zondag, zoals Christelijke kringen en personen menen te mogen hebben op grond van de voorschriften in de Bijbel? Antwoord: Wanneer ik mij goed herinner, heeft men Jezus vaak verweten dat Hij Zich niet hield aan de Sabbath door iemand op zondag te genezen, dan wel zich te verplaatsen op Sabbath. Dit is vergelijkbaar met de zondag. Met andere woorden: reizen, werken, trekken en spelen op zondag is dan te rechtvaardigen, wanneer men daardoor anderen niet nutteloos en nodeloos tot grotere arbeid en inspanning prikkelt of brengt, of dwingt, terwijl gelijktijdig bepalend zou zijn in hoeverre voor werkelijke arbeid geen directe behoefte bij anderen bestaat, en is het werken op 9
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
zondag m.i. niet uit de boze, wanneer er een werkelijk doel achter ligt. Echter het doelloos werken van anderen op een rustdag vergroten, lijkt mij niet geoorloofd. Ik meen verder, dat elke mens vrij moet zijn op zijn eigen wijze een rustdag door te brengen. Wenst zo iemand dus te reizen en is de reismogelijkheid inderdaad aanwezig, zal die ook aanwezig zijn zonder zijn reisbehoefte, dan meen ik, dat hiermede zijn reizen op zondag volledig valt binnen zijn eigen beleving en eigen werking. Hierbij mag ik opmerken, dat een rustdag niet betekent een dag van daadloosheid, maar een dag van ontspanning. Een dag van tegengestelde werking, waardoor men zich krachten vergaart voor de verdere arbeid van komende dagen. Vraag: Martin Kojc poneert: daar de mens een onderdeel vormt van het geweldige plan van de Schepping, is ook zijn leven voorbeschikt. Alles, wat de mens zal overkomen, is al van de beginnen af vastgesteld,... Als deze stelling juist is, wat komt er dan terecht van de vrije wil van de mens? Antwoord: Wanneer wij stellen, dat een scheppingsplan volledig klaar en duidelijk is, dan komen wij voor de vraag, of de Schepping een zich ontwikkelende Schepping is, of een bestaande Schepping. Volgens onze overtuiging hebben wij te maken met een bestaande en in zich volmaakte Schepping, die volledig een weergave is van de Wil van de Schepper op het ogenblik van de Scheppingsdag. Nemen wij dit aan, dan is er niet sprake van een verandering bij de mens, of hun verandering van omstandigheden, maar een verandering van bewustzijn en waardering. Nu is de mens in staat om zijn eigen belevingen, dus de wijze, waarop hij bepaalde delen van de Schepping benadert, die binnen zijn bereik liggen, plus de wijze, waarop hij deze ondergaat, volledig zelf te beheersen. Hij kan dus de betekenis van bepaalde voorvallen, van bepaalde toestanden, voor zichzelf volledig wijzigen. Voorbeeld: Een mens, die de straat oversteekt en een automobilist, die met roekeloze snelheid nadert. Dan liggen naast elkaar, - elke mogelijkheid, immers, die voorstelbaar is, moet binnen de Schepping bestaan, dit is de eis van de volmaaktheid - o.a. de mogelijkheid: a. de mens wacht tot de auto voorbij is; b. de mens steekt over en loopt hard, zodat de auto rakelings langs hem passeert en de derde mogelijkheid, hij wordt door het voertuig geraakt en hierdoor gewond. Ik wil dan de variaties, die hierop mogelijk zijn, niet beschouwen. Dan stel ik, dat alle drie de situaties bestaand zijn, maar of de mens – krachtens zijn bewustzijn - voor zichzelf die situatie realiseert, die voor hem aanvaardbaar is, volgens zijn bewustwording? Het is dus zijn vrije wil, of hij door een auto wordt geraakt of niet, of hij zich snel over de straat zal bewegen, dan wel wachten. De mogelijkheden bestaan, doch het menselijk bewustzijn heeft gekozen één van deze mogelijkheden voor zich als werkelijkheid te beleven. Dit impliceert, dat de vrije bewustwording een kwestie is van keuze, niet van vrij scheppen van toestanden. Verder impliceert het, dat de werkelijkheid, die voor allen gelijk schijnt, niet voor allen gelijk is, daar mensen elkaar ontmoeten, die verschillende mogelijkheden van beleving hebben gekozen en zo - onder schijnbaar gelijke voorwaarden - verschillende resultaten ervaren hebben. Conclusie: dientengevolge mag worden gesteld, dat de vrije wil van de mens zetelt in zijn bewustzijn, plus zijn vermogen om situaties volgens eigen instelling te beleven. Vraag: Men hoort herhaaldelijk, dat bij contacten met gene zijde, zich demonische invloeden doen gelden en dat verschillende entiteiten, daarbij gebruik makend van schillen (astrale hulzen; Red.), proberen de mensen te bedotten en slecht te beïnvloeden. Antwoord: Op het ogenblik, dat de persoonlijkheid, die doorkomt, voor u belangrijker is dan hetgene die persoonlijkheid brengt, terwijl uw eigen kritische vermogens stil staan, zodra een stem van gene zijde spreekt, is dit gevaar inderdaad aanwezig. Wij kunnen, helaas, niet ontkennen, dat ook demonische invloeden op velerlei wijzen trachten gebruik te maken van dezelfde mogelijkheden, die ook wij gebruiken. Wij menen daarom, dat elke mens, die enigszins bewust wil leven te allen tijde kritisch zal moeten blijven, zijn eigen oordeel als beslissend zal moeten beschouwen t.o.v. elke openbaring van de geest. Ik mag hier echter aan toevoegen, dat degene, die iets verwerpt, omdat er mogelijk ook gevaren in schuilen, ongetwijfeld dwaas is. Dan zou u geen auto moeten rijden, zich niet op straat moeten begeven, u zult geen voedsel moeten kopen, dat door een ander is bereid, enz. U doet deze dingen, omdat het risico, dat daarin ligt, betrekkelijk gering is, dank zij het feit, dat het eigen oordeel hier bepalend is. Degene, die deel neemt aan bijeenkomsten als deze, loopt daarmede dus een zeker risico. Het risico echter kan hij zelf dragen, wanneer hij, kritisch denkend, daaruit alleen voor zijn eigen geestelijke bewustwording die waarden put, die volgens eigen inzicht, geloven en denken, reëel verwerkelijkbaar zijn en niet behoren tot mogelijke misleidingen. Op deze wijze kan de mens 10
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
gebruik maken van de gegevens, die ook aan gene zijde worden verstrekt en van gene zijde op uw wereld worden geprojecteerd, zijn eigen bewustwording verder uitbreiden dan normaal, gezien het feit, dat het standpunt van iemand, die niet in de stof verkeert, vaak een geheel andere zal zijn, dan dat van een stofmens. Hierdoor ontstaat een beter overzicht over de werkelijke betekenis der dingen. Vraag: Waar komen de vliegende schotels vandaan? Wat is het doel van hun bezoeken aan onze aarde? Antwoord: Ik mag de aandacht erop vestigen, dat er uitvoerige verhandelingen hierover zijn gegeven. Kort gezegd, zeer veel van hetgeen men vliegende schotels noemt, is van aardse oorsprong. Hierbij worden o.a., dus ook reële luchtvoertuigen als vliegende schotels betiteld, die op aarde hun bron vinden. Daaronder behoren verschillende raketten, en raketvoertuigen op hoge hoogte. Daarnaast verschillende voertuigen, die een speciale vleugelvorm hebben als de deltawing, de z.g. vliegende pannekoek, de vliegende vleugel, e.d. Verder behoren hieronder vele illusies, ontstaan door de behoefte om waar te nemen. Daarnaast bestaan werkelijke luchtvoertuigen van buitenaardse oorsprong, die inderdaad een sferoïde vorm hebben (bolvormg; Red.). Hun bases zijn veelal gelegen op Mars en Venus, maar zij komen zelden geheel in deze kleine voertuigen op deze afstand. Zij behoren meestal als een soort reddingsboten bij grote moedervoertuigen, die zich meestal op redelijke afstand van de aarde bewegen en daar tijdelijk in een baan blijven cirkelen. In de eerste plaats is hun doel over het algemeen ongeveer hetzelfde gevoel als wanneer u naar Artis gaat … In de tweede plaats om vast te stellen welke gevaren er heersen op aarde voor eigen toestand; in de derde plaats ook soms poging tot zendingswerk, dat echter zeer zorgvuldig wordt voorbereid. Diegenen, die het zendingswerk doen, beschikken over andere mogelijkheden en (zullen) dus slechts zelden in stoffelijke voertuigen zich binnen de aardatmosfeer bewegen. Vraag: Waar andere sterren blijkbaar bewoond zijn, zijn die bewoners dan mensen als wij en staan zij hoger of lager dan wij in ontwikkeling, beschaving enz.? Antwoord: Een deel van deze vraag was al beantwoord. Sterren zijn niet bewoond, alleen planeten. Op sterren kunnen wel wezens leven, maar deze zijn zodanig verschillend van de mens, dat er geen enkele vergelijkingsmogelijkheid, noch qua denken noch qua vorm, bestaat. Op de planeten leven wezens, die aangepast zijn aan de condities van de wereld, waarop zij bestaan. Mensvormige zijn er dus niet zeer veel. Humanoïde rassen zijn niet overheersend in het Al. Degenen, die humanoïde zijn, zijn nog steeds aangepast aan de eigen ontwikkeling van hun planeet en kunnen o.a. dan organisch, in huidskleur en grootte e.d. zeer aanmerkelijk verschillen van wat op aarde normaal heet. De andere rassen behoren soms zelfs tot civilisaties en beschavingen, die u zich niet voor kunt stellen, daar (een) geheel andere basis van ademhaling, leven, (stof)wisseling e.d. op planeten kan heersen, dan zuurstof-koolstof, die nu eenmaal hier op aarde bestaat. Vraag: Is incarnatie of reïncarnatie op andere sterren, - zo zij bewoond zijn - mogelijk? Op welke gronden geschiedt dit dan, welke motieven zijn er voor om dit te doen? Antwoord: Reïncarnatie op een andere wereld zal over het algemeen dan plaats vinden, wanneer de eigen wereld niet voldoende mogelijkheden biedt tot het beleven van wat men als noodzaak in zich gevoelt, terwijl gelijktijdig die mogelijkheid elders wel en voldoende bestaat. Dit komt echter niet vaak voor, gezien het feit dat het bewustzijn omtrent stoffelijke zaken en kwaliteiten nu eenmaal op een aards begrip opgebouwd is en dus een volledige hernieuwde opvoeding in stoffelijke zaken noodzakelijk blijkt op elke andere wereld, voordat men in staat is zich in die wereld in te leven en deze bewust te beleven. Dit betekent, dat in veel gevallen iets wat op de wereld met een incarnatie kan worden afgedaan, op een vreemde planeet meerdere incarnaties zou kunnen eisen. De oorzaak is over het algemeen een zoeken naar een uiting van eigen geestelijke behoefte in de stof. Het resultaat van een geestelijke bewustwording die in geest zodanige remmen ondervindt, dat zij niet alleen geestelijk verder kan gaan. Indien er geen vragen meer zijn, dan rest mij alleen nog u over te dragen aan de laatste spreker van deze avond voor Het Schone Woord. Ik dank u voor uw aandacht en uw gehoor. Goedenavond vrienden.
11
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III)
HET SCHONE WOORD
NIETS VERANDERT OF STERFT, ZONDER HET WETEN EN BEWUSTZIJN VAN HET AL. Sombere klokken, de klepelende klanken, die klinken het einde van 't aardse bestaan en een scheiding voor altijd met het vallen der aarde. Want zo is op aarde de sombere waan. Maar zie rond u het leven. Eén van de mensen een deel der mensheid slechts, is heengegaan en alle menszijn kan het weten, ook al verblindt stoffelijke waan hen, zijn zij de eenheid haast vergeten. Zie naar de plant, die bloeit en brengt een schoonheid zonder eind, die hare kleuren rankt en twijnt met de gouden luchten. Maar komt de herfstwind somber met zijn zuchten en zijn kou, de bloem sterft af. Er blijft slechts rouw. Toch is die bloem niet omgegaan, tenonder zonder meer. De aarde weet en komt de zomer, zij schenkt die glans ons telkens weer, schenkt ons die kleur,die bloem. Gij, die treurt, gij, die zoekt en zelve niet weet, wat gij zoekt in eeuw'ge tijd. Ik zeg u: Geschreven staat in het Al, dat gij uw wegen verder schrijdt en eens de ban gebroken wordt, die bindt u aan de stof. Stijgt uwe ziel dan juichend op en geeft de hemel lof. De aarde weet, de stof beseft, dat gij zijt heengegaan, want dat gij eenling zijt , in het leven slechts alleen, dat, mensenkind, is waan. Waan en niets meer. 12
© Orde der Verdraagzamen
Stem van Gene Zijde (III) Zoals de blaren vallen, geel en droef in herfstetijd. Zo gaat de stof ten gronde, doch blijft de geest in eeuwigheid. De boom bestaat, het is de boom, die weet. deel der levende kracht, die Al kent, niet vergeet. Het blad is voor heden heengegaan, maar morgen reeds zal het nieuw gaan groenen. Zo kan de boom zich wel verzoenen met blad, dat welkt, en stervend valt. De mens begrijpt niet alle dingen, maar kan toch weten: Als een boom rijst het leven, koppelend hemel en aarde. Al, wat betekenis heeft, al, van enige waarde, in geestelijk of aards bestaan, is één met hemel, is één met God, uit beiden voortgekomen. Zoudt gij dan van een eenzaamheid, van eenzaam sterven dromen? Ik zeg u Alle ruimt, alle tijd weet, wanneer een mens omkomt. Zo gij dan niet weet, waarheen gij moet gaan om te beseffen de eenheid van alle bestaan. Ik zeg u geloof, zoek diep in uw hart, zoek daar naar uw God. Uw eenzaamheid tart het lot misschien, erkent niet de ware Kracht. De Kracht, die ik, ik dien en erken. De ware Kracht is de levende Kracht, die uit alles ademt, beleeft. Het is het Leven zelve, dat u tijdelijke vorm en u gestalte geeft. Het is het Licht, dat schittert, door het hele bestaan. Licht, dat uiteindelijk draagt uwe ziel, ontvreemdt aan de waan, op naar andere oorden, Eulysische velden, met andere dromen, andere gestalten, andere Goden, nieuwe gedachten en andere helden. En gij? Gij kent die wereld niet, kent nog niet dit bestaan, maar weten kunt gij dit: 13
© Orde der Verdraagzamen Niets kan ten onder gaan, waar het heel de wereld kent en heel de wereld het ook in zich bevat. Want al, wat leeft, is één akkoord, één klank van het wonderlijke woord, dat was in het begin, dat uitklinkt in het eind.
Stem van Gene Zijde (III)
Zo zijt gij, uw leven, uw streven, uw kracht, vervlochten met des Heren wond're Kracht. Zo zijt gij één met al,wat leeft, wat streeft en sterft. Gij zijt het, die de Oneindigheid beërft, maar ook gij zijt het, die zult opgaan in ander bestaan. Gij blijft dezelfde, altijd, want het Leven is uw wezen en toch de Kracht, waaruit gij zijt ontstaan. Deel van de Volmaaktheid zijn wij en blijven wij. Daarom kan ik in deze zin het eens zijn met het opgegeven citaat. Geen blad wordt geel zonder dat heel de boom het weet. Wij nu zijn de bladeren van de boom des levens, de kleine krachten, uit de Grote Kracht geboren. De Kracht, die ons kent en in ons leeft, kan ons misschien prijsgeven in de ene vorm, doch zal ons doen herrijzen in de andere. Wanneer ik u thans huiswaarts zend, doe ik dit met het woord: Alle leven is één en Eén is alle leven. Goedenavond, vrienden. (Verkort)
14
De witte en de zwarte Magie
Datum:
11-07-1975
Soort:
lezing
Reeks:
3. Stem van Gene Zijde > Stem van Gene Zijde III > Stem van Gene Zijde 1974-1975
Bestand:
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
- De witte en de zwarte Magie
- Beantwoording vragen
Een nieuwe geestelijke wijsheid
Datum:
03-03-1963
Soort:
lezing
Reeks:
2. Zondagmorgenkring > Zondaggroep I > Zondaggroep (I) 1962-1963
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
© Orde der Verdraagzamen Zondaggroep I, 3 maart 1963. Goedenmorgen, vrienden. Ik zou vandaag een vergelijking willen maken.
Zondagochtendkring
Wanneer na de winter de zon weer terug komt, dan zijn de mensen blij met de zon, dan is dat een feestelijk gevoel en voortdurend drinken ze de warme zonnestralen in. Maar wanneer de zomer er eenmaal is en ze heet is, als de zon voortdurend brandt, dan zullen diezelfde mensen zich weer terug trekken in de schaduw en zullen ze amechtig neerzitten in de hitte en de zon verwensen. Zo gaat het met geestelijke waarden ook. Wanneer wij voor het eerst worden geconfronteerd met
EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
Ach, dan springt het hart op, dan juicht de ziel en zijn we ermee gelukkig. Maar wanneer die waarheid zich steeds verder ontwikkelt, dan is het of ze eisen gaat stellen, waaraan we niet kunnen beantwoorden en dan worden we onder diezelfde invloed, welke ons eens een vreugde en een openbaring was, loom en traag; en op den duur vragen we ons af, of we ons niet ergens kunnen verschuilen voor die voortdurende invloed van steeds maar datzelfde geestelijke licht. We kunnen dat overal zien. Laten we eens nagaan hoe het b.v. in Jezus’ tijd is gegaan. Toen Jezus was heengegaan, was er een enthousiasme, een stralende kracht, waarbij de mensen zich niet hebben afgevraagd: Hoe moeten we dat nu voor onszelf zien of doen? Ze hebben ineens de Christengemeenschap gesticht. Ze hebben geprobeerd a.h.w.. de eerste commune ter wereld te stichten. Toen dat een tijd duurde3 bleef alles zo hetzelfde. En omdat het hetzelfde bleef, werden ze moe. Ze gingen met elkaar strijden en de eerste Christengemeenschap ging teniet. Mohammed bracht vrijheid van valse goden. Toen de Djihad (de grote stoet van strijders) optrok naar Mekka, waren er velen bij, die niet eens werkelijk in zijn zending geloofden. Maar de bevrijding van de afgoden, het breken van de stadsmacht, het vinden van een nieuwe vrijheid, dat was hun alles waard. Zo hebben ze verschillende grote slagen geleverd. Ze hebben Mohammed geëerd als profeet, als verlosser. Maar toen Mohammed eenmaal was heengegaan, was het zo moeilijk om datzelfde enthousiasme te behouden. Ja, wanneer er weer een nieuwe Djihad (een heilige oorlog) zou zijn, dan zouden ze misschien weer enthousiast zijn geweest, maar er waren geen beproevingen meer. Er was alleen de rijping van de mens onder de wet. Er was de noodzaak om zich geheel in te stellen op de regels van de Koran en toen hadden ze er al gauw genoeg van. Al heel snel zien we twee van zijn volgelingen over de opvolging twisten. Wie zal het zijn? Ali of Hoessein? Ali neemt het een beetje gemakkelijker dan Hoessein. Hoessein geeft wat meer wereldse vrijheid. Ali belooft wat meer geestelijke voordelen. Op die manier wordt er een verkiezingsstrijd gestreden; en het eigenlijk inzicht, dat Mohammed toch ook heeft gebracht, is weg; dat versikkert in een wereld, die eerder een sociale binding ontwikkelt en gevoel voor rechtvaardigheid dan een werkelijk geestelijke verlichting. Zo is het ook nu met de nieuwe wereldleraar. De leraar predikt in gebieden, die op het ogenblik aan de grootste veranderingen onderhevig zijn. Hij bereidt iets nieuws voor en het aantal van zijn volgelingen neemt langzaam toe. Ze worden steeds enthousiaster en gelijktijdig worden zijn tegenstanders steeds feller. Het zal niet zo lang meer duren, vermoed ik, voordat men zal proberen hem te doen sterven of hem uit de gemeenschap te verwijderen. Nu zijn ze sterk en krachtig. Het nieuwe inzicht van de gemeenschapszin, die niet is gebaseerd op de wet van de liefde maar die de uit het Goddelijke geboren wordende mensheid met elkaar moet verenigen, leeft sterk. ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID 1
Orde der Verdraagzamen Maar zo dadelijk is de Meester weg, zo dadelijk is het nieuwe er eigenlijk weer af. Als het nieuwe er af is, wordt het lastig; men heeft er dan geen aandacht meer voor. Zo gaat het altijd weer. Een mens zoekt de verandering. En als die verandering een lichtende, een sterke, een geestelijke is, dan kan hij dat verwerken. Wanneer het strijd is, zal hij desnoods zijn laatste ons kracht geven, maar hij zal verder strijden. Als het echter gelijkmatigheid wordt, als het een langzame en gestage groei wordt, dan wordt hij het moe. Waarom eigenlijk? Natuurlijk moet een ieder voor zichzelf naar de oplossing zoeken. Maar ik geloof, dat de grote moeilijkheid wel is gelegen in het feit, dat de mens zichzelf met zijn mogelijkheden en ook met zijn plichten nimmer volledig realiseert. Je leeft. En als je mens bent, dan ontdek je dat je plichten hebt, en je ontdekt ook, dat er van die plichten zo nu en dan wat af kan en dat is wel prettig. Maar je hebt eigenlijk niets meer waaraan je je volledig geeft, Het blijft allemaal een zoeken, een avontuur. Er is geen sprake meer van de werkelijke honger naar geestelijke waarden of desnoods naar stoffelijke beleving. Er is alleen maar de behoefte om zo nu en dan eens van een fijn gerecht te proeven en dan verzadigd en vol spleen weer verder te gaan om te laten zien dat je het niet nodig hebt. In geestelijk opzicht komt dit in deze dagen steeds meer voor. De mensen hebben een zekere spleen. O zeker, Jezus Christus is voor hen de Verlosser en zij zullen heus 's zondags wel eens ter kerke gaan, maar eigenlijk is het zo gewoon en wat hebben we er eigenlijk mee te maken? Het is niet de kracht, waaruit je leeft; het is een formaliteit geworden. De waarheid uit de geest betekent voor velen al precies hetzelfde. Ze horen de woorden wel, die worden gesproken en ze erkennen wel dat het allemaal waar is, maar voor ons geldt dat eigenlijk maar ten dele: Wanneer zo'n mens dan toch gaat zoeken, dan zie je weer een heel eigenaardig verschijnsel. In plaats van te zoeken naar de kracht die hem met het Al verbindt, in plaats Van de Alkracht eigenlijk helemaal voor zichzelf te zoeken, zoekt hij meer naar zichzelf. Wij zien dat zo vaak, wanneer wij onze leringen geven. Spreken we over wonderen die komen, o, dan gelooft men wel dat het mogelijk is en dan wacht men af, of het wonder alsjeblieft gebeurt. Maar niemand beseft dat het wonder een innerlijk wonder is, een kracht die uit jezelf moet worden geboren. O neen, het zal wel van buitenaf komen. Maar zeg je tegen diezelfde mensen, dat er beproevingen en lijden komen, dan zeggen ze: Natuurlijk, dat zal de wereld wel ondergaan; maar wij, wij zijn toch geestelijk bewust, voor ons zal het wel loslopen. Zeg je tegen de mensen dat het noodzakelijk is om te streven, dan geven ze het onmiddellijk toe. Dan roepen ze: Natuurlijk, de hele wereld moet streven; maar wij, wij hebben het al zo ver gebracht, wij kunnen het wel langzaam aan doen. Zeg je tegen de wereld dat zij zich innerlijk tot een God moet wenden onverschillig hoe ze zich Die voorstelt, is het maar een begrip is van een God, van een hoogste Kracht, waarin je kan leren, die zo uit zichzelf kan openbaren dan zegt men natuurlijk, dat is goed en het wordt noodzakelijk dat er steeds meer mensen komen, die dat doen. Maar zoeken zij werkelijk naar die God? Meestal niet. En dat is dan eigenlijk het onderwerp voor deze ochtend. Het is een onderwerp, dat een vreemde mengeling is van vreugde en smart, van streven en van lauwheid en onverschilligheid. En waarom zouden we dat niet baseren op de woorden van hem, die door in ‘t westen op het ogenblik nog steeds als de grootste leraar aller tijden wordt gezien, op de woorden van Jezus van Nazareth zelf, met de twaalf of met de drie die hij in het bijzonder heeft uitverkoren, dan wordt er natuurlijk ook gesproken over de mensheid; en dan hebben die apostelen precies hetzelfde problemen, waarmee wij soms zitton, wanneer we de wereld bezien. Dan zeggen we: Er wordt toch zoveel gegeven, er is zoveel kracht en er wordt zoveel kenbaar. Waarom ziet de mens het niet? Dan vragen we ons af: Als de wereld verandert, zoals dat op het ogenblik het geval is, waarom denken de mensen dan dat het allemaal hetzelfde blijft? Zijn ze dan blind? Zijn ze dan doof? Hebben ze dar geen hersens? Jezus heeft daarvoor zijn antwoord. Een antwoord dat, geloof ik, ook op deze tijden toepasselijk is, tenminste wij vinden er een zekere troost in. Wanneer de apostelen samen zijn, dan wordt er zo gesprokens Meesters Heer, Gij hebt zovelen genezen en Gij doet wonderen en de geest Gods spreekt uit Us Gij zijt de Messias, Gij zult allen verlossen, hoe komt het dan dat zovelen in het volk U haten en achtervolgen? Hoe komt het 2 ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
dan dat zovelen U toejuichen, maar nog aarzelen U gastvrijheid te geven? Dan zegt Jezus het op zijn manier geloof ik wel heel zuiver: Wanneer de mens wil gaan tot de Vader, zo kunnen wij zijn voeten op de weg plaatsen, maar niet do weg voor hem gaan. Wanneer de mens het licht moet erkennen en aanvaarden, zo kunnen wij hem de glans en de glorie daarvan tonen, maar hijzelf moet geloven. Want, voorwaar, zo zeg ik u: geen kracht des Vaders kan ik openbaren aan hen, die niet geloven. Zelven zullen zij moeten gaan; en dit beseffen zij niet. Zij verwachten, dat ik alle dingen zal zijn en beseffen niet, dat ik slechts de weg ben, die zij moeten gaan, En wanneer zij vermoeden, dat ik niet de vervulling van hun verlangen en hun begeren ben maar slechts het streven en de weg, dan haten zij mij, omdat zij aarzelen de weg te gaan, die hun wordt getoond, omdat zij te klein van harte zijn. Wanneer zij u uitwijzen, haat hen niet en veracht hen niet, doch bid de Vader, opdat Hij hun eens de ogen opene. En zo ze mij vervolgen, zeg niet dat zij onrecht doen, maar dat zij niet beseffen; want de mens vermeit zich in zijn onwetendheid en uit zijn onwetendheid en onbegrip zal hij de waarheid ververpen. De vertaling is betrekkelijk vrij. Er zijn natuurlijk weer gelijkenissen mee verbonden, waarvan ik u zo dadelijk een enkele zal geven. Wij vinden er een zekere troost in (en ik hoop, dat dat ook voor u het geval zal zijn en een zekere leer, een zekere aanwijzing. Wij kunnen alleen maar trachten een weg te tonen, zoals alle grote Meesters dat ook hebben kunnen doen. En wie zullen wij zijn, dat we meer willen doen dan b.v. Jezus? Wie zoudt gij zijn, dat ge meer zoudt willen zijn of willen doen dan hij, die is de bewuste zoon van de lichtende Kracht? Wij willen natuurlijk graag zonder moeite het mirakel volgens onze behoefte zien. Maar altijd weer is het een bewustwording: het gaan van een weg, een steeds weer leren. En pas als we voldoende hebben geleerd, dan wordt het wonder voor ons een mogelijkheid; en dan zelfs is het nog de vraag, of wij dat wonder om zichzelf ooit nog zullen doen of zullen begeren. Wij zullen het hoogstens geven als een aalmoes aan anderen, wanneer we niets anders meer te geven hebben. Wij moeten groeien zoals iedereen. Wij moeten zoeken niet naar de eentonige gelijkheid van een bepaalde leer, maar naar een vernieuwing, die in onszelf ontstaat en die uit onszelf steeds verder groeit. Jezus gaf zijn leerlingen, die ongetwijfeld zijn betoog maar half hadden begrepen met uitzondering misschien van Barnabas en Johannes, dan ook nog een paar gelijkenissen om het hun wat duidelijker te maken. Zo zeide hij tot hen: Er was een man, die begeerde gegist brood te eten. Hij ging naar een buurman, leende van hem gist en hij legde het bij het deeg, dat de vrouw voor hem kneedde en zeide: "Deze avond zullen wij gezuurd brood eten." En zij, de desem ziende, riep uit: "Hoe heerlijk zal de maaltijd zijn!" Maar zij bracht de desem niet in het deeg en dus waren zij teleurgesteld en riepen uit, dat de desem niet goed was. Zo nu is het met de mens, die de waarheid wel aanvaardt, maar haar niet maakt tot een deel van zijn leven. Hij verwijt degene, die hem de lichtende wijsheid geeft, dat het leven zich niet wijzigt. Ik geloof, dat dat wel een aardig beeld is. Je kunt een mens alle wijsheid geven en alle voorschriften, maar wat zegt een mens dan? "Ach ja, maar dat is voor een mens onmogelijk."Ach, dat kun je toch niet doen; en dat is zo moeilijk en hoe meet je dat nu eigenlijk tot werkelijkheid maken; het is een mooie theorie." En wanneer dan zijn leven niet verandert, zegt hij heel rustig:"Dat is de schuld van die leer. Die leer geeft me niets. Hij vergeet alleen, dat hij haar niet heeft toegepast. Wanneer je zegt: De lichtende kracht van de geest staat voor u klaar, dan zegt de mens: "O, wat is dat mooi, wat is dat heerlijk. Ik heb dus die lichtende kracht" en hij stelt haar naast zijn leven, maar maakt haar niet tot een deel ervan. Hij probeert niet voortdurend in elke handeling, in elke gedachte, in elke daad die kracht van de geest te gebruiken. En dan verbaast hij zich, dat het leven gelijk blijft. Op dezelfde wijze gaf Jezus nog een andere gelijkenis. Hij zei: "Er was eens een man, die zag hoe er een boom wonderschoon groeide en hij zeide: "Hoe rijk draagt deze olijf." Hij, die de bomen bezat, zeide nu tot hem: "Zie, hier zijn jonge scheuten, pas ontsproten. Ik zal u er enkele van schenken. Plant ze daar, waar ze licht krijgen en enige schaduw, waar de wind ze ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID 3
Orde der Verdraagzamen beroert en waar het water ze kan drenken en voor ge oud zijt, zult ook gij deze olijven bezitten." Zo ging de man, heen en hij plantte wat hem was geschonken. De eerste tijd droeg er zorg voor. Hij zorgde ervoor dat de wind ze niet kon ontwortelen en voorzichtig droeg hij het water over lange afstand, opdat ze niet zouden dorsten. Maar toen er een jaar voorbij was, zeide hij: "Hoe ondankbaar zijn deze bomen, dat zij mij geen vrucht geven." En toen het tweede jaar voorbij was, zeide hij: "Hoe zou ik water dragen voor zo een schamele oogst?" En zo verdorden de bomen en wat er overbleef, was knoestig en verwrongen en bracht geen rijke oogst. Toen riep hij uit: "Bedrogen heeft hij mij! Hij hoeft mij niet gegeven wat ik begeerde: een boom, die rijke vruchten draagt, maar iets, dat ik in mijn dwaasheid daarvoor hield." Hij besefte niet, dat een ieder, die vruchten eist, lang zal moeten werken, opdat dat wat hij plant vruchten draagt. En daarin zit ook weer een aspect, dat duidelijk is. Een mens kan in het leven onnoemelijk veel bereiken, maar hij kan dat niet onmiddellijk bereiken, wanneer u iets wordt gegeven, kunt u nooit de voldragen vrucht of wijsheid worden gegeven, die b.v. in de geest bloeit en die gij zo zeer bewondert en begeert. Men kan u slechts het zaad ervan geven en gijzelf zult dat moeten opkweken; ge zult een lange tijd veel moeten geven en weinig ontvangen, voordat de rijpheid is ontstaan, waarin ook in u datzelfde vrucht kan dragen. Het is het probleem van de wereld en niet alleen van deze tijd. Ergens in de mens leeft nog de droom van het paradijs, van het moeiteloos bestaan. Soms droomt hij van een soort luilekkerland, waarin alles voor hem bereid is, als hij het alleen maar vraagt. Hij beseft niet met hoeveel moeite hij alle dingen moet gewinnen. Soms zouden we geneigd zijn te zeggen, dat God dan toch wel wreed is, dat Hij elke keer weer juist die beproeving geeft en dat Hij ons juist voor dat probleem stelt. Hij is toch almachtig, Hij zou ons toch alles kunnen geven, zoals wij dat wensten. Hij zou ons Zijn gaven kunnen schenken. Maar ja, ik ben bang, dat het dan zou gaan, zoals met de mensen, die nu hunkeren naar de zon en elke zonnestraal opvangen en die misschien over enkele maanden voor die zon in de schaduw zullen wegvluchten, omdat ze hun teveel is geworden. Wanneer wij geestelijk willen groeien en geestelijke gaven willen ontvangen, dan moeten we wel beseffen dat het begint bij onszelf. Natuurlijk, er wordt ons iets gegeven, waarmee we kunnen werken. Er wordt ons een denkbeeld gegeven dat we moeten beproeven, zodat we weten, of het in ons wezen past. Er wordt ons soms een kracht gegeven of een gave, waarvan we zullen moeten uitmaken, of het voor ons geschikt is, want niet alles, wat in de wereld wordt geschonken, is voor ons even waardevol en goed. We moeten onze keuze doen. maar als we die keuze hebben gedaan en we hebben met heel veel moeite iets, dat ons een onbelangrijke gave of een aarzelend zoeken naar wijsheid leek, ontwikkeld tot het voor ons een kracht is geworden, waaruit we kunnen leven, dan is het ook kostbaar; want het licht, dat wij zelf maken, is ons dierbaar, maar het licht, dat ons wordt gegeven, zal ons gauw vervelen. Misschien dat ik ook hier een paar woorden van de nieuwe wereldleraar mag aanhalen, die toch ook weer met datzelfde thema in verband staan. Wanneer men in het zuiden van Pakistan nieuwe huizen begint te bouwen, maakt hij n.l. de opmerking: "Gij bouwt hier; en gij bouwt voor enkele jaren." En dan komt de dorpsoudste (dat is daar nog zo) daartegen in verweer en zegt: "Ja, maar heer vreemdeling, wij bouwen voor de eeuwen. Wij bouwen een nieuw volk. Wij bouwen een nieuwe welvaart, een nieuwe vrijheid. Ons land zal groot zijn." En dan zegt de wereldleraar weer: "Gij bouwt voor enkele jaren." "Neen, heer, dit is maar provisorisch, later zullen we beter bouwen. We zijn arm. We moeten eerst met het kleine beginnen." En dan lacht de wereldleraar weer eens: "Ja, misschien bouwt ge provisorisch betere woningen; en toch zeg ik u: ge bouwt maar voor enkele dagen." Dan wordt de man eigenlijk een beetje nijdig. Dat kan ik me ook wel voorstellen, want in zo'n land waar men dan met veel moeite de dorpsgemeenschap op een wat hoger peil brengt en waar men de landbouw enz. verbetert, heb je toch wel het gevoel, dat je wat bereikt. En nu komt er iemand, die zegt: Dat is maar voor even. En het leuke is, dat de wereldleraar dit erachteraan zegt: 4 ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
"Want ziet, de kinderen leren soms. (Dat was een toespeling op het onderwijs, dat daar dus nog maar heel provisorisch en zo nu en dan wordt gegeven.) Indien gij uw kinderen wijsheid schenkt en u niet beroept op uw eigenwijsheid, zo zal de toekomst groot zijn. Maar zo gij uw oude wegen (dat is natuurlijk een steek onder water, want: ... onze vaders hebben het zo gedaan en wij veranderen het wel een beetje, maar wij weten het dan toch) blijft gaan en niet wilt erkennen wat groeit, dan zal dat wat gij bouwt met u sterven; en gij zijt oud." Nou, dat was eigenlijk een flinke klap op het hoofd. Het was erg onplezierig. Ze hebben zich natuurlijk afgevraagd: Wat moet die vreemde snoeshaan? Toen zei de wereldleraar dit (ik heb de voorgeschiedenis erbij verteld om u duidelijk te maken hoe dat eigenlijk is ontstaan): "De vernieuwing ligt niet in een ander huis of in een ander systeem. De vernieuwing ligt in de vreugde, waarmee ge werkt. Zolang gij weet te zullen bereiken en zelve wilt bereiken voor anderen, zo bouwt ge werkelijk, want wat aan arbeidsvreugde, aan streven voor anderen in u leeft, dat is een fakkel, die gij aan de jeugd verder geeft, een licht dat zij zal ontsteken in vele komende geslachten. En wanneer gij terugkeert (dat is dus de gedachte aan het paradijs; we zijn daar in een Mohammedaans land, dat moet u niet vergeten) tot de grote tuinen, dan zal de wijn des levens u worden geschonken in de beker van uw streven." Dat is heel typisch, want we horen van de moderne mens, dat hij eigenlijk niet altijd zo erg plezierig is. De nieuwe Leraar heeft dus ook ontzettend veel kritiek. Maar hier zegt hij dan toch iets; waaruit we in de eerste plaats troost kunnen putten, maar in de tweede plaats ook begrip voor kunnen hebben. Hij zegt tegen de mensen: Kijk eens, het is niet, dat je alleen maar iets anders gaat doen, dat is niet zo belangrijk. Maar het is, dat je het van uit jezelf doet. Je bouwt iets, en dat kun je eigenlijk alleen doen voor anderen. Voor jezelf kun je niets bouwen; zelf ben je. En als je dat voor anderen bouwt en je legt je hele wezen daarin, dan schep je voor die ander niet de traditie van het bezit of van de procedure maar van de verandering; het stuwen naar meer, naar groter, naar beter. Dat is dus een vorm die eeuwig is, omdat ze alle veranderingen in zich kan dragen. Niet wat ik geef om zeker een vernieuwing te bereiken, maar wat ik geef, opdat het vernieuwende, het leven zelf in de wereld en rond mij zal bestaan, dat wordt a.h.w. een kostbare beker, waarin ik de eeuwigheid zelf kan vangen. Dan wordt het eigenlijk toch wel begrijpelijk, dat wat wij doen en wat ook u op uw wijze doet zinvol is, ook als we niet de resultaten zien, die we graag ervan verwachten. Dan wordt het duidelijk dat alle lijden, alle strijd en alle zoeken, dat een mensenleven zo vaak vult en alle moeilijkheden, die je moet overwinnen, dat ze niet alleen maar dingen zijn, waar je zo gauw mogelijk vanaf moet, maar dat ze krachten zijn, die je kunt omvormen in jezelf, totdat ze eeuwige waarden worden. Het is de weg, die we gaan (het leven), zeker. En wanneer we daarin een wijsheid kennen, dat is dat hetgeen de richting bepaalt. Maar we kunnen niet zeggen, dat we klaar zijn als we eenmaal die weg hebben gevonden. Misschien kan ik u dat duidelijk maken door weer te citeren. Daarvoor moet ik terug gaan naar een wat oudere wijsheid, die een zekere Simon van Azila (?) heeft gesproken. Deze man was bekwaam in wat men vroeger noemde: de occulte wetenschappen en zijn kennis is ontleend aan de kabbala; het is dus op een bepaalde visie gebaseerd. "In het leven is het steeds weer nodig, dat we met inzet van al onze krachten en met heel ons wezen een weg gaan. Maar wanneer we die weg gegaan zijn, dan komt er een punt, dat we niet weten hoe verder te gaan. Dan toeven wij een tijd en wij menen, dat we stil staan. Maar we spreken met een, die rust naast de weg. En wanneer we hem kunnen aanvaarden en we niet alleen maar verder willen gaan, maar aanvaarden dat we moeten rusten, dan leert hij ons hoe wij het volgende deel van de weg.dat moeilijker is, moeton gaan, en zo wordt hij ons tot deel van de weg. Elke mens, die streeft naar bewustzijn, begint in de materie en nooit zal hij die materie verloochenen. Maar daarnaast vindt hij steeds weer lering op lering; en zo vernieuwt hij zichzelf. Hij kent de geheimen van de geest en zijn weg voert hem tot het hoogste licht. Maar niet verloochent hij de vroegere fasen van zijn zijn; want hij, die het volle
ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
5
Orde der Verdraagzamen bewustzijn heeft gevonden, heeft de wijsheid van velen in zich,en hij is geworden tot een weg, welke die velen verbindt met de aarde en het licht." Dat is dus een versie, die kennelijk ook op de levensboom slaat. Maar het is een versie, die ik speciaal nu naar voren breng, omdat zij eigenlijk weer past bij wat Jezus zegt en tevens bij wat de nieuwe wereldleraar ook zegt. Je leven is een weg, die je zelf moet gaan. Men biedt je voortdurend wijsheid, men biedt je kracht, men biedt je steun, men biedt je hulp, maar je moet ze aanvaarden. En hier komt dat zo duidelijk tot uiting. Je begint in het leven altijd met een doel; en dat is meestal tamelijk stoffelijk. Geen mens begint met geestelijk te streven. Maar er komt een tijd, dat je niet verder kunt, dat je het idee hebt: Nu sta ik stil, nu is het zo'n beetje afgelopen. Mat moet ik nu nog? Dan kun je onrustig worden of je kunt proberen de zaak te forceren, je kunt je eigen wezen in oproer brengen. Maar je kunt ook luisteren, gewoon eenvoudig absorberen wat er dan tot je komt. En dan blijkt dus dat de rustfase, die de mens in het leven vindt, eigenlijk voor hem geen dood tij is; dat het niet is: het steeds weer wachten op een bevordering of op een herstel van aanzien of van rijkdom. Neen, het is een tijd van leren; en in die periode van stilstand, waarin je eigenlijk niet weet hoe het verder moet, zou je moeten absorberen wat je dan wordt gegeven. Niet omdat het onmiddellijk bruikbaar is (want je kunt jezelf en de wereld er niet direct mee veranderen), maar het is datgene wat het je mogelijk maakt om je weg verder te gaan. En dan zal de mens dus tot God gaan. Hij zal langzaam maar zeker door belevingen, door streven, door zijn denken zeggen: Nu heb ik dus God; ik ben bij het geheim. De mens zal dit zeggen “bij de inwijding”: Maar ook dat is niet voldoende want dat geheim of die inwijding is ook betrekkelijk. God erkennen, dat is mooi en goed, maar je moet ook weer leren om de kracht van God te worden. En daarom krijgen we dus niet alleen de fasen, die ons naar het Hogere voeren, maar ook de weg terug. Dat is eigenlijk heel typisch. We zeggen. dan: Wij moeten dus begrip hebben voor het grofstoffelijke en voor het hooggeestelijke. Maar we kunnen dat contact, die band niet vinden. Wij kunnen de weg niet vinden, die voor ons noodzakelijk of goed is. Dat is heel erg moeilijk. Langzaam groeit er echter een begrip. Je komt van het geestelijke meer naar de praktijk toe. maar je bent nog niet werkelijk bij de materie, bij het gewone leven. Er is nog een verschil. En dan sta je stil en zeg je: Wat moet ik er nu mee? Ik voel het in mij. Ik heb die kracht, ik heb die wijsheid, maar het brokkelt onder mijn handen weg, zodra ik het wil toepassen. Dan is het ook weer precies hetzelfde; luisteren en leren, omdat je begrijpt dat wat je hu bezit, het punt waarop je nu staat, alleen volgens een zekere weg of op een bepaalde wijze weer dichter bij het Zijn kan worden gebracht. Dan zie je op een gegeven ogenblik dat deze mens het hoogste en het laagste, het meest lichtende en wat duister schijnt tot elkaar brengt. Hij lost in zich het kosmisch raadsel op. Dat zijn grote woorden "hij lost in zich het kosmisch raadsel op". Ik weet, het gaat om wijding. Misschien mag ik het niet zo ingewikkeld maken, maar als we nu eens goed beseffen wat dat betekent, dan kun je alle eeuwige kracht uiten, zo ver ben je gekomen. Maar omdat je die kracht kunt uiten en toch die kracht in de stof kunt erkennen en uit jezelf voortbrengen, moet je ook die stof beseffen. Dat is wat we bij Jezus zien. Jezus doet wonderen: hij wekt mensen uit de dood op, hij geneest mensen, hij profeteert, hij wandelt over de wateren, hij vermenigvuldigt de wijn en het brood en de vis. En hoe hij het doet, daar zullen we dan niet verder op ingaan. Hij presteert dat. Hij heeft een beheersing, waarop ongetwijfeld ook de materie antwoordt; of dat nu kennis is of het wonder dat men erin wil zien, daarover behoeven we nog niet eens te praten, maar hij heeft dat. En dan moet diezelfde Jezus het kruis accepteren. Hij moet voor zichzelf de machteloosheid van de stofmens zonder geestelijke kracht en geestelijk licht aanvaarden om op deze wijze het mogelijk te maken om werkelijk het Licht in de materie te uiten. Dat hebben de mensen van zijn tijd niet begrepen, vandaar dat ze riepen: "Indien ge dan de Messias zijt, kom af van het kruis!" Daar hadden ze van uit hun standpunt groot gelijk in. De mens, die niet verder ziet en niet verder denkt, vraagt de manifestatie van macht van uit het "ik". Maar Jezus (en wat dat betreft eigenlijk een ieder die de inwijding, de rijpheid van het 6 ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
licht ondergaat en terug weet te komen tot de menselijke praktijk) ziet ook dat hij juist menselijk zwak moet zijn om dat licht te kunnen uiten. Dat strookt niet met onze opvattingen, wanneer we in de stof leven, dat weet ik. We verlangen naar het licht; en als het licht er is, dan vluchten we terug naar de schaduw. Maar we begrijpen niet, dat de werking van licht en schaduw, van koude en warmte tezamen het werkelijke leven zijn, dat de levende kracht juist daardoor haar werkelijke openbaring vindt, dat voor vruchtbaarheid droogte en regen elkaar moeten afwisselen, dat leven en dood elkaar moeten afwisselen, opdat de mens kan rijpen. We willen of het een of het ander, maar we kunnen niet begrijpen dat beide bij elkander behoren. We begrijpen niet dat hoogste macht en grootste hulpeloosheid in feite elkaar completeren en gezamenlijk pas goddelijk maken. En daarom loop je in je leven zo vaak vast. Want, vrienden, het is altijd erg gemakkelijk om te bidden en het is gemakkelijk om een beroep te doen op de geest en het is gemakkelijk eisen te stellen en te vragen: waarom niet zus en waarom niet zo? Maar als je dat doet, sta je er eigenlijk nog een beetje buiten. Indien deze tijd van vernieuwing ook voor de mens een vernieuwing moet betekenen en niet alleen maar een tijdelijke afwisseling, dan moet hij niet alleen eerst beseffen wat er verandert (en dat is veel), maar hij moet ook zelf mee veranderen. Hij moet leren, dat zijn gebed niet is: een afschuiven van verantwoordelijkheid of het overdragen van een taak aan een ander, maar dat het is het zelf volbrengen van een taak ín die hogere kracht. Hij moet leren begrijpen, dat vernieuwing niet betekent: de totale en plotselinge verandering, die men daarin zou willen zien (b.v.: alle mensen ineens vrolijk, goed en deugdzaam en alleen maar voor elkaar leven), maar dat het moet zijn: een samenvoegen in jezelf van het hoogste licht en de meest eenvoudige praktijk van het stoffelijk leven. Nu heb ik u eigenlijk heel wat lering zitten verkondigen. Ik heb geprobeerd u een beeld te geven van de groeiprocessen, die eigenlijk de lente van de nieuwe tijd genoemd zouden kunnen worden, omdat er ongetwijfeld reeds velen zijn, die al zien ze de sneeuw in de zon en ergens in de lucht al de lente gaan proeven. U proeft misschien de lente van de nieuwe tijd zo nu en dan, maar u moogt niet vergeten dat het een proces is, waarin u zelf moet groeien, wil de zomer voor u betekenis hebben. Misschien ben ik hierin ook wel een beetje vervelend, want ik geef u zo weinig troost. Ik zeg niet, dat het een ander is, die voor u zal doen. Ik zeg alleen dat het de kracht is, waarmee gij het kunt doen. Ik zeg u niet, dat het de kracht is, waarmee gij de wereld kunt veranderen. Ik zeg alleen, dat gij in u de kracht kunt vinden om de wereld kracht te geven; en dan zal die wereld zelf moeten bepalen, of ze verandert. Ik zeg u niet, dat alles wat er gebeurt zonder meer goed is, maar ik zeg u dat alles een lering is, het goede en wat u het kwade noemt, alles bij elkaar heeft het zijn waarde, zijn betekenis, zijn lering, indien u die lering erin vindt, indien u in al deze dingen (dus ook in de stilstand, in de hulpeloosheid, in het "niet weten waarheen”) toch de kracht kunt vinden om de lering te absorberen, die er in zit. En dat is niet alleen de lering, die wij geven, maar dat is ook dat wat het leven u zegt, de nieuwe inzichten die u krijgt, de nieuwe ervaringen die we opdoen. En dan moeten we toch het evenwicht vinden om te zeggen: Van hieruit moeten we weer verdergaan, we moeten onze weg weer verder zoeken. Dat is niet erg hoopgevend, ik geef het direct toe. Maar het is heel wat anders dan als je zegt: Wanneer je jezelf lang genoeg oefent, kun je misschien eens zo dansen dat het is, of er een ballet wordt gedanst. De mensen hebben veel liever dat je zegt: Hier heb je een kaartje voor het ballet en dan is alles voor elkaar; maar dat gaat niet. Vergeef me dus, als ik misschien wat langdradig ben geweest hier of daar, of als ik dingen heb gezegd, waarvan u denkt: Nou, moest dat nu juist vandaag? Maar begrijp alstublieft ook de werkelijkheid! Er is niets, dat zonder zin gebeurt. Alles heeft zijn doel. Dat doel wordt niet bepaald door wat u weet of wat u denkt. Het wordt bepaald door wat de kracht, waarin het plaatsvindt, de mens waarin het plaatsvindt, de wereld of de maatschappij waarin het plaatsvindt, is en denkt en weet. Het is de kracht, die een nieuwe eigenschap moet ontwikkelen, of u het nu nodig vindt of niet. Het is de kracht, die dat wat u misschien perfect en mooi vindt moet breken, omdat dit verstarring betekent. Het is het zoeken naar het nieuwe en het in jezelf sterk worden, waarop alles aankomt.
ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
7
Orde der Verdraagzamen Nu wil ik niet met deze noodkreet eindigen, tenzij u vindt dat het nu de hoogste tijd wordt om er maar mee uit te scheiden. Ik wil u n.l. ook nog iets anders vertellen, maar dat hangt met het voorgaande niet helemaal samen. Er is in dit jaar dat weet u allen onnoemelijk veel aan het gebeuren. Het zijn dingen, die misschien pas in latere jaren worden beseft voor wat ze zijn. Het is meestal zo, dat terwijl de historie wordt gemaakt, je het niet beseft, maar als je later terugkijkt, dan zeg je: Dat was een grote tijd. En zo is het op het ogenblik ook. Het wonderlijke en het grote hierin is wel, dat dit jaar een fantastisch sterke inzet brengt van wat u ingewijden en hooglichtende geesten pleegt te noemen. Dat is dus niet een kwestie van: nu gaan er mirakelen gebeuren; en nu zullen we ineens Jezus zien komen gezeten op de wolken; en nu zullen we Boeddha zien rondwandelen e.d., maar het is doodgewoon: er is een kracht, er is een sfeer. Een sfeer, die buitengewoon veel spanningen en onrust met zich brengt. In die sfeer echter komt zeker in de komende paar maanden en dat loopt bijna tot augustus toe een soort gouden sprankeling, een fonkeling van het ware kosmische Licht. Als u zich nu gaat ergeren over de spanning, dan zult u het nooit kunnen vinden. Maar als je ondanks alles ergens dat licht kunt zien en je begrijpt dat dat licht je ook aan jezelf onthult met de fouten die je hebt maar ook met de goede kanten en de mogelijkheden, waardoor je jezelf beter leert kennen, juist in deze tijd van spanning. Je begrijpt, dat je daardoor altijd weer de grote rust kunt vinden, als je je beroept op het hoogste, waarin je waarlijk gelooft, dan zul je zien dat die komende maanden voor de individuele mens van beslissend belang kunnen zijn. Het is: hoe zult u dit aanvaarden? Hoe zult u dit beleven? En dan zult u ook wel ontdekken dat er in uw leven vaak zelfs ingrijpende veranderingen zullen zijn. Dingen, die je misschien allang hebt zien aankomen of waarover je allang hebt gedacht, maar die toch een beetje anders zijn dan je je voorstelde en die toch wat moeilijker zijn dan je je voorstelde, die,een aanpassing en een nieuw inzicht vergen of zelfs een nieuwe aansprakelijkheid. Wanneer dat gebeurt - onthoudt u dat nu eens van mij - dan moet u dus niet gaan zeggen: Jonge, jonger wat is dit een zware tijd. Dat is het voor iedereen, die alleen maar kijkt naar de buitenkant. Maar al dat ingewijd werken op aarde, dat licht dat overal a.h,w. doorheen is geweven, dat maakt al die veranderingen, al die noodzakelijke aanpassingen en al die moeilijkheden tot iets, waarin zo ontzettend veel kracht en zoveel bewustzijn zit. Overwin dus je moeilijkheden in deze tijd. Maak je niet al te druk over al die veranderingen. Probeer voor uzelf na te gaan wat er in nieuw wordt en waardoor. Erger je dus niet over wat er verloren gaat, maar zoek naar het andere, het nieuwe dat erin zit en leef de kracht, die in je leeft. Dan zult u ontdekken dat zo'n jaar als dit (1963) aan de ene kant een soort rampjaar is, maar aan de andere kant een soort geboorte of hergeboorte betekent. We beleven op het ogenblik eigenlijk het begin van de geboorte van de lichte tijd, maar ook van de verlichte mens. Vandaar al die veranderingen, al die pijnlijke gebeurtenissen, al die teleurstellingen, al die onverwachte dingen, al dit zoeken naar nog iets beters of anders, al die versuffing, misschien ook die eigenaardige loomheid, die storingen in je geheugen, dat niet weten wat je met jezelf moet doen, dat is allemaal deel ervan. Natuurlijk kun je jezelf daarmee bezighouden en is het ongetwijfeld een ellendig jaar voor de meesten. Maar misschien dat de toekomst ook weer vol ellende is. Men kan ook proberen het licht te vangen, dat erin zit, want in al die veranderingen zit ergens een fonkeling van een "misschien". Voor de mens is dat misschien een soort hoop, een verre verwachting of een impuls, waardoor je eens iets verandert. Denk niet, dat je in deze jaren de definitieve vorm vindt, maar weet dat wanneer je altijd het lichte, het betere, het vrolijke, datgene wat je a.h.w. hernieuwd doet leven, wat je eens een beetje inhoud geeft, weet te putten uit de ellende, uit de verandering, uit de loomheid, uit de tegenslagen, uit de verwarring van de tijd en de ellende van stakingen en rampen en gebeurtenissen, ja, zelfs uit het lijden van jezelf en van je medemensen dat je eigenlijk dan pas innerlijk die hergeboorte meemaakt. Het schijnt, dat de eerste fase van het proces goed zal verlopen. Dit jaar brengt dus wel alle ellende en verwarring, maar het is niet een kwestie van: het oude moet nu eerst helemaal ondergaan Er is veel dat zich kan aanpassen en kan veranderen. Zorg, dat u daaronder bent. En als het komende jaar een beetje traag en taai is, put dan uit de kracht die u in dit jaar hebt
8
ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
gevonden en uit het licht dat u dit jaar hebt gevonden; dan kunt u het daarop volgende jaar (1965) geestelijk zowel als stoffelijk aan. Nog een laatste raadgeving: Bedenk wel, dat deze jaren niet meer toestaan en dat is toch wel heel belangrijk, dat je geestelijk het ene doet en stoffelijk het andere. Stof en geest worden juist in deze jaren verenigd, omdat het herboren worden een verstoffelijking betekent van een nieuwe geestelijke kracht, een nieuwe geestelijke tendens. Wanneer u dus eenzijdig blijft op het ene of op het andere terrein, loopt u vast. En als u dat wil ik er nog bij vertellen in uzelf die fonkeling, die goede kant laten we het zo maar noemen dat beetje licht of dat ogenblik dat je toch verder uitgrijpt, als u dat kunt vatten, dan moet u eens zien, hoe het eigenlijk allemaal meevalt. Zo, nu ben ik werkelijk klaar. Ik heb dus mijn deel gebracht. Zoals gebruikelijk kunt u een onderwerp of een woord geven, waarmee we dan kunnen besluiten. HOOP Ja, dat is nu eigenlijk gevaarlijk, want als je zegt "hoop", dan denkt de mens soms aan de doos van Pandora; alles ontsnapte eruit, alleen de hoop bleef achter. Maar de hoop is eigenlijk iets anders. Ik weet dat in een lichte wereld, in kristallijnen sferen mijn wezen kan verkeren en ondergaan het licht. Ik weet dat nu reeds grote kracht, die in mijn wezen is gericht op kern nu van heel mijn zijn. Maar ik herken het niet. Het is een vaag beseffen, een ongeweten weten en lusteloos het "ik" verheffen en toch haast weer vergeten van wat ik reeds beseffen mocht. In de krachten van mijn wezen schuilen vrezen. Schuilt lijden, demonen van nood, angst voor leven en angst voor de dood. Maar ik weet dat onbewust om die lichtende kracht; en zo wordt de hoop tot aanzijn gebracht. Want wat ik besef en toch niet kan weten, dat wat ik voel als een mogelijkheid, dat wat ik erken als buiten de tijd deel van mijn wezen, maar helemaal niet ken, dat wat ik leef en dat wat ik ben, dat vloeit tezamen in een beeld van het leven; en dat is de hoop, die mij steeds wordt gegeven; verandering, maar beter zijn. Maar is er niet boven de pijn en hoop van verlossing de hoop van het licht, van een zinrijk bestaan en boven de plicht zelfs nog iets anders, dat alle waan van ’t stoffelijk leven, dat vergaat en van het geestelijk leven dat bestaat, die alle waan van tijd en ruimte in 't "ik" uiteindelijk doet sterven? Want hoopt men niet als mens en als 'geest ’t eeuwig lichte te bereiken? Ik ben deel van mijn God en deel van; Zijn kracht ik ben deel, van de dag en ik ben deel van de nacht. Ik ben een deel van de eeuwigheid, deel van de tijd. Ik ben deel van de vrede en deel van de strijd. Ik ben deel van God, Die leeft in het Al. Ik ben deel van dat, wat mij komen nog zal, en wat is geweest van de eeuwigheid. En wanneer ik dan niet wetend mijzelve nog strijd, wanneer ik vraag naar de weg, die 'k verder moet gaan dan is er iets in mijn wezen dat toch wil verstaan: Je bent deel van het Al, deel van het licht, deel van de Kracht. Het zijn is niet plicht, maar de macht van de Schepper in jou weergegeven. En dan hoop je altijd weer op licht in 't leven. Dat is eigenlijk de hoop, het ongeweten weten van ons eeuwig wezen, uitgedrukt in de beperkte begrippen van geestelijk of menselijk zijn, in een verwachting die eigenlijk is gebaseerd op een beperking van de werkelijkheid, die we zijn. En daarom zou ik willen zeggen, als ge zegt "hoop" als laatste onderwerp: Hoop niet op de eenvoudige gebeurtenissen, want dan zul je je vaak vergissen. Maar hoop op die kracht, op dat licht, waarvan je ten slotte deel bent. Hoop op de verwezenlijking van wat je bent in alle sferen en in alle tijden, want het is zeker dat die hoop tot werkelijkheid wordt. ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID 9
Orde der Verdraagzamen Er is geen teleurstelling, wanneer je streeft naar het licht. Er is geen teleurstelling, wanneer je de eeuwigheid bereikt en er is ontdek dat ook in uzelf geen enkel licht of geen enkel duister, maar er is het samenvloeien van licht en duister, zoals het in God bestaat, in jezelf. Het huwen der tegenstellingen, waarin een vrede wordt geboren, die ligt achter al het gekende, ja, zelfs achter de verblindende schittering, waarin God Zich voor ons in dit Al openbaart.
10
ZI 650303 – DE REACTIE OP EEN NIEUWE GEESTELIJKE WIJSHEID
Het nieuwe priesterschap
Datum:
13-11-1960
Soort:
lezing
Reeks:
2. Zondagmorgenkring > Zondaggroep II > Zondaggroep (II) 1960-1961
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
© Orde der Verdraagzamen Zondaggroep II 13 november 1960 Goeden morgen, vrienden.
Zondagochtendkring
Op deze zonnige zondag is het de bedoeling dat ik een eind terugga met u naar het verleden. Er zijn in de historie, maar ook in de geestelijke ontwikkeling van het mensdom, bepaalde parallellen. Een van deze parallellen ligt ongeveer tussen de komende 40 jaar en een periode die op het ogenblik ruim 6600 jaar geleden is
HET NIEUWE PRIESTERSCHAP
Dat is een tijd, waarvan de mensen weinig weten, maar die ik vandaag toch even in de herinnering zou willen terugroepen. In deze dagen aanbaden de mensen de zon en de maan. Een eredienst die zich zeer lang heeft gehandhaafd en die ook nog ongeveer 2000 jaar geleden hier en daar zeer opportuun werd geacht. Toen deze periode begon, was de wereld in een staat van verwarring. De grote rijken, die men tegenwoordig kent, waren nog niet gevormd. Overal was een zoeken naar plaats, enkele rampen op de wereld hadden een verschuiving van stammen veroorzaakt. De mens, die wij in deze dagen zien, was inderdaad volgens elke maatstaf wild. Zijn leven bestond hoofdzakelijk uit vechten en jagen, terwijl aan landbouw betrekkelijk weinig werd gedaan. U zult zich afvragen, waarom ik naar deze tijd juist terugga. Maar in die dagen de ontwikkeling van de krijgsman een maximum had bereikt, maar tevens een onmiddellijke omschakeling beloofde naar het priesterlijk element, zo zijn wij in deze dagen ook gekomen tot een tijd, waarbij de krijgsman, zij het vaak in de vorm van een handelsvorst, regeert. En wanneer deze vorsten regeren en strijden, wanneer zij - zij het misschien met minder geweld, maar op grotere schaal - trachten hun eigen voordeel en belangen te verdedigen, zo ontstaat een ongeveer gelijke situatie in geestelijk opzicht. Ook nu mogen wij verwachten dat het priesterschap (en daarmee bedoel ik niet een kerkelijk priesterschap, maar het ware priesterschap) toe zal nemen. Het vergelijk dat ik dan ook maak zal niet zo zeer gericht zijn op het zuiver historisch moment als wel op een geestelijk gebeuren. In de wildheid van die dagen en de volheid van menselijk geweld, de siddering van heel de aarde onder ongekende spanningen werden meer en meer mensen geboren tot een nieuw begrip. Zij voelden aan dat hun goden; de zon, de maan, een bepaalde invloed moesten hebben en zij trachtten die invloed voor zichzelf te vinden. Daarbij begon men oorspronkelijk de eigen stamdienst op te voeren. Maar de kleine stamgoden waren voor velen niet bevredigend. Zij waren te klein en te beperkt, men zocht een ruimer beleven en bovenal een ruimere macht. In deze periode zien wij hoe de Sjamanen, de primitieve priesters en wichelaars, samen een grote bond vormen. Een bond die doet denken aan de geheimbonden van medicijnmannen, zoals die thans in Afrika bestaan. Zij nemen zich voor om hun kunnen en vooral hun macht, ten koste van alles, te verdedigen. Zij zijn aansprakelijk voor het aanstellen van stamhoofden, die inderdaad gevoelig zijn voor de macht van de Sjamanen en menigeen moet vallen omdat hij, ofschoon een eerlijk en goed opperhoofd, niet geneigd is het oor te lenen aan zijn geestelijke raadgevers. De mensen die dit beseffen, die zien hoe in vele gevallen eerlijkheid, oprechtheid en vooral ook geestelijke reinheid en zuiverheid in het gedrang komen, wenden zich af. Er is een kleine periode die doet denken aan het existentialisme; Groepen worden tot vrijbuiters en alleen het bestaan zelf interesseert hen. Men beleeft dit bestaan zo intens mogelijk. Uit deze groepen en andere extremisten vinden wij de nieuwe priester. Een eenvoudig lid van een stam, iemand die geheel geen rechten doet gelden op anderen, maar die in zich op vreemde wijze de macht van zon en maan schijnt te concentreren. Hij schijnt het licht van de zon te beheersen en niemand weet hoe, maar uit een geheimzinnige trance, die niet gepaard gaat met het oorverdovend geroffel van de trom en de vreemde verwrongen bewegingen van de Sjamaan, geneest hij, brengt hij orakels naar voren, voorspelt hij de toekomst en leidt hij de jacht. Oorspronkelijk zijn deze nieuwe krachten mensen, die vervolgd worden. De medicijnman en de door hem naar ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP 1
Orde der Verdraagzamen voren geschoven opperhoofden zullen in vele gevallen trachten dergelijke wonderdoeners te doden, want, zo zeggen zij, dit zijn bedriegers. Zij beantwoorden niet aan de stamgod, zij zijn verraders en in het gunstigste geval worden zij uitgejaagd in een wildernis, waar zij zich hetzij een nieuwe stam, hetzij de ondergang zoeken. Wat speelt zich in die dagen in deze priesterlijke mens af? Een zoeken, een tasten, een zeker mystiek beleven. In de stam zelve is het verzet tegen de uiterlijkheid te groot geworden, en de mens die voor zichzelve denkt, meent dat zon en maan, dat de godin die vruchtbaarheid schenkt en de Heer die de wereld regeert, tezamen meer moeten zijn dan alleen maar pionnen op een schaakbord van macht en politiek, beheersers van geheimzinnige onderwerelden, demonen die het leven bedreigen. De Sjamanen geloven in die tijd nog niet zo aan het voortbestaan van de mens en omtrent de dood doen vele vreemde verhalen de ronde, waarvan een der meest gangbare is; "Hij die faalt, hij zal door demonen worden verscheurd en opgegeten. (Na zijn dood wel te verstaan) en degene die slaagt zal rusten in het graf als een held, hij zal onaantastbaar voortbestaan, maar niet bewust zijn. Hij zal slapen. Eenmaal zal hij ontwaken." Deze leer vinden wij overigens ook in het vroege Jodendom weerkaatst, terwijl zij deel uitmaakt van de latere diensten b.v. van Babylon en zelfs de Alexandreense filosofie rond de wisseling van heerser, dus rond jezus’ tijd. Zij voelen aan; hier moet iets méér zijn en zo trachten zij zichzelf in te stellen. Zij concentreren zich op de maan, zij concentreren zich op de zon. Een tijd lang is er een cultus die tracht in de zon te staren om zo in het zien van het verblindende licht de waarheid te vinden. Maar de meesten van deze worden ziek of blind. Er worden veel fouten gemaakt in die tijden. Enkele stammen blijken sterk genoeg om hun Sjamanen te onderdrukken, terzijde te stellen. Bij anderen daarentegen heersen de opperhoofden of de Sjamanen in volle nacht en achtervolgen zij al het nieuwe, voor zover het in hun vermogen ligt. Maar de innerlijke kracht, het zoeken zelf, brengt een bewustwording. Welke bewustwording, dat zullen we zo dadelijk zien. Ik wil eerst deze tijd vergelijken. In deze dagen is er een macht van partijen en groeperingen, die wij zeker mogen vergelijken met staatshoofden of opperhoofden, stamhoofden. In plaats van de Sjamanen zijn de vele grotere en kleinere groepen gegroeid, die ten koste van alles trachten hun gelovigen en zelfs zo mogelijk een gebied, een land, een provincie te domineren. Ook in deze dagen bestaat er bij de gelovigen wel een waar aanvaarden en een geloof, maar bij de priester, bij de prediker is heel vaak ook het gezag, het leergezag en de macht een zeer belangrijke, zo niet de belangrijkste factor. Wanneer het niet anders gaat, zien wij zelfs zeer vreemde combinaties van religies die elkaar bestreden hebben tot het laatste toe, thans samenkomen in een strijd zoals zij zeggen tegen het heersende ongeloof. De strijd om de macht, die wij in het verleden zagen, wordt ongeveer gelijk weerspiegeld. De verplaatsing van mensen, het zoeken naar nieuwe machtsverhoudingen, dat ik u uit het verleden schetste, bestaat ook in deze dagen. Enigszins anders, dat is waar, maar de opmars van de z.g. onontwikkelde en onbeschaafde volkeren toont aan dat ook vandaag een nieuw evenwicht op de wereld wordt gezocht. In de plaats van de vele persoonlijke godheidjes begint in vele mensen de gedachte aan een Kosmische God te leven. In de plaats van de vele geheimzinnige groeperingen, die eens de macht in handen hadden, in de plaats ook van de vele belangengemeenschappen, die thans nog de macht in handen hebben, komt meer en meer de behoefte om een grotere vrijheid, groter inzicht en grotere zekerheid te gewinnen, die niet gebaseerd is op slaven, ketenen en banden, geweld en gezag, maar die voortkomt uit een samenwerking en een samenleving zonder meer. Zoals in het verleden vele mensen droomden en werden tot priesters, zich verzettend tegen het officieel godsdienstig regime en het gezag, zo zien wij in deze dagen vele verschillende wijzen genezers en wonderdoeners. Tegen elk gezag van de kerk in, zien wij bepaalde predikanten en dominees genezingsdiensten houden. Tegen elk nuchter gezag en denken van de mensheid in, spreken op de wereld mediums en profeten, worden esoterische godsdiensten en gedachtegangen sterker en sterker uitgedragen. De parallel is wel degelijk aanwezig en ook hier is de vraag; Wrat zal de mens beroeren die zoekt naar een oplossing voor alle tegenstrijdigheid? Wat zal de mens beroeren die als nieuwe, priesterlijke mens zoekt in een zichzelf confronteren met de Godheid, de levende krachten daarvan een nieuwe weg wijzend?
2
ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
Het verleden geeft ons als antwoord: Zij zullen vervolgd en uitgestoten worden. Deze tijd, die beschaafder is, zal ongetwijfeld beschaafder wapens gebruiken, maar de situatie zal gelijk zijn. Ik meen hiermee een voldoende parallel te hebben aangetoond en zou nu die priesterlijke mens willen ontleden. In de eerste plaats moet er een grote ontevredenheid zijn. Een ontevredenheid met een reeks van leringen en uitleggingen, die op een of andere wijze het "ik" niet beroeren, die het "ik" a.h.w. enigszins onaangenaam aandoen. Dat is niet alleen een kwestie van gezag, maar kan een mens zijn eigen innerlijk wezen en gevoel regeren? Zo was het in het verleden, zo is het nu. Er waren vele wetten gesteld aan de priesters van de oudheid en er worden in deze dagen vele wetten gesteld aan de priesters van de moderne tijd. In beide gevallen regeren ze via het stamhoofd, in beide gevallen zien wij in de mens twijfel rijzen aan de wijsheid van vele van die wetten. Wij zien in de mens een zekere weerzin ontstaan tegen de gebondenheid. Wij zien bovenal in beide gevallen een verzet tegen de laksheid van anderen. Men kan zien met neerleggen bij het "laisser faire", voelt zich stoffelijk machteloos en grijpt uit naar de geest als enig wapen. Daarmee sta je aan het begin van een weg. die vaak moeilijk en zwaar is. Een weg die vele weerstanden met zich brengt. Een weg die je voortdurend in twijfel en in strijd met jezelf zal brengen. Maar het is ook een weg die soms en onverwacht de meest wonderlijke resultaten toont. Vanuit de twijfel komt het eerste zoeken naar vrijheid. De vrijheid zoekt men niet door nu plotseling elke wet te verwerpen, maar men zoekt naar een eigen leraar, een eigen meester, een eigen inzicht, een eigen contact met de kosmos. Was in de oudheid een meester of leraar ook vaak een profeet in de stof, in deze dagen is een groot gedeelte van de wereld aangewezen op de geestelijke meester, de geestelijke leraar. Dat wil niet zeggen dat men nu een voltooiing heeft omdat men een meester heeft gevonden, integendeel, men begint, de gesprekken die je met jezelf schijnt te voeren, de inspiraties die in je opbloeien. Een beeld waarmee je nog niet helemaal eens bent, een beeld dat door de ervaring nog steeds wordt gewraakt en toch voel je je genoopt om verder te gaan. Verder en verder zoek je naar eenheid, naar kracht, naar inzicht. Soms meen je dat je de vrijheid materieel moet zoeken en je zoekt ze te ver, meestal grijpt het lot in, zoals in het verleden, en dwingt je te beseffen dat vrijheden wel bestaan moeten, maar dat ze niet genomen moeten worden om de vrijheid zelve, maar alleen wanneer ze een doel hebben. Zo ontplooit zich in die mens een vreemd contact. Een contact dat in het begin een soort stem is. Wij weten dat er in de oudheid een periode is geweest, dat velen in zich vernamen wat men tegenwoordig de stem van de geest zou noemen. Maar dit is niet voldoende, de eigen kracht moet meer zijn. Wij zien daarna een tijdlang allerhande erediensten ontstaan en culten die door kleine groepen in het geheim worden bedreven. Ze hebben echter weinig zin, ze bieden geen werkelijk heul en in vele gevallen is hun z.g. wetenschappelijkheid, een z.g. op feiten gebaseerd zijn, uiteindelijk niets anders als een mantel voor een werkelijkheid die je met wilt beseffen. Ook hierover komt die mens heen. Hij grijpt naar alle mogelijkheden om zichzelf uit te drukken, ieder op zijn eigen wijze. Maar die mogelijkheden blijken op een gegeven ogenblik wel bevredigend voor het ik, maar niet aanvaardbaar, niet voldoende. En wanneer die mens zelf dit niet snel genoeg ontdekt, dan grijpt vreemd genoeg door een innerlijke wijziging de buitenwereld in en ontneemt hem wat teveel is, dat wat niet past. De eerste periode is er meestal een, waarin je jezelf armer meent te weten. Een tijd, waarin je soms een zekere begaafdheid bezit, maar waarin daar tegenover staat het wegvallen van heel veel, wat je genoegen was, je vreugde was, waarin je sterkte of uitdrukkingsmogelijkheden meende te moeten vinden. Langzaam gaat het verder. Je komt meer alleen te staan. Er zullen ogenblikken zijn dat je meent geheel eenzaam en verlaten te zijn, maar ergens in jezelf heb je nog kracht. Nog steeds meen je die kracht aan een ander te ontlenen, nog steeds meen je dat het alleen kan wanneer anderen helpen en ingrijpen en daarom zul je vaak aarzelen en terugvallen, maar dan komen de eerste ogenblikken van bewustzijn: Ik zelf heb de band met het eeuwige. Zoals men in de oudheid zeide; Ziet, zon en maan hebben zich in mij verenigd en daarom heb ik kracht. Het kosmisch ik, geprojecteerd in het tijdelijk ik van een priesterlijk mens, is een directe macht die hij aan niemand ontleent, die bestaat krachtens zijn eenheid met het hogere. Deze periode toont ons weer veel moeilijkheden, want men zou zo graag iemand hebben om zich te beroepen en men heeft niemand. De priesterlijke mens moet zelve voor zijn God kunnen treden. Hij moet zelve de goddelijke last kunnen dragen. Zonder dit heeft hij geen betekenis, geen waarde in de wereld. En dan komt de laatste fase. De mens die ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP 3
Orde der Verdraagzamen dit alles heeft kunnen doorstaan, die niet is teruggevallen op bijgeloof, die niet is teruggevallen in de kleinheid van onwetendheid of een bewust verwerpen, komt tot een kennen. In de oude tijd noemde men dat de wetenschap der goden. Later zei men; magie, tovenaars. En in die oude tijd, nu meer dan 6600 jaar geleden, ontstonden binnen de tijd van één generatie plotseling duizenden tovenaars, magiërs die werkten uit eigen kracht, magiërs die geheimzinnige wetten schenen te kenen. Magiërs die, sterk zijnde, met een enkel gebaar de meest wilde demonen, opgeroepen door opgezweepte dansen van de Sjamanen, terugdreven. Magiërs bovenal die een vaak vreemde invloed hadden en wanneer de mens ten krijg trok, zoals de lemming zich in de zee wilde storten om te gaan, zo was vaak een enkel gebaar van zo’n magiër voldoende om ze te doen aarzelen en terugdeinzen en de magiër zelf wist niet hóe, maar het feit bestond. Het is een korte periode om zoveel magiërs te doen ontstaan, een periode van één generatie, in die tijd van 25 tot 30 jaar. Een heel korte tijd, maar zó kort kan die tijd niet zijn, vrienden, of hij was voldoende om in hen die daarvoor reeds rijp waren, het bewustzijn, de bewuste kracht, de bewuste openbaring te doen ontstaan. Deze korte periode was voldoende om in velen de innerlijke eenheid met het Groot Goddelijke tot stand te brengen, het was voldoende om een bijna vergeten broederschap, de witte broederschap, stoffelijke leden en voertuigen te bezorgen. En wanneer dit in het verleden zo was, waarom zou het in deze dagen niet mogelijk zijn? Ik heb u opzettelijk meegenomen naar een ontwikkeling in het verleden, want de mens gelooft niet graag dat wonderen gebeuren in deze dagen en toch zeg ik u; die wonderen gaan gebeuren! Vreemde wonderen, onbegrijpelijke dingen. Dingen waar je misschien niet zult vechten en worstelen, maar dingen die waar zijn, reëel en echt, die voortkomen uit een Goddelijk Licht. In deze dagen bestaan precies dezelfde spanningen. In deze tijd en in deze dagen zijn evenveel en méér mensen dan vroeger in zich aan het worstelen om waarheid. In deze dagen gaat men evenzeer de wegen van de bewuste witte eenheid; de magie, ontleend aan een eenheid met het Goddelijk Wezen, en daarnaast vertoont men evenzeer de zinledige en rituele tovenarij, waarmee men mensen tracht te verblinden. De situaties zijn gelijk. De mensen die zoeken naar waarheid, ondergaan nu reeds precies dezelfde processen. Priesters van de nieuwe tijd zoeken ook nu hongerig naar de mystieke eenheid, die ze met eens kunnen omschrijven, waarvan ze de betekenis slechts ten dele beseffen. Zo is het in deze dagen. Volkomen parallel. Een parallel, vrienden, die naar ik meen doorgevoerd zal worden tot het laatste toe, zodat, waar eens uit het ontwaken van het nieuwe priesterschap de grotere gemeenschap, het rijk inplaats van de stad dezer dagen, uit diezelfde kracht en datzelfde priesterschap de gemeenschap van een wereld of tenminste van werelddelen geboren zal worden, die evenmin meer grenzen kennen, die samenwerken voor één doel en één bereiken. Ja meer! Ik meen dat deze nieuwe priesters, die evenals in het verleden een periode van waarheid geboren zullen doen worden en wanneer een nieuw geslacht een nieuwe toren van Babel men opnieuw bouwt, wanneer men opnieuw Sin maakt tot een afgodsbeeld en de grote Bêl van licht, probeert te maken tot een schim van schrik waarmee men anderen regeert, dan zal er weer verdeeldheid zijn. Maar nu bereidt zich alles voor op eenheid. Deze dagen geven de nieuwe kracht, de nieuwe leidssnoer. En met dit onderwerp heb ik dan tevens getracht een volgende spreker in te leiden. Een spreker die behoort tot onze groep en onze orde, ofschoon u hem waarschijnlijk weinig ontmoet hebt. Want u begrijpt: hier hoort meer bij. Dit is een situatietekening; het volgende is mogelijk een lering, misschien een opdracht of een nieuw begrip. Ik voor mij neem afscheid van u en ik wens u toe dat deze morgen niet alleen een interessante, maar een morgen van innerlijk licht zal mogen zijn voor u allen. Een aangename zondag. o-o-o-o-o Goeden morgen, vrienden. Deze morgen hebben ij ons voorgenomen u iets te zeggen. over het nieuwe priesterdom dat ontwaken kan in de zielen van mensen. De kern van al wat ons beweegt, al wat in ons leeft, is
4
ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
een goddelijke liefde, een eenheid van stof en geest en sferen, die in ons samenvloeit tot dit ene begrip; Vader, God en Kracht. Het priester worden kan niet worden gezocht. Men kan niet zeggen; "ik kies mijzelve uit en ik wil priester zijn in deze dagen, Uw geest heeft vele, vele reizen gemaakt. Ze heeft stof gekend en sfeer, ze is haar weg gegaan. Maar op een dag als deze, in een tijd als deze, openbaart zich in hen die rijp zijn de goddelijke liefde in een overmaat van kracht. Deze liefde, die voor ons allen kenbaar is, brengt voor sommigen de éénwording van geestelijk willen en stoffelijk kennen. Zij brengt na een aarzelend zoeken het we ten om een innerlijke kracht. Voor hen, die tot dit priesterschap geroepen zijn (want geroepen wordt men), spreek ik vooral op deze morgen. Daarnaast tot hen die, niet geroepen zijnde, begrijpen kunnen en kunnen volgen. Weet dan, dat deze dingen bovenal werkelijk zijn in u, de zekerheid die onrust en gejaagdheid voor een korte wijle doet verstommen. Indien u antwoord geeft op dit moment van rust, zo zult gij in uzelve sterk zijn boven alle mate en deze kracht zal u voortdragen door de dagen, ook wanneer ge wederom onzeker, wankel en zelfs angstig meent te zijn. Werkelijk bovenal is het gevoel van verbondenheid en eenheid, dat de mens verbindt in gedachten met mensen die lijden, met onrust en onheil dat de wereld bedreigt, hem in staat stelt een beeld te maken van vrede en licht, zichzelve beroerd voelende door een sidderende kracht, die hij niet erkent, die boven zijn vermogen is. Wérkelijk zijn in deze dagen de dromen, waarin vijanden tot vrienden worden, werkelijk is het duister, dat u als een opake massa omgevend, plotseling wordt tot kracht en licht. Wáárheid in deze dagen, want het eerste eerste deel van de kracht is gegeven. Het eerste deel van de kracht is op de wereld geopenbaard en nu komt de tijd van de innerlijke werking. Er zal geen verschil zijn tussen mens en geest, en geest en geest zullen elkaar ontmoeten in mens en mens, en mensen zullen samengaan en het verschil niet beseffen. Voor hen die wakker zijn, voor hen die verstaan en in zich begrijpoen, voor hen die nu nog verward zijn en toch steeds hoger licht en hogere kracht voelen, komt de openbaring. Gij die nog niet weet, nog niet beseft, weet wel dat de Goddelijke Liefde zelve slechts hen verkiest en wekt, die in staat zijn te volbrengen. De taak is zwaar en het is moeilijk vrij te worden van het vele dat je thans nog bindt. En daarom is er liefde en genade voor recht, daarom is er vrijheid en mogelijkheid voor een ieder om ten dele te ondergaan en te aanvaarden en toch nog zich af te wenden. Maar voor hen die werkelijk licht en kracht kennen in zich en wakker zijn, komt het ogenblik van ontwaken. Ik zeg u; velen zullen in de komende jaren in zich de kracht kennen. Zij zullen weten wat kosmische liefde is. Zij zullen weten wat goddelijke kracht is, want deze dingen zullen zij in zich erkennen en uit zich openbaren. Het is de tijd van de geroepenen en dit al wordt geboren uit de liefde van de Alkracht en de grootheid van het innerlijk licht. Laat mij u enkele feiten geven voordat ik terugkeer tot de plaats die mij is gegeven in dit bestaan. Gij zult in uzelve erkennen, zo gij geroepen wordt, de flits van licht die u een ogenblik verblindt. De stem, die ongevraagd de woorden spreekt, zal uw wezen in oproer brengen. Gij zult in uzelf kennen de kracht die u voortjaagt, terwijl ge het doel nog niet kent. En zo ge niet geroepen zijt tot de hoogste taak en toch mee moogt werken aan het licht van de nieuwe tijd, het nieuwe priesterdom, het nieuw ontwaken, zo zult ge in uzelve kennen de vrede die alle vrede te boven gaat en die in een kort ogenblik soms zorgen van jaren schijnt weg te nemen. Gij zult kennen de honger naar een antwoord, dat niemand u schijnt te kunnen geven. Gij zult in uzelf kennen het vertrouwen op waarden, die ge niet kent en die ge niet eens zult kunnen aanduiden. Indien deze dingen in u zijn, zo zal u de band gegeven worden met hen die weten, en uit het weten de bewustwording noodzakelijk om deze wereld in een nieuwe tijd te doen ingaan, gedragen door het nieuw geestelijk licht, het nieuwe mystieke weten van de tijd in eenheid met den Alvader, die alle dingen regeert en leeft in allen. En opdat ge beseffen zult hoe waar deze dingen zijn en hoe vol van betekenis, zo geef ik u nog één teken, geen profetie, maar een teken; zo gij verlangt naar deze dingen, zo gij zoekt voor uzelf dit innerlijk licht te vinden, zo zal na driemaal zeven dagen en enen dag (5 december 1960) voor uzelve het onverwacht gebeuren een nieuw inzicht geven in waarden van stof en geest en zo gij verlangt, zult gij dit werkelijk maken en deze werkelijkheid, uw nieuw vermogen en uw nieuwe taak, kunnen erkennen. ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP 5
Orde der Verdraagzamen Indien ge dat teken ontvangt en die weg gaat, dan zult ge niet meer zijn deel van de Orde Der Verdraagzamen, besef dat wel. Dan zult ge samen met ons in een groter verband werken. Dan zult ge met velen die ge kent en niet kent, de Naam weten, de ware Naam van de kracht die deze dagen regeert, die deze tijd zal maken tot een verheffing van de geest boven de stof en een bewustwording vanuit mens en geest en kunnen ingaan tot grotere waarheid. Besef wel, dit alles wordt gegeven uit de Lichtende Wil en de alomvattende Liefde van de Godheid, uit wie we zijn geboren. Aanvaard deze dingen en zoek deze dingen en erken de waarheid, die in deze dagen leeft, sterker dan ooit. Verlichten. De krachten des lichts mogen uw pad verlichten, de sterken mogen u kracht geven, het bewustzijn des Heren u vrij maken van de banden die u thans belemmeren. God zij met u. o-o-o-o-o Ja vrienden, een rare tijd, wanneer de hoge bazen zelf aan het woord komen. Weet u, wat het ellendige is? Ze zeggen zo ontzettend veel met zo weinig woorden, dat je denkt dat ze niks zeggen, totdat je je realiseert wat ze gezegd hebben. Een lastige situatie. Misschien mag ik het op mijn simpele manier nog eventjes dichter bij de wereld brengen. Oh ja, ik mag niet lang aan het woord blijven, dat zal ik er ook bij vertellen. Op het ogenblik is er in de geschiedenis een knooppunt, een kritiek punt, zeggen ze. Dan kun je altijd weer zien dat dat op gezette tijden, in perioden, komt, en nu op het ogenblik is er dus een periode van laten we zeggen ongeveer 17 maanden. Die 17 maanden zijn het knooppunt voor geestelijke en ook voor stoffelijke ontwikkeling. Dat is een kritieke periode, maar in die periode is het net of de grens die bestaat tussen bepaalde geestelijke waarden en sferen en de mens, veel minder wordt. Je kunt zeggen; het is het als een grote school. We zitten allemaal netjes in de klas. Nu is het speelkwartier, we verblijven op een speelplaats en nu kunnen dus de ouderen beter helpen en degenen die het slecht menen kunnen beter pesten. Wij kunnen nu op onze manier op het ogenblik kiezen contact op te nemen of kracht te aanvaarden die anders veel moeilijker te krijgen is. Die periode begint, geloof ik, zo over 8 of 9 dagen voor dit deel van de wereld, voor Nederland dus. Nou ja, en als het begint, dan is het natuurlijk zaak, dat je er gebruik van maakt. Vandaar dat u twee sprekers heeft gehad, die er zo het een en ander over hebben gezegd. Nu zegt de praktijk voor mij natuurlijk; het klinkt allemaal mooi en ik hoop dat het waar is, weet u wel? Hetzelfde wat je zegt als je een politicus zijn verkiezingsprogram hoort uitspreken. Dan denk je ook; ik hoop dat het waar is, maar ik zal het wel zien. Ik zou zeggen; doe het op dezelfde manier. U hebt tekens aangekondigd gekregen; nou, wacht maar rustig af of ze komen. Er zijn u krachten beloofd of bepaalde moeilijkheden. Wacht het maar af. Het gaat er voor mij, geloof ik, helemaal niet om, dat u nu gaat zitten hunkeren om priesters van de nieuwe tijd te worden. Het gaat er doodgewoon om dat u klaar bent, om, wanner er wat komt, het ook in ontvangst te nemen. Weet u, het is het als met de honderdduizend. Als je een lot hebt, dan kun je de hoofdprijs winnen, als je er geen hebt, krijg je zeker niks, maar als je dat lot zo hebt weggeborgen, dat het met de rest van de rommel in de kachel verbrand wordt voordat je je realiseert waar je het gelaten hebt, dan zit je er ook naast. Zo is het met deze dingen. U hebt op het ogenblik zelf weinig invloed meer op wat u precies zult zijn of worden in deze tijd. Er is een hele periode geweest dat je je moest voorbereiden, dat je voor jezelf moest zeggen; Nou ga ik er eens wat doen. Maar met het geen vanmorgen is gezegd, kunt u wel bevatten, dat zover het betreft die priesterlijke werking, dat ontvangen van kracht, het uiten van kracht en al wat ermee samenhangt, de zaak nu eigenlijk zo’n beetje klaar is. Je moet in vroegere incarnaties een bepaald iets geweest zijn of beleefd hebben. Je moet in jezelf in dit leven tot een bepaalde instelling zijn gekomen. Je moet a.h.w. open staan voor het hogere, zonder nu direct de wereld uit het oog te verliezen. Je moet dus de juiste houding gevonden hebben op het ogenblik, anders is de kans niet groot dat je die eerste golven van kracht precies voelt. U zuil ze wel ondergaan, maar ja, niet zo intens. Wie klaar zijn, weten dus waar ze aan toe zijn. Wanneer je binnenkort dat gekke gevoel in je krijgt, dan zul je dus voor jezelf weten; Oh, nu kan ik de priesterlijke kant uit. En dan moet je voor jezelf uitmaken of je het zelf wilt. Je bent vrij. Het is belangrijk dat er mensen konen, die in deze tijd zo’n beetje leiding kunnen geven en die eens kunnen helpen met de bovennatuurlijke kracht, waar iedereen anders tekort schiet. Ik bedoel; je wordt in zo’n geval 6 ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
een soort hulp voor hopeloze gevallen, vooral geestelijk, maar daarnaast waarschijnlijk ook hier en daar stoffelijk. Bereik je dat, dan is dat mooi, goed, prettig, maar je moet weten dat je daarmee ook een hele hoop moeilijkheden op je hals haalt, want dat men je zal vervolgen. En daarnaast moet je ook nog weten dat degenen, die daartoe overgaan, heel wat verder zijn gekomen. Ze mogen rustig met de Orde verder trekken, als ze zin hebben, maar meer op voet van gelijkheid met de sprekers van de Orde. Niet meer zo van; wij doceren en jullie luisteren netjes, maar eerder met het idee; Dat zullen we samen nu verder opknappen. Dan heeft de hoge baas nog iets gezegd wat erg belangrijk is. Hij zei: Dit is een openbaring van de liefde Gods en nu is die liefde Gods, zoals u misschien weet, de Christusgeest. Met andere woorden; In de mensen, die die priesterlijke functie werkelijk volledig kunnen aanvaarden, ontwaakt de Christusgeest met alle Goddelijke Kracht en verwantschap daaraan verbonden, en met alle bezwaren, daaraan verbonden. De bezwaren zijn niet zo groot. Je zou kunnen zeggen; Nu bereidt men de komst voor. Dit is een soort stem van een roepende in de woetxijn, maar die stem blijft niet roepen, want al gauw zal over de wereld klinken; "Hier is Hij, hier is de Kracht, die vrij maakt de wereld.” En als je daar nu eens over nadenkt dan geloof ik dat we met elkaar één ding eens kunnen zijn; Het is een grootse tijd, waarin we leven! Een lastige tijd misschien, maar een grootse tijd en die komende dagen, waarin het licht en de lichtende kracht vanzelf zich gaan openbaren op die wereld, alleen maar mee te mogen maken in stof en in geest, is een van de grootste voorrechten die er bestaan. En daarom zou ik zeggen; Denk na over wat er gezegd is. Glimlach nu reeds. Weer alle mistroostigheid uit je binnenste en zeg tegen jezelf: "Ik ben blij dat ik leven mag in deze dagen en ik hoop, dat ik delen mag in de grootse krachten, die binnen zeer korte tijd al zich gaan ontplooien op de wereld." En ben je niet uitgekozen, ben je niet klaar om priester te zijn, wees er niet treurig om. Per slot van rekening; dan mag je volgen. Dat is veel rustiger, want dan hebben zij de last en jij de deugd. ALS je sterk bent en je mag priester zijn, denk dan maar zo; Je hebt een hele hoop last en een hele hoop zorg, maar daarvoor krijg je ook een inzicht en een eenheid met het goddelijke, die je anders misschien in geen 5 incarnaties achter elkaar gekregen zoudt hebben. Als ik nu in mijn handeltje zat, zoals vroeger (spreker Henri is marskramer geweest op aarde), zou ik zeggen; Jongens, dit is nu een aanbod, waar winst in zit. Wees klaar om in te kopen, wanneer de tijd er is." Wees klaar om in dit zaakje te stappen, want op deze manier kun je voor anderen, voor jezelf en voor de Kosmische Werkelijkheid, je Kosmische Ik, het beste doen wat er te doen is; Winst maken in korte tijd. Ja, als ik dat zo hoor, klinkt het een beetje onwaardig, het of het een handelszaakje is. Laat ik het dan zo zeggen, voordat ik meteen het slotwoord ook nog moet gaan spreken. Wanneer je gouden licht wordt geboden, vergeet dan alle dingen. Wanneer in je eeuwige krachten zingen, luister dan niet naar aardse muziek. Neem wat je aan eeuwigs wordt gegeven, zelfs in de beperktheid van een stoffelijk leven en bouw daaruit een eeuwige macht en kracht, waardoor je, al wat je worden zult en bent geweest, eeuwig in werkelijkheid kunt leven. Dat is op het ogenblik de slagzin voor vandaag. Is er nog iemand, die een passend woord voor het slot ter behandeling heeft aan te bieden? Verwachting Genade Vreugde . Ja, nu krijg ik er drie tegelijk. Laten we zeggen; Wij wachten het goddelijk licht in vreugde. Daar zit ongeveer alles ga ik het lekker niet berijmen. Dit zijn geen begrippen om even aan elkaar te lijmen met een paar rijmende woordjes. Het is te belangrijk. Een mens zegt wel eens; genade. Maar wat is genade anders dan het ervaren van het erfdeel dat God van het begin af aan in je heeft gelegd? Mens en geest zij wij eeuwig, geboren uit de Eeuwige, bestemd voor het Eeuwige. Mens en geest zijn wij waar, geboren uit Waarheid en ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP 7
Orde der Verdraagzamen bestemd voor de Waarheid, zelfs wanneer we nog in de waan leven. De genade is het vinden van een deel van je eigen ik en wezen, in een tijd dat je de werkelijkheid nog niet beseft. Hot is een grote vreugde te weten dat je behoort tot de Eeuwige, dat je onverbrekelijk met Hem verbonden bent, dat je een bent met de grote scheppende en lichtende Kracht. Het is een grote vreugde in jezelf de zekerheid te hebben dat, welke taak je ook wordt opgelegd, wat ook je leven, geestelijk of stoffelijk, zal zijn, je strevende naar waarheid daarin de kracht van de ware Godheid kunt vinden. Ik zou zeggen; wanneer we nog niet weten wat is en wat gaat komen, dan zitten we soms een klein tikje in de rikketik. Dan voelen we ons als kinderen die in Sinterklaas geloven, wanneer de ketting van Zwarte Piet in de gang rammelt. Dan klopt ons hart vol van verwachting, maar een beetje angstig, omdat we niet precies weten wat gaat komen. Ik geloof dat dit geldt voor óns, zowel als voor de wereld. Er is in deze wereld en in vele werelden op het ogenblik een verwachting, een stille, ademloze verwachting, want men weet; er moet iets gebeuren, er moet iets komen en niemand weet wat. In de geest is de verwachting vreugdig en blij, in de wereld misschien nog aarzelend en angstig, maar een ding is zeker; Dat, wat wij verwachten, is de Goddelijke Liefdekracht in volste openbaring. Hoe of waar dit dan ook naar voren komt, zich openbaart of uit. Daarom mogen we, óók wanneer we wantrouwen of niet precies weten waar we aan toe zijn, toch met innerlijke vreugde en zekerheid, met dankbaarheid zelfs voor de mogelijkheden die ons geboden worden, wachten op die uitstorting van waarheid en lichtende kracht, die ons brengt tot ons wettelijk erfdeel, ons aandeel in de waarheid Gods en in de openbaring van Zijn werkelijkheid en liefdekracht in alle sferen en op aarde. Als we dat verwachten, dan geloof ik dat we alleen maar net als de kinderen zo tegen Sinterklaas, nu alvast aan de schoorsteen mogen zingen, nu alvast innerlijk - ook al weten we nog niet wat er komt - mogen zegen: "Dank U God, voor wat Gij geven zult, voor wat Gij mij nu geeft en wat ik nog niet besef. Dank U voor de eenheid die Gij wilt vormen met mij en mijn wezen. Geef mij het bewustzijn en de kracht om U te aanvaarden; Uw wil, wet en werken door Uw grote geesten en de meester van de komende tijd geopenbaard, vanuit mijn wezen te dragen tot geest en sfeer, opdat zij mogen kennen het licht en het inzicht, de glorie van Uw wezen!" Dan is het helemaal niet vroom om dat te zeggen, maar logisch, want een God die in je wacht om je Zijn kracht en Zijn genade te geven, een God die wacht op het ogenblik dat je rijp bent om je te maken tot een instrument van Zijn liefde en maar tegen zeggen; "Dank U. Wij zijn klaar, wij wat ons wordt gegeven. Als we niet beseffen hoe het is, help ons en geef ons leiding, want wij willen Uw taak aanvaarden, Uw kracht in ons opnemen, Uw wil volbrengen zo goed als we kunnen." En dat lijkt mij de enige manier om dat begrip "verwachting" in dit kader uiteen te zetten, zonder te rijmen en misschien niet altijd gelukkig gezegd, maar van harte gemeend. Ons wacht het innerlijk feest van licht en liefde Gods en de mogelijkheid dit uit te dragen als wij zeker zijn van den Eeuwige. Dat is het belangrijke. Daar gaat het om en als je dat hebt, kan weinig of niets je meer deren. Ik wens u een prettige zondag toe.
8
ZII 600113 – HET NIEUWE PRIESTERSCHAP
Magie in het dagelijks leven
Datum:
13-01-1978
Soort:
lezing
Reeks:
3. Stem van Gene Zijde > Stem van Gene Zijde III > Stem van Gene Zijde 1977-1978
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
- Magie in het dagelijks leven
- Beantwoording vragen
Mystieke inwijding
Datum:
08-04-1971
Soort:
lezing
Reeks:
1. Plaatselijke kringen > Kring Den Haag > Den Haag 1970-1971
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
MYSTIEKE INWIJDING
Er zijn op deze wereld heel wat verschillende soorten van inwijding. De meest eenvoudige vormen zijn inwijdingen, waarmee men anderen iets zegt of iets laat erkennen. Ik denk hierbij aan bepaalde genootschappen, waar het inwijden van een lid betekent, dat het allerlei gebaren en woorden te leren krijgt; dat het kort en goed leert hoe de anderen te erkennen. De mystieke inwijding, is uit de aard der zaak wat anders. Men zou haar misschien nog het best kunnen vergelijken - hoe vreemd het u moge klinken - met de inwijding, zoals de oude handwerkgroepen die kenden. Ik denk hierbij b.v. aan de vatenmakers en dergelijke lieden. Als daar een leerling zover was gekomen dat hij een proefstuk kon afleveren, dan werd hij opgenomen als volwaardig lid. Dat noemden ze ook een inwijding. Hij had eerst zelf moeten bewijzen, dat hij in staat was zich als volwaardig lid te gedragen, dan pas werd hij met allerlei feestelijkheden, meestal ook nog met grote tractaties op kosten van degene, die werd ingewijd, aangenomen als lid van een bepaalde branche, een soort vakgroep. Nu is mystieke inwijding iets, dat gebaseerd is op mysterie. Het is een geheim, zou men kunnen zeggen. Maar dan is het toch wel het geheim van de mens zelf. De mens draagt in zich een aantal begrepen en onbegrepen waarden. Het meest eenvoudige zijn natuurlijk de zuiver stoffelijke waarden; die kun je allemaal verklaren. Daarnaast zijn er de associatieve waarden en die worden al heel wat moeilijker te definiëren. Dan tref je de emotionele waarden aan, die nog weer in betekenis en inhoud afwijken van de associatieve. En achter dit alles ligt een geheimzinnige belevingswereld een projectiewereld a.h.w., waarin de mens soms verkeert en waarin hij op een voor hem niet na te vertellen wijze in contact komt met krachten, die voor hem het hogere representeren. De mystieke inwijding is dus in de eerste plaats een inwijding, waarbij het gaat om innerlijke zaken. In de tweede plaats is zij slechts de bevestiging van een innerlijk groeiproces. De feitelijke inwijding bestaat eigenlijk niet. Zij is alleen maar een formulering en soms een parafrasering van hetgeen je al bent. Er bestaat geen reële inwijding in dit opzicht. Dat de mensen die term toch gebruiken en dat ze zich daarvoor interesseren, is te danken aan het feit dat er heel wat genootschappen en groepen bestaan, die de esoterie hebben uitgekozen als pad om te gaan. Degenen, die zich daarmee bezighouden, moeten natuurlijk een zeker geestelijk peil bereiken. Bij hen bestaan dan ook graden en rangen. Zo spreekt men over inwijdingen, waarvan sommige een bovenzinnelijk of bovennatuurlijk karakter hebben; en daar zijn we dan onmiddellijk bij het mystieke. In de oude tijd was het allemaal mooi geregeld. Een inwijding was eigenlijk een proces, waardoor je begon te leren. Er is een tijd geweest dat elke inwijding begon met het leren lezen en schrijven. Als je dat had geleerd, dan kon je nog wat kruidkunde leren, iets van geneeskunde en een soort psychologie zij het dan op wat religieuze basis. Als je dat allemaal had gehad en je was volwaardig priester geworden, dan had je nog de kans een stap verder te gaan en werd je geconfronteerd met jezelf. Dat proces doet een beetje denken aan de trips, die sommige jongelui tegenwoordig wel eens maken door middel van LSD e.d.. Gevaarlijk misschien. Dat waren ze vroeger zeker, maar aan de andere kant onthullend. Je reist a.h.w. in jezelf. Je wordt geconfronteerd met alle angsten, alle begeerten, alle vreugden, die er in je leven; en zo word je voor een ogenblik je eigen wereld. In die wereld moet je weer een doel, moet je zin ontdekken. En als je dat hebt gevonden, dan kom je er gerijpt uit. Je zult de wereld anders zien. Het mystieke element van de hele inwijding ligt natuurlijk in de trip die vroeger met bepaalde drugs werd bereikt. In andere scholen werd die weer met concentratie, meditatie en contemplatie bereikt. De situatie van een mysticus is altijd moeilijk te omschrijven. Het is iemand, die in andere dingen meer ziet dan de gewone mensen. Het is iemand, die a.h.w. een kleur nét een tikkeltje meer geprononceerd ziet, die geuren ruikt die aan een ander voorbij gaan, die gevoelens 164 – MYSTIEKE INWIJDING 1
Orde der Verdraagzamen waarneemt die uitgestraald worden en die een ander net niet ontdekt, want zijn mystieke achtergrond heeft wel degelijk een reële basis. Het is zo gemakkelijk te zeggen: Een mysticus of een mystica is eigenlijk een beetje hysterisch en dat sublimeert in allerlei bovenzinnelijke onzin. Dat komt inderdaad wel voor. Maar iemand, die gevoeliger is, kan dat misschien niet zo gemakkelijk weergeven; voor hem heeft de wereld een andere inhoud. Die inhoud botst ergens met het gedrag, met de normen van de mensen waarmee hij moet leven, met de waarden en waarderingen die in de gewone wereld bestaan. Het is dit proces van botsingen tussen je eigen beleven en dat wat in de wereld normaal schijnt te zijn, dat je voor het eerst doet zoeken naar de definitie van het verschil. Je zou kunnen zeggen: Zijn ze nu allemaal kleurenblind en zie ik alleen kleur? Dan moeten die kleuren iets betekenen. Maar wat? Er is in de wereld geen referentiewaarde. Niemand ziet die kleur. De omschrijving is er niet. Je kunt het niet eens zeggen; en als je het zegt, klinkt het onzinnig en je voelt zelf dat het onwaar is. Je gaat zoeken en dan zeg je: Het moet wel aan mij liggen. Maar het kan niet alleen aan mij liggen, want dan zou het niet zo wetmatig en in vele verschillende vormen rond mij voorkomen. Dus moet ik vinden wat míj anders maakt dan anderen. Het klinkt misschien een beetje gek en menigeen die zich met mystiek bezighoudt zal dat verwerpen, maar toch is het eerlijk waar. Het begin van de mystiek is altijd het erkennen van een verschil tussen de wereld, zoals jij haar beleeft en zoals een ander haar beleeft en daarmee de erkenning van een verschil tussen jou en de ander. Daarop bouw je voort. Het anders zijn wordt weer bevestigd in de wereld en door de mensen. Er moet dus een hogere noodzaak voor zijn. Heel vaak krijg je de associatie; Dit hogere is God. Ik beleef God. We vinden dit b.v. heel sterk bij te zeer gelovige mensen. Degenen, die de discipline van Ignatius van Loyola volgen (die wel degelijk gericht is op het bereiken van mystieke beleving) zullen daarin God zien volgens hun kerkelijk begrip en maar al te weinig beseffen, dat hun kerkelijk definitie niet veel anders is dan het formuleren van het onformuleerbare. Het weergeven van iets, wat je eigenlijk niet kunt weergeven door het te associëren met iets wat niet veel méér is dan een sprookje. Begrijp dat goed. De situatie van zelferkenning en de noodzaak tot projectie van delen van je zelf, omdat ze in de wereld ook bestaan, zet zich voort. Op een gegeven ogenblik ontstaat er iets, dat je een nieuwe realiteit zou kunnen noemen. Een psychiater zou hier waarschijnlijk spreken van een vlucht in een pseudo-realiteit. Hij vergeet echter één ding; hij komt alleen in contact met mensen, die dat doen vanuit ziekelijke maatstaven, omdat ze zich niet kunnen aanpassen. Maar er zijn heel veel mensen bij wie de aanpassing aan de mensheid betrekkelijk eenvoudig gaat, maar die innerlijk méér kennen en daardoor komen tot de projectiewereld. In die projectiewereld spelen zich dan allerlei belevingen af, die op den duur van het wat sprookjesachtige, soms karikaturale, verder groeien naar een soort mathematica van de geest. Dat is de tijd, dat je begint te worstelen met symbolen. Je kunt misschien niet zeggen: “God is zo”, maar je kunt zeggen: “God is voor mij wel een driehoek maar geen vierkant.” Het waarom laat je nog even in het midden. Het is zuiver associatief. Je gaat verder en je krijgt op den duur een aantal beeldformules, vaak aangevuld met kleur, die voor jou oneindige waarden uitdrukken en wat meer is, die kunnen worden gebruikt om je op oneindige waarden te richten. Je gaat je instellen door je te concentreren op zo'n bol, een driehoek of wat anders. Je stelt je daarbij de passende kleur voor en voordat je het weet is het net alsof je losraakt van die algemene werkelijkheden of al die buitengewone dingen, die een ander niet schijnt op te merken, naar voren komen en je wordt ingeschakeld in een totaal nieuw bestaan. In dat nieuwe bestaan zijn wel wetten, maar die kun je niet meer vergelijken met de wetten, die van de wereld zijn. Het is een toestand, waarin ook het lichaam allerlei eigenaardige reacties pleegt te vertonen. En waarin bij sommige projecties psychische traumata worden omgezet in lichamelijke traumata. Iemand, die zich b.v. identificeert met het lijden van Jezus en dit intens doet op deze mystieke wijze (want het is wel degelijk een mystieke vereniging, een vereenzelviging op een hoger niveau die dan plaatsvindt), toont vaak lichamelijk de wondplekken, die men de stigmata noemt. Op soortgelijke wijze zal iemand, die zich volledig los voelt van de wereld, een zekere levitatie kunnen vertonen. Voorbeelden daarvan zijn er genoeg, o.a. zelfs in de hagiografie, de officiële levens der heiligen, waarin verscheidene van die voorbeelden worden vermeld. 2 164 – MYSTIEKE INWIJDING
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
Maar waarom zou het daarbij blijven? Je verandert. Het symbool, dat je beziet en dat voor jou de uitdrukking is van een hogere waarde of van een andere belevingsvorm, is daarbij geworden tot het sleutelbegrip. Indien ik dit begrip in mij wek, verandert het mijn afgestemdheid of mijn waarnemingsmogelijkheid in de wereld en daarmee tijdelijk ook mijn gedrag en zeker ook mijn persoonlijke inhoud. In heel veel mysteriën is dan ook het vinden van je eigen symbolen heel belangrijk. Ofschoon men daarbij vaak volgens een bijna dogmatische waarheid werkt met vaste regels, systemen en indelingen, komt er het ogenblik dat men niets meer kan bepalen; dat de mens hoogstens nog zijn eigen symbool kan bepalen. En dan zegt men heel vaak: Het is een proefwerk dat je maakt. Nu moet je maar eens vertellen: wat is je symbool en wat betekent het voor jou? De meeste mensen zullen niet begrijpen, dat je daarmee niet alleen iets vertelt over de mogelijkheden die je mystiek maar dat je daarmee ook iets zegt omtrent jezelf. Want vergeet niet: al komt men tot het hanteren van zeer eenvoudige mathematische structuren en vormen als symbool, dat het toch de persoonlijke gevoelswereld is, die de keuze bepaalt. Het hoogste dat je kunt beleven, zul je onwillekeurig (er is dus helemaal geen bewust zoeken meer bij) een, uitbeelding geven, die overeenkomt met je gevoelswaardering voor een dergelijk symbool. De uitleg is meestal secundair; het symbool zelf zegt een ter heel veel over de persoonlijkheid. Als je dit hebt gehad, zou je kunnen zeggen: Nu ben ik er. Maar er ontstaat een steeds grotere discrepantie tussen de wereld, die je in de mystieke verrukking of ontruktheid bereikt en de normale wereld. En deze kloof moet je steeds weer proberen te overbruggen. Het is niet zo, dat je eenmaal een brug slaat die blijft bestaan. Het is elke keer weer een gevaarlijke tocht. Het is a.h.w. het balanceren op de snede van het zwaard van de profeet boven de afgrond van Gehenna. Faal je, dan laat je alle angsten, alle negativiteit van je persoonlijkheid op jezelf los. Dit is soms wel eens gesymboliseerd als “de wachter op de drempel” of ook wel; de onnoembare kracht, die overwonnen moet worden. In andere gevallen symboliseert men het door dieren en slangen of zelfs vuur als wachter te stellen. Het is een voortdurende zelfoverwinning om vanuit een mystieke wereld terug te keren tot de gewone wereld. Maar het eist nog veel grotere beheersing en overwinning om dan weer de afstemming op dit mystieke bestaan terug te vinden. Als wij dus spreken over mystieke inwijding, dan hebben we het niet over een bereiking. We hebben het over een voortdurende toestand van strijd, waarin het “ik” wanhopig probeert om erkende hogere waarden en werelden, waartoe het is ontwaakt, toch weer op te nemen in zijn normaal wereldbestaan. Het lukt vaak niet. En juist de mensen die het niet lukt zijn degenen, die zich het gemakkelijkst voor ingewijden gaan uitgeven. Het klinkt misschien een beetje onaardig, maar het is zo. Deze mensen compenseren hun onvermogen om die twee werelden bij elkaar te brengen door het aannemen van een pseudo-superioriteit in hun eigen wereld en gelijktijdig, het vervangen van hun werkelijke mystieke wereld voor een groot gedeelte door wensprojecties, die ze dan hoogheid toeschrijven, omdat ze bang zijn voor de werkelijkheid. Dus als iemand naar u toekomt en zegt: “Ik ben een hoge ingewijde,” dan moet u maar denken: Die kletst weer uit zijn nekharen. Maar als er iemand bij u komt, niet veel zegt, maar u laat merken wat er in u leeft, zijn begrip daarvoor toont en u gaat met hem meedenken, dan zou het een ingewijde kunnen zijn. Als je alles even terzijde zet wat er aan bijkomstigheden is bijgemaakt, wat vinden we dan als kern van deze z.g. mystieke inwijding? Ik zeg “zogenaamd”, want u begrijpt wel, dat de mystiek een werkelijkheidsvervreemding is, terwijl de bereiking eigenlijk niet van de werkelijkheid vervreemd blijft. Integendeel, je gaat door een reeks waantoestanden naar een toestand van erkende realiteit toe. Dat ziet men vaak over het hoofd. De basis zou ik als volgt willen omschrijven en dan moet ik uitgaan van een persoonlijke formulering. Dat is met al deze dingen, die enigszins in het bovenzinnelijke zweven: je komt terecht bij een persoonlijke formulering, die zelfs mede wordt bepaald door je eigen achtergronden, je denkwijze, je opvoeding, de wereld waarin je leeft. Dat alles heeft invloed. Je kunt in mensenwoorden het hogere nu eenmaal niet volledig formuleren. Voor mij lijkt het dus als volgt: 164 – MYSTIEKE INWIJDING 3
Orde der Verdraagzamen De mensheid - en wat dat betreft de totaliteit van leven, dus alles wat er maar aan leven denkbaar is van het hoogste tot het laagste toe - vormt ergens een eenheid. Er is een gemeenschappelijke kracht. Zou je voor de eerste keer ermee in contact komen, dan zou je je dat waarschijnlijk voorstellen (ik ga hier uitdrukkelijk uit van mijn eigen voorstellingswereld) als een grote bol vol lichtpuntjes. En terwijl je daar naar kijkt, blijkt dat er dunne lijntjes lopen van lichtpunt naar lichtpunt. Soms zijn er punten, die honderd lijntjes aan zich hebben verbonden, andere misschien maar tien en een enkele maar één of twee, maar ze zijn met elkaar verbonden. Terwijl je ernaar kijkt, ga je er eigenlijk in op en ontdek je: er is wel die veelvuldigheid (al die lichtpuntjes met hun verbindingen) maar ik ben er ook mee verbonden. Zodra ik die verbondenheid besef, ontvang ik de impulsen van al die andere lichtpuntjes. Ik ben dus niet alleen maar één puntje in de bol, maar door de krachten die ik ontvang ben ik gelijktijdig ook de bol zelf. Ik heb een dubbel bewustzijn gekregen. Het is alsof mijn persoonlijkheid zich heeft gescheiden in een superieur ego, waarvan ik deel ben en een persoonlijk ego, dat doel is van het superieure, naar zich als deel t.a.v. het geheel kan onderscheiden, ook in bewustzijn. Dit gevoel van enorme verbondenheid kan natuurlijk op vele manieren worden uitgedrukt. De een spreekt over de menselijkheid, de ander over de naastenliefde en een derde misschien over de onthechtheid, waardoor wij juist volledig verbonden zijn. Het zijn slechts termen. De kern is altijd weer dit: Ik ben deel van een geheel. Naarmate ik mij meer van mijn deel-zijn van het geheel bewust word, zal ik het geheel beter in mijzelf beseffen, maar gelijktijdig, mijn functionaliteit ten aanzien van het geheel ook beter beseffen en bewust beter daaraan kunnen voldoen. Ik kan datgene, wat mij vroeger werd opgelegd door een wereld, die ik niet helemaal begreep, nu gaan verwerken. Ik kan dus zelf a.h.w. mee bestemmen met welke nadruk ik in dat geheel functioneer. De situatie van de mens, die zover komt is een beetje wonderlijk. Stel je nu voor dat je tegen de mensen zegt; Wat maakt het voor verschil uit wie wat doet of wie wat heeft, we zijn toch allemaal een en hetzelfde. Ja, dat gaat misschien goed, zolang je met arme lieden te doen hebt, maar als je tegen de bankdirecteur zegt: Ach, wat geeft het nou wie van ons dat geld heeft, ik neem er maar wat van, want we zijn toch een en hetzelfde, dan ben ik bang dat u met een ander deel van dezelfde totaliteit, dat zich rechterlijke macht noemt, in wonderlijke verwikkelingen raakt. Aan de andere kant kun je je dat gevoel niet ontzeggen. En dat is de grote moeilijkheid. Men kent daarvoor een uitdrukking, die zo rond Pasen misschien wel erg toepasselijk is: Je sterft onder marteling, onder pijnen om dan hernieuwd en genezen herboren te worden. Iemand, die iets weet van mystiek, zal begrijpen waarom men dat idee van lijden, van ondergang erbij haalt, want een groot gedeelte van het ego bestaat niet werkelijk. Het is een fictie, die men omtrent zichzelf in stand pleegt te houden. Die fictie is juist datgene, waaraan men hangt. Het is grotendeels de mogelijkheid tot expressie in je eigen wereld; en dat te verliezen is uitermate pijnlijk. Het is a.h.w. je macht bereiken door een volledige onmacht te moeten ondergaan. Dan is er die uitblussing, want op een gegeven ogenblik is er geen contact meer tussen jou en de wereld. Men noemt het ook wel hellevaart. Anderen zeggen: Het is een ogenblik rusten in het verborgen duister, voordat de feestzaal wordt geopend. (Die formulering stamt overigens uit een Griekse inwijding.) Je hebt niets meer. De mensen, die je hebt liefgehad, zijn, op de een of andere manier van je weggedreven. Er is misschien nog wel een contact, maar het is niet meer wat jij denkt en wat jij zoekt. Bezittingen, waaraan je eens vreugde, had, zijn dof en smakeloos geworden. De vermaken van eens, die je nog mechanisch bedrijft, worden tot een marteling, omdat je het gevoel hebt in betekenisloosheid tekort te schieten en door die onverschilligheid in de ogen van anderen inderdaad tekort schijnt. Het is werkelijk een pijnlijk proces. Het lijkt even een deterioratie van de hele persoonlijkheid. Maar juist als je het gevoel hebt; nu kan mij helemaal niets meer schelen, er is niets meer, en in een totale onverschilligheid aanvaardt wat je bent, gaat dit hogere “ik” een grotere invloed op je krijgen, een bewustere invloed vooral. En je ontdekt langzaam maar zeker: het is helemaal niet belangrijk wat ik als klein clowntje daar tussen andere clowns verricht. Het is alleen maar belangrijk, dat ik die totaliteit tot uitdrukking breng. Vanaf dat ogenblik keer je weer terug tot jezelf.
4
164 – MYSTIEKE INWIJDING
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
De situatie is eigenlijk niet veranderd, maar het spel is nu weer belangrijk. Niet omdat je dit spél van belang vindt, maar omdat je het contact, de uitdrukking, de gemeenschap eventueel, die daarin tot uiting komt belangrijk vindt. Het werken op zichzelf vind je misschien nog steeds een dwaasheid of misschien ben je pas goed van de grote dwaasheid ervan bewust geworden. Toch doe je dat werk zo goed mogelijk, omdat je door dit werken iets uitdrukt van wat er in dat geheel op het ogenblik bestaat. Of dat nu een grijnslach is, een schouderophalen of een verrukte glimlach, dat doet verder niets ter zake. Het is deel van een geheel op dit moment en daarom maak je het waar; maar in overeenstemming met wat je innerlijk voelt als de werkelijke eenheid. Het is een dwaze situatie en er bestaan heel wat verhalen over. Ik geloof dat het mooiste verhaal, dat sommigen van u wel kennen, het inwijdingsverhaal is van een man, die de paden van inwijding gaat. Hij reist heel ver, komt bij een kluizenaar terecht, leeft, daar jarenlang in de grootste armoede, wordt verder gestuurd, komt bij een dikke goochelaar terecht, die hem leert goochelen. Vandaar wordt hij weer verder gestuurd, en komt in een huis met de rode lantaarn waar een aantal liefelijke, maar niet zo exclusieve dames hem eveneens zijn opvoeding geven. Hij gaat weer verder, komt bij een koopman, van de koopman komt hij bij een priester, van die priester wordt hij weer doorgestuurd, hij loopt en loopt, hij gaat door woestenijen, hij denkt bijna te bezwijken en eindelijk is er iemand, gewoon een mannetje in vodden, die nog niet eens een kluis heeft en deze zegt: Nu gaan wij samen denken. Ze denken samen en eindelijk begrijpt hij het. Het mannetje zegt dan: Nu wordt het tijd, dat je de wereld in gaat. Als je nu déze weg neemt, dan ben je er zo. En inderdaad: de man loopt nog geen tien minuten en hij staat precies voor de stad, waaruit hij is weggegaan. Ik geloof, dat dit de mooiste omschrijving is. We hebben meer tijd nodig in een mystieke inwijding om het overbodige te verliezen dan we nodig hebben om ons het werkelijke (wat we ook zijn - in de materie zo goed als anderszins) weer te realiseren in zijn volle betekenis. Nu kan ik mij voorstellen, dat er mensen zijn die zeggen: Kunnen wij dan een mystieke inwijding bereiken? Dat ligt aan uzelf. U zou natuurlijk kunnen zeggen: Iedereen kan aan mystiek doen. Maar dat is niet waar, want de mystiek - ik heb het reeds gezegd - is gebaseerd op een klein beetje anders waarnemen. Het is a.h.w. het opsnuiven van de vreemde geuren, die anderen ontgaan of het telepathisch aftasten van vreemde trillingen; waarvoor de meeste mensen doof schijnen te zijn. Je kunt proberen jezelf te ontwikkelen, zeker. Maar het mysticisme hangt toch wel samen met een eigen structuur. En ook de problemen die ermee samenhangen, zijn niet voor iedereen denkbaar. Er zijn mensen die zeggen: Ach, een vlieg, sla dood! Er zijn anderen die zeggen: Het is leven, het is heilig. Ook als die vlieg mij plaagt, moet ik hem met rust laten. Maar er zijn ook mensen, die staan te peinzen: Ja, ik zelf hen eigenlijk willen doodslaan, maar kan ik nu niet iets anders doen, want het is óók leven. Maar ja, ergens moet ik toch ook van die last af. Die piekeraars, dat zijn nu de echte mystici. Ze zien twee of zelfs meer mogelijkheden of standpunten daar, waar anderen er maar één zien. Ze hebben innerlijk strijdigheden, waardoor ze gedwongen worden in zichzelf te schouwen. En niet iedereen bezit dat. Waaruit ook alweer is af te leiden, dat een mystiek leven en beleven en een mystieke inwijding, als u het zo wilt noemen, niet iets is dat je boven anderen verheft. Het is alleen maar een persoonlijk bereiken van een culminatiepunt in de geestelijke ontwikkeling. Dat is natuurlijk ook weer pijnlijk, want er zijn zoveel mensen, die jaren worstelen om een mystieke inwijding te bereiken en dan krijgen ze eindelijk een surrogaat, dat zo dicht bij de werkelijkheid staat als cichorei bij echte koffie. Maar ze zijn dan doodgelukkig: Wij zijn ingewijd! En dan kom je, en je zegt: Het is niets waard. Je wordt er niet méér door dan een ander. Het is alleen, dat je hierdoor het anders-zijn, dat aan de basis ligt in het zoeken naar de pseudo-mystiek, hebt omgezet in een persoonlijke werkelijkheid een persoonlijke beleving. Maar een ander heeft ook zijn eigen werkelijkheid. Die is net zo waardevol. Uw begrip van de totaliteit, dat toch altijd wel een rol speelt, (ik kan mij niet voorstellen dat in de mystiek dit gevoel van verbondenheid geen rol speelt) geeft u misschien zelfs een zeker voorrecht boven anderen door uw erkenning. Maar aan de andere kant ook een veel grotere verplichting, want als deel van het geheel moogt u niet meer vanuit uw persoonlijk standpunt over anderen oordelen. En dat is voor de meeste mensen de grootste bezoeking, die je je denken kunt. Het 164 – MYSTIEKE INWIJDING 5
Orde der Verdraagzamen duurt een hele tijd voordat je daar overheen bent. En nu spreek ik uit ervaring. Je bent dus niet méér, je bent niet minder, je bent anders. Wat zit er nog meer in? Kun je dat dan niet aanleren? U kunt systemen leren, zeker. Maar de werkelijke mogelijkheid, die u heeft, is in de eerste plaats wel uzelf op de proef te stellen. Te kijken, of u mystieke mogelijkheden heeft. En dat betekent, dat u het andere denken opzij moet zetten. Een mysticus kan niet wetenschappelijk denken. Op het ogenblik, dat hij wetenschappelijk denkt, is de mystieke bereiking verdwenen. Er zit hier een oorzaak-en-gevolg sequentie in en een logische redelijkheid, die is gebaseerd op de mensenwereld, op het menselijk kenvermogen; het mystieke ligt er juist een eindje boven. Hoe doe je dat? Je kunt het doen door in een spiegel te kijken; maar werkelijk ernstig. Gewoon in een spiegel kijken en dan bij voorkeur in een vertrek, dat zo stil mogelijk is, zodat je niet wordt gestoord en ook zo donker mogelijk. Zet maar een paar kaarsen naast de spiegel en kijk naar jezelf. Probeer alleen maar te zien wat er nu achter het beeld, dat je normaal van jezelf kent, zou schuilen. Als uw reactie na drie kwartier tot een uur nog steeds is, nou, ik zie er niets aan, ik verveel me alleen maar, schei er dan maar mee uit. Dan heeft u zeker langs deze weg geen gevoel voor mystieke beleving. Maar misschien krijgt u het gevoel, dat er iemand over uw schouder kijkt, of dat het masker (u wordt langzamerhand voor uzelf een masker in de spiegel) begint te leven, dat daarachter een andere persoonlijkheid is. Als u dat ervaart, dan heeft u gevoel voor mystiek. Dat is een heel eenvoudige proef. Er zijn ook wel andere. U kunt de contemplatieproef nemen. Een van de eenvoudigste is: Neen een pannetje water, waarin u eieren kookt of een rookworst opwarmt en probeer te kijken naar de bodem van de pan. Als de belletjes loskomen, probeer dan niet het geheel te zien, maar kijk alleen naar één plekje waar de belletjes opstijgen en tracht te zien wat een variatie daarin zit. Als u daardoor het eigenaardige gevoel krijgt dat u groter wordt, a.h.w. boven uzelf komt te staan voor een ogenblik, dan heeft u mystieke aanleg. Helpen dergelijke proeven niet, dan kunt u nog werken met verschillende kleurenschema's. U kunt ook met mantrams werken; dus bepaalde klanken proberen. Maar als dat niet verdergaat dan alleen maar - als u een beetje gevoelig bent - een prikkeling op de hoofdhuid dan scheidt u er maar mee uit. Alleen indien u het gevoel heeft, dat er werkelijk iets verandert (het kan soms gepaard gaan met auditieve of visuele hallucinaties, maar dat is hier niet essentieel), dan betekent het dat achter het uiterlijke mom, dat je jezelf noemt volgens je innerlijke begrippen, iets anders schuilt. En dan kun je dat andere helpen naar buiten te komen. Misschien zegt u: Wat is die inwijdingsweg dan? Er was eens een man in de oudheid aan wie men vroeg: “Welke weg moet ik nemen naar Rome? Toen zei hij. Neem naar elke weg die je ziet, want alle wegen leiden naar Rome. Daarvan is dat bekende gezegde afgeleid. Het was een Romein; dus de man was verwaand. Het was niet werkelijk zo, maar hij dacht het. Ik meen, dat dit in de mystiek bijna waar is. Je kunt doen aan anthroposofie, aan theosofie, u kunt zich wijden aan het spiritisme, de Rozenkruizers, u kunt maconniek gaan werken en u kunt net zo goed marxistisch of maoïstisch denken. Het maakt geen verschil uit zolang u maar zoekt naar datgene wat boven u ligt, omdat het systeem waarmee u werkt op zichzelf geen betekenis heeft. Het is dus alleen de stimulus, waardoor de verdieping (het losraken van de figuur die je zelf wilt zijn) tot stand komt. Deze schijnbare onverpersoonlijking gaat dan gepaard met het bovenkomen van een andere, een secundaire persoonlijkheid. Als je daarmee leert leven, dan zie je de verschillen tussen uiterlijkheid en datgene, wat je innerlijk voelt te moeten zijn; dat verschil moet je dan terugvinden in je wereld. Vind dus datgene, wat er bij jezelf ligt achter de uiterlijkheid en probeer dat in de wereld te erkennen. Welk systeem je gebruikt, doet niet ter zake. Wat moeten we dan met al die mystieke inwijdingen doen? Mag ik iets heel geks zeggen? Inwijdingen zijn een menselijke uitvinding. Omdat de mens er behoefte aan heeft om een streep te trekken en te zeggen: Ik ben een trap aan het beklimmen. Ik heb nu die trede gehad, dus ik ben een ingewijde voor alles en iedereen, die beneden mij staat. Maar er is geen beneden en er is geen boven, er is geen links en geen rechts, er is alleen maar zijn in de werkelijkheid. Dus dat idee, dat je een ingewijde bent, is een illusie. In vele gevallen zien we zelfs dat wijding en vormen van inwijding in de plaats komen van werkelijke prestatie. Zoals 6 164 – MYSTIEKE INWIJDING
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
sommige mensen hun salaris niet verdienen door hun arbeid, maar door hun diploma's. Daarom kan ik alleen maar zeggen: Het is een continu iets. Het is een weg, misschien stijgt hij wel. U kunt het zich misschien voorstellen als een spiraalweg. Dante had er óók één in het vagevuur. Al zijn vrienden en bekenden kwam hij daar tegen. Zichzelf heeft hij waarschijnlijk niet herkend in het voorbijgaan. Zo zou u het zich ook kunnen voorstellen. Het is dus iets dat voortgaat. Ons uitzicht, onze mogelijkheden veranderen wel, maar wij kunnen niet zeggen op welk moment ze veranderen. Het is gewoon een proces van verdergaan, ontwaken en ontdekken. Waarom mystiek? Mystiek, mysterie, maar ook mythos, het zit er allebei in. Waarschijnlijk omdat het voor de andere mensen niet te verwerken is, omdat het ligt naast de normale, alledaagse mogelijkheden en vooral buiten de controleerbaarheid. Het is voor een mens verschrikkelijk, als hij iets niet kan controleren. Een mens is iemand, die in staat is om eerst een controlesysteem voor de tellers te ontwerpen, voordat hij een bankgebouw gaat neerzetten. anders is hij niet gelukkig meer. Zo probeert men dat ook in uw maatschappij. En als je zegt: Dat is iets eigenaardigs, dan zeggen ze: Ja, dat is mystiek. Ik kan er niet helemaal bij en wat er gezegd wordt past niet geheel in ons normale denken, maar die man is een mysticus of die vrouw is een mystica, daar moet je niet op letten, die meid is hysterisch. Of ze zeggen het soms met enig begrip: Nu ja, dat is iemand, die buiten de werkelijkheid staat. Ik geloof, dat het woord mystiek evenals het idee inwijding eigenlijk alleen maar menselijke pogingen zijn om het werkelijke, het bovenzinnelijke in te passen in een menselijk systeem. Wat moet ik er dan nog meer over vertellen? Ik kan u spreken over de oude inwijdingen. Bij vele scholen was dat een kwestie van door de elementen gaan of door de elementen geteisterd worden. In andere gevallen was het: je weg vinden door een doolhof. In de oude godengeschiedenissen, de mythen van oude volkeren vinden we steeds weer dat doolhofprincipe. Het is een één-worden met iets anders en daardoor opstijgen naar een nieuwe wereld, zoals de jagers, die worden opgenomen in de wereld van de Manitoe's, het brave Chinese meisje dat een sterretje aan de hemel wordt, en dat soort dingen meer. Het zijn menselijke pogingen om er ergens bij te horen. Dat hangt allemaal met inwijding samen. Nu kan ik dat alles gaan verklaren. Ik kan misschien ook nog duidelijk maken hoe achter de uiterlijke inwijdingsriten en de symboliek van Egypte (zowel in de Amon-cultus als in de Isis-cultus) wel degelijk ook een reële inwijding verborgen placht te zijn. Maar wat heeft u eraan? Amon-Re is een overlevering, die men in een museum terugvindt. Isis is voor de meesten niets anders dan een zondige godin, die in een bijna gelijke vorm maar beter bekleed is opgevolgd door de heilige maagd Maria in de belangstelling van de mensen. Die oude dingen zijn voorbij. Je kunt je met trots beroepen op het grote inwijdingsmysterie van Eleusis, maar ze zijn voorbij, ze bestaan niet meer. De mystiek van alle tijden is dezelfde, maar de belevingsvorm en de uiterlijkheden, die de mens eraan verbindt, veranderen voortdurend. De kern ervan is het begrip van eenheid, het weten. ik ben een punt in een bol, die uit punten is opgebouwd, verbonden door misschien oneindig veel draden met oneindig veel andere punten. Ik weet zelfs niet wat de ruimtelijke situatie is, wat de krachtsituatie is, ik weet alleen maar: soms besef ik het geheel van de bol en niet alleen maar mijn eigen beperkte wereld. Soms put ik uit de krachten van de totaliteit, ook al weet ik voor mezelf dat ik eigenlijk beperkt ben in kracht, vermogen en denken. Ik geloof, dat ik het daarbij moet laten. Ik heb geprobeerd u een beeld te geven van wat mystieke inwijding is. Ik heb u gewezen op de holheid van woorden zowel als op de intens grote betekenis van het leven, die daar toch weer achter verborgen is. Ik meen, dat dit voor een inleiding voldoende is.
DISCUSSIE Ik heb begrepen, dat mystieke belevingen niet zijn door te geven, waardoor een communicatie niet mogelijk zou zijn. 164 – MYSTIEKE INWIJDING 7
Orde der Verdraagzamen Dat is tot op zekere hoogte juist. Er is één uitzondering: Indien u n.l. in staat bent om een gedachteproces, onverschillig waarmee u begint, zodanig aan anderen over te dragen, dat zij de bijkomende waarden gaan beleven en niet alleen een gesproken woord of een redelijke inhoud, dan kunt u een groot gedeelte van de mystieke beleving overdragen aan degenen, die daarvoor gevoelig zijn. In India zijn bepaalde systemen van geestelijke opvoeding zelfs gebaseerd op deze wijze van gezamenlijk denken. Er is dus wel een mogelijkheid. Maar zodra wij ons beperken tot woorden; is dat practisch onmogelijk. Als ik een voorbeeld mag geven: Als u een ruimtevaarder vraagt u te beschrijven hoe het er op de maan uitziet, dan kan hij dit slechts doen in vergelijkende termen en u niet de werkelijke beleving en de werkelijke waarneming doorgeven. Als dit al bij een menselijke ervaring zo is, dan zult u begrijpen hoe groot de discrepantie zal worden tussen wat je kunt zeggen en wat je werkelijk hebt beleefd, als het gaat om bovenzinnelijke zaken. Tegenwoordig worden drugs ook door jeugdige mensen gebruikt om mystieke ervaringen te verkrijgen. Is dit schadelijk? Is er een verschil in beleving op deze manier of indien deze ervaringen worden verkregen door b.v. meditatie en contemplatie? Dat is iets wat men gaarne pleegt te stellen. Helemaal waar is het weer niet. Ik zal proberen het duidelijk te maken; Iemand, die gaat langs de weg van meditatie, contemplatie enz., zal eerst tot de bovenzinnelijke beleving komen op het ogenblik dat hij er rijp voor is. Met andere woorden: hij kan - zonder verder te worden gestoord door uiterlijke invloeden of leiding van buitenaf nodig te hebben - innerlijk tot volledige belevingen en waarnemingen komen. Iemand, die dit doet met drugs, kán geestelijke rijp zijn. In dat geval is er van mijn kant helemaal geen bezwaar. Maar op het moment, dat hij nog niet die voldoende rijpheid en zelferkenning heeft gewonnen, die noodzakelijk zijn voor het aanvaarden en ondergaan van de mystieke beleving, zal een mystiek beleven heel vaak resulteren in een aantal ervaringen, die je zelf niet meer meester kunt. Het nare is dan, dat de hersens gaan meespelen en wel associatief. Het resultaat is, dat je dan een soort helse trip maakt, waarbij alles duister, gemeen, onveilig en onzindelijk is. Geleid door een ander, kun je daar wel weer uitkomen. Zelf kun je dat niet; daarvoor heb je hulp nodig. Zo zou men kunnen zeggen: Iemand, die een trip maakt naar het hoogste licht, moet daarvoor een zekere rijpheid hebben, anders zal hij de indruk van vormloosheid in een vormloze wereld niet kunnen verdragen. Er zou paniek ontstaan en dat kan grote schade aanrichten. Ik laat hier het feit buiten beschouwing, dat bepaalde drugs inderdaad schadelijk zijn; zeker, indien ze veelvuldig worden gebruikt. Ik heb dus de lichamelijke schade buiten beschouwing gelaten. Ik wil hier onmiddellijk aan toevoegen, dat een deel van de drugs mijns inziens op gelijke hoogte staat met de drugs, die tegenwoordig algemeen aanvaard en gebruikt worden. Het verschil in schade, die kan ontstaan door het gebruik van hasjisch of marihuana en het overmatig gebruik van alcohol kan ik niet goed onderkennen. Ik meen echter, dat bij beide lichamelijke schade ontstaat en dat bij beide een onbeheerstheid optreedt, die gevaarlijk kan zijn voor de omgeving. Zo kunt u ook zeggen: Bepaalde dingen zijn schadelijk voor het lichaam, maar dat is het gebruik van koffie en thee ook. Er zijn nog heel veel andere dingen die gevaarlijk zijn. Roken zeker ook. Dus wat dat betreft, moet ik erg voorzichtig zijn. Er is geen oordeel te geven over drugs. Het ligt heel sterk dan de persoonlijke constitutie in hoeverre er een mentale verslaafdheid kan ontstaan; ook bij drugs, die geen verslaving kweken. Denk maar aan de roker; dat is voor 9/10 mentale verslaafdheid. Maar als het gaat over de geestelijke waarde, dan zeg ik dit: Iemand, die geestelijk rijp is, zal misschien drugs kunnen gebruiken (het gebeurt inderdaad wel in sommige kringen) om daardoor een versnelde bereiking voor zichzelf mogelijk te maken. Het is alsof je in plaats van met de fiets te gaan een vliegtuig neemt. Maar dan moet je ook de kosten van het vliegtuig kunnen dragen. Je moet de spanning, die daaruit ontstaat, kunnen verdragen. Als je dat niet kunt, kun je het beter laten. U sprak steeds van een weg naar de mystieke beleving. Is er ook niet een weg, die daar blijvend uitvoert? Word je al niet in die eenheid geboren en verlies je deze niet tijdens het opgroeien, speciaal door het toedoen van je opvoeders? Ik kan het helaas daarmee niet helemaal eens zijn, en wel om de volgende reden: Indien het kleine kind het gevoel van eenheid nog beseft - en dat is alleen in de eerste maanden van onzelfstandigheid het geval - zo is dit besef niet bewust. Er is vaak wel sprake van een aantal herinneringen. Dat is een denken, dat niet samenhangt met de werkelijkheid, waarin je op dit moment leeft, maar dat verdwijnt al heel snel. Zien we het kind, als het 2 á 3 jaar is geworden, dan is eigenlijk (het mag natuurlijk niet gezegd worden, want ze zijn zo schattig) een perfect egoïstje. Dat kind is egoïstisch en egocentrisch en blijft dit. In de opvoeding kan 8 164 – MYSTIEKE INWIJDING
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
men misschien iets daaraan doen. Men zou middels die opvoeding, het gevoel van eenheid enigszins aan het kind kunnen overdragen, dat ben ik met u eens, maar dat gebeurt niet. En ik geloof niet, dat door de opvoeding een mystieke bereiking mogelijk zou worden. Ik durf dus ook de opvoeders er niet de schuld van geven, want ik meen dat de kinderen eigenlijk ook hun opvoeders opvoeden. Maar misschien is dat van mijn kant uit verkeerd gezien. Er is een wisselwerking. Maar een wisselwerking in een maatschappij, die is gebaseerd op het isoleren van het “ik” uit de gemeenschap. Dus: ik moet eerst voor mijzelf zorgen, dan komt de rest vanzelf wel. En dan krijg je een wereld, waarin - ongeacht systeem en geloof - men zich van die eenheid afwendt en een voorstelling van zichzelf vormt, waardoor het handhaven van dit “ik” tegenover de wereld in plaats van het functioneren in de wereld het belangrijkst is. Ik geloof niet, dat je dit aan de opvoeders kunt wijten, of je moet zeggen dat alle systemen vanaf Kaïn en Abel daartoe hebben bijgedragen. Het is het systeem, waarin u leeft. Het is de mentaliteit, de beschaving van uw wereld, waaruit het voortvloeit. Ik meen, dat opvoeding over het algemeen niet veel meer is dan een weerspiegeling van de beschaving en mede de daarin op dit moment levende denkwijzen steeds weer herleid tot de handhaving, van het “ik”. Een vakman is een ingewijde! Hoe denkt u daarover? Zolang het de waarden van zijn vak betreft, ongetwijfeld. Maar het nare is tegenwoordig, als u mij toestaat het op te merken, dat iemand, die op één punt een zekere mate van inwijding heeft verkregen, zich daar op baseert om voor zich een deskundigheid voor alle zaken op te eisen. En dat is natuurlijk onjuist. Het is dus heel aardig te zeggen: Ik ben psychiater en dus weet ik precies wat er allemaal aan de hand is. Ik kan verklaren waarom een politicus zo is en waarom een dominee zo is. De psychiater, die zo denkt, is zelf Freudiaans belast door zijn opvoeding. Daarom: voor hem is het x-symbool (sexueel mannelijkheidssymbool) gekoppeld aan een begrijpend overwicht over de ander. Dit om het opvallend Freudiaans karakter ervan te verklaren. Je kunt niet deskundig zijn op elk gebied. Niet elke deskundige kan als een ingewijde worden beschouwd in de volle zin des woord. Maar hij is zeker ingewijd in de geheimen van zijn vak. Ik geloof dat de mens, die tot een volle mystieke beleving komt, deel gaat hebben aan de totaliteit. En dat betekent ook dat hij ergens deelt in het gemeenschappelijk bewustzijn van de mensheid. Zeker vanaf het moment van ervaring, maar mogelijk daarbij alle waarden uit het verleden en soms zelfs uit de toekomst kan putten. Deze mens is dus geen specialist of vakman in menselijke zin, maar hij heeft daarentegen een algemeen overzicht, waardoor hij - zo men hem al een vak zou willen toekennen - als coördinerende factor een zeer belangrijke taak kan vervullen. Mag ik daarbij verder opmerken, dat naarmate specialisatie verder gaat en daarmee de inwijding in bepaalde takken van wetenschap en vak, er meer behoefte bestaat aan degene die misschien niet de specialistische vaardigheden bezit, maar die een inzicht heeft, waardoor hij de verschillende specialistische gebieden zodanig kan overkoepelen, dat hij in staat is een samenwerking van specialistische takken in één richting en met één doel weer tot stand te brengen. In deze zin is voor mij degene, die mystiek beleeft ergens toch ook nog wel vakman. Maar ik geloof niet, dat het op aarde als vak zal worden erkend. Ik heb nog een aansluitende vraag over de weg die voert uit die mystieke eenheid. Het woord “religie” wordt altijd vertaald als “herbinding” Men gaat ervan uit dat men vroeger verbonden is geweest met die eenheid en die uit een preherinnering weer zoekt terug te vinden. Dit is inderdaad een van de vele interpretaties, die men voor het woord “religie” geeft. Men zou echter ook kunnen zeggen, dat religie betekent: het hernemen van een verbond. Dat wordt ook wel als uitleg gebruikt, vooral in verband met het christendom, omdat Jezus n.l. het Nieuwe Verbond is: “Ik ben u het Nieuwe Verbond” etc. Dus een dergelijke uitleg is een beetje moeilijk, als je werkelijk concrete gegevens erbij wilt geven. Maar uit de visie van een onbewuste eenheid komen wij tot de erkenning van onze eigen begrenzingen. In onze begrenzingen komen wij tot een erkenning van ons wezen. Uit de erkenning van ons wezen komen wij tot een erkenning van de verbindingen, die tussen dit wezen en het andere (de omringende wereld) bestaan. En uit die erkenning van verbondenheid ontstaat inderdaad weer de integratie - nu bewust - met de totaliteit, waaruit m.i. men eens is voortgekomen. In deze zin zou ik zeggen: Ja, het is juist. Maar dan moet u mij eens verklaren waarom - als deze verklaring de juiste zou zijn - de meeste religies zich op aarde eerder gedragen als een splijtzwam dan als een verenigende factor. 164 – MYSTIEKE INWIJDING 9
Orde der Verdraagzamen Zeker, het zijn geen religies meer. Ze zijn geïnstitutioneerd tot godsdiensten, tot organisaties, waaruit de levende beleving en openbaring zijn verdwenen als de oorspronkelijke kiem, die de organisatie tot aanzijn bracht. Dat is wel waar. Een cynicus heeft eens gezegd: De moderne kerk is in feite een N.V. tot exploitatie van de verhuur van plaatsen in de hemel. Ik geloof niet dat hij er helemaal naast was, ook als de prijs dan niet altijd in geld behoeft te worden betaald. Maar goed. Wij kunnen over kerk en religie praten, maar zou het niet veel verstandiger zijn te zeggen, dat de uiterlijke vorm en belijdenis niet zo belangrijk is als de innerlijke volledige beleving van het beledene, omdat hierdoor het isolement van het “ik” ten aanzien van het hogere wordt doorbroken en zo de erkenning van verbondenheid met alle dingen (het hogere, naar ook de wereld) tot stand komt. Ik geloof, dat je daarmee dan meteen hebt afgedaan met het strijdpunt: moet er nu wel of niet religie zijn? Ik meen, dat dat niet belangrijk is, maar dat het alleen belangrijk is, dat de mens niet een uiterlijke belijdenis heeft, maar dat hij tot een beleving komt van hetgeen hij belijdt en daardoor zijn isolement in de wereld doorbreekt. Dat lijkt mij het belangrijkst daarin. Er wordt tegenwoordig een scherp onderscheid gemaakt tussen religie en godsdienst. Je moet die twee niet door elkaar halen. Een bekende firma had in het verleden een slogan: Er zijn auto's en er is Ford. Dat was dan bedoeld om te bewijzen, dat Ford méér was dan een auto, ofschoon sommigen dat altijd hebben betwijfeld. Ik geloof, dat men daar precies hetzelfde doet. Godsdienst en religie zijn voor de mensen eigenlijk hetzelfde. En nu kunt wel spijkers op laag water zoeken, haren kloven en engelen tellen op de punt van een naald, maar daarmee komt u niet verder in de zin van de werkelijkheid, zoals die voor de mens bestaat. Het definiëren van een begrip buiten de algemeen aanvaarde vorm om is waardeloos, tenzij men een algemene aanvaarding daarvan kan verkrijgen. En zelfs dan is de erkenning op zichzelf van weinig betekenis, tenzij ze voert tot een wijziging van praktijk. Is het ook een mystieke beleving in zoverre dat er gelijkheid bestaat tussen subject en object? U bedoelt het identificatieproces. Dat kan een mystieke beleving zijn. Mystieke beleving zou men in deze zin als volgt kunnen omschrijven: Men zit rustig neer, kijkt naar bloeiende boom, voelt zich één met die bloeiende boom en heeft op een gegeven ogenblik het gevoel, dat hij de bloesemdrager is, die zich flauw bewust is van het feit, dat er een mens in zijn nabijheid rust. Dat is dan een mystieke beleving: het beperkt opgaan in het andere leven, en daarom misschien niet al te waardevol. Er bestaat een aardig Chinees sprookje van een man, die ligt te slapen bij een boom. Dan droomt hij, dat hij door vreemde krijgers wordt binnen gebracht in een stad. Hij huwt daar de dochter van de koning en wordt stadhouder. Eindelijk wordt hij wakker, nadat hij meent uitgeworpen te zijn uit dat rijk en ontdekt dan dat hij een uur heeft geslagen. Hij ziet dan dat er mieren om hem heen zijn. Uit nieuwsgierigheid steekt hij het mierennest open en o, wonder, de indeling ervan komt overeen met de stad en het bijbehorende gebied, waar hij landvoogd is geweest, zoals hij dát had gezien. Hij ziet dus de identiciteit tussen zijn droombeleving en een bestaande werkelijkheid. Dat zou men dus een mystieke beleving kunnen noemen. In de bijbel staat: Hij, die zichzelf verliest, wint alles. Waarin heel duidelijk wordt uitgedrukt hetgeen er gebeurt in wat wij een mystieke inwijding noemen. Het is het verliezen van jezelf als een beperktheid en het terugvinden van jezelf als deel van een totaliteit, waardoor je aan alle dingen deelhebt en gelijktijdig toch ook weer jezelf bent als deel daarvan. Dat is in deze spreuk weergegeven. Het is ook een kosmische waarheid, die u bijna overal kunt terugvinden, zij het met vele varianten. Je kunt zelfs zeven verschillende spreuken uit de Upanishad halen, die ook wijzen op iets dergelijks. Kun je een mysticus of een mystica herkennen aan de ogen? Ik meen bij twee volwassenen die dit waren en bij mijn dochtertje in de eerste maanden van haar leven ervaren te hebben dat als je naar de ogen keek, plotseling het blauw ervan zich tot in het oneindige uitstrekte. Ja, dat is het beroerde, omdat het beeld in de beschouwer ligt. Met andere woorden: je kunt zo gemakkelijk in een ander zien wat je erin zou willen zien. Bovendien: het oog zelf is een heel moeilijke kwestie. Het menselijk oog heeft n.l. geen eigen uitdrukking. De uitdrukking, die u in het oog meent te zien, wordt in feite tot stand gebracht door een groot aantal spiertjes, die zich rond het oog bevinden en daarmee inderdaad door de positie de rimpeling en de vertrekking daaromheen tot een soort uitdrukking kunnen maken. Maar als iemand je met 10 164 – MYSTIEKE INWIJDING
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
stomme koeienogen aankijkt, dan moet je niet zeggen; Wat een stomme kop. Dan moet je vragen: Wat is dit? En dat is dan kennelijk een moment van latent wachten. Dit is het enige wat je kunt constateren. Je kunt zeggen: Ik zie een oneindigheid in die ogen. Maar zit die in die ogen? Neen, die is er niet. Het is mogelijk dat u ergens in mystieke waarde erkent in een persoon en dan zegt: Ik zie dat aan de ogen. Maar als u een waterkijker was zou u zeggen: Ik zie het aan het water. Want het is gewoon de manier, waarop u kijkt. Het is dus geen reëel kenteken. Als u zegt: Ik kan een mysticus herkennen aan de uitstraling. Dat kan. Maar u kunt het niet doen van lichamelijke kentekenen. Dat is niet reëel, als je dat zegt. Maar ik heb toch ook gehoord; De ogen zijn de spiegels van de ziel. Ja. Maar wie hebben die spreuk gemaakt? De mensen. En waarom? Omdat de mensen de neiging hebben om aan het oog een bijzondere waarde te kennen. Maar dat is overigens niet overal hetzelfde. Elders zegt men, dat juist de vorm van het oor bepalend is voor de hoogte van een geest. Er zijn zelfs systemen, waarbij allerlei lichaamskenmerken een rol spelen. Denk aan het onderzoek van Simeon in de tempel. Als hij Jezus bekijkt en hij heeft alle kentekenen gezien, dan zegt hij: “Heer, laat Uw dienaar in vrede gaan...” en de rest. Deze identificatie van innerlijke waarden met het uiterlijk is grotendeels onjuist. Wel kan men zeggen - en dat is weer iets heel anders - dat de psychische instelling van een mens (dat gaat dan over de gehele psyche en niet alleen over bovenzinnelijke waarden) de neiging heeft mede een vormbepaling voor de opbouw van de stof tot stand te brengen. Het is dus niet zo: de stof wordt opgebouwd op grond van psychische waarden, ofschoon wij van ons standpunt uit aannemen dat de ziel, die incarneert wel degelijk enige invloed heeft op het ontstaan van variaties binnen de genetisch aanwezige mogelijkheden. Maar het is wel zo, dat als iemand leeft in een bepaalde omstandigheid zijn uiterlijk iets daarvan gaat krijgen. Dat wat je bent, dat wat innerlijk voor je belangrijk is, druk je voor een groot gedeelte uit in je houding. Dat is wel het geval. Maar daar kun je als buitenstaander weer moeilijk conclusies aan ontlenen. Stel nu, dat iemand geitenhoeder is. Hij beschouwt het leven van die geiten en hij krijgt op een gegeven ogenblik ook zo'n geitachtige blik in de ogen. Dan kunt u zeggen: Dat is voor mij een teken van demonische bezetenheid of van hoge mystieke bewustwording. In feite is het alleen maar een identificatieverschijnsel, door een voortdurend contact tot stand gebracht. Als u zich zo aan die zegswijze houdt, dan moet u wel uitkijken. Hier zegt men: Ik hou van jou met heel mijn hart. Maar als je nu de kant van Laos uitgaat, dan zeggen ze: Ik hou van jou met heel mijn lever. (Hart en lever blijven natuurlijk hondenvoer, maar er is een kwaliteitsverschil.) Een mystieke beleving kun je krijgen door contemplatie, concentratie enz. Is het ook mogelijk, dat een mystieke beleving tot je komt zonder dat je erop geconcentreerd bent geweest? Hoe weet je dan dat je met een mystieke beleving te doen hebt? Als u zich nog afvraagt hoe je dat weet, dan kunnen we wel zeggen, dat u nog geen werkelijke mystieke beleving heeft gehad. De mystieke beleving is iets wat een zodanig sterke invloed, een zodanig overtuigende kracht heeft, dat u - punt 1 - het niet vergeet en punt 2; dat het iets in u leven verandert. U vraagt zich af, of het spontaan kan optreden. Natuurlijk. Ik heb ook niet gezegd, dat bepaalde praktijken noodzakelijk zijn voor een mystieke beleving. Ik heb wel gezegd: Indien u zou willen weten, of het kan - want niet iedereen heeft dezelfde mogelijkheden - dan kunt u met deze proeven vaststellen, of u een voldoende gevoeligheid heeft. En indien u die gevoeligheid niet heeft, heb ik eraan toegevoegd, is het niet erg redelijk om u dan in allerlei scholen met mystieke achtergronden te gaan verdiepen in de hoop toch een mysticus of mystica te worden, omdat u dan meestal vastloopt in zelfbedrog. Als je het gevoel hebt onthecht te zijn, niets kan je meer schelen, kan dat ook een mystieke beleving zijn? Mag ik opmerken, dat een mystieke beleving niet komt met een soort voortiteling, zoals je dat bij een film hebt: Mystieke beléving n.l. zoveel, ontworpen door…. Dat zit er niet bij. Het komt spontaan en die onthechtheid kán inderdaad een deel van een mystieke beleving zijn. Het kan nooit een totaliteit zijn. Er moeten er meer zijn. Als u zeker wilt zijn, of dat een mystieke beleving is geweest, dan moet u zich gewoon afvragen: Is mijn gedrag daardoor veranderd? Als uw gedrag erdoor verandert, dan is daarmee ook bewezen, dat het voor u een innerlijke beleving is geweest van hogere waarde. Gezien de onthechting, die bij vele mystieke zaken 164 – MYSTIEKE INWIJDING 11
Orde der Verdraagzamen voorkomt (geen isolement, niet zo iets van, het kan me helemaal niet meer schelen, dat is weer wat anders,), is dat van mij uit gezien niet belangrijk. Als u die onthechting krijgt, dan kunt u wel zeggen, dat het meestal het resultaat is van een mystieke beleving. Ik heb er nog maar geen vrede mee, dat het oog zo weinig uitdrukkingskracht van zichzelf zou hebben en alleen afhankelijk zou zijn van de spiertjes rondom. Je hebt toch mensen met fonkelende ogen of ogen die vuur sproeien? En toch is dat niets anders dan een reflex. Het is de inval van het licht in het oog, anders niet. En als u nu reëel bent, dan zegt u niet: we gaan er iets anders aan toekennen. We nemen gewoon een boekje over biologie, de mens, en dan kijken we wat er staat over het oog. We komen dan tot de conclusie, dat al die verschijnselen voor een groot gedeelte zuiver natuurlijk zijn, maar dat ze voor de mens een abstracte interpretatie hebben, omdat de feitelijke reden van de waarnemingen niet meer bekend is. Het is n.l. zo, dat een deel van de reactie op de mens, vooral op het menselijk gelaat, ontstaat door micro-visionomische waarnemingen, die niet bewust worden verwerkt, maar wel een totaalindruk en de bijbehorende associaties in het bewustzijn achterlaten. En dan kunt u wel zeggen: Dat betekent toch iets. Neen. U projecteert iets wat u waarneemt, maar dat niet zichtbaar is op de punten, waarop u het optreden ervan zou kunnen verwachten. En als u zegt: Ik zie het fonkelen in de ogen, dan heeft u grote kans, dat een Tibetaan zegt: Ik zag op het voorhoofd een lichtende stip ontstaan. Dat is dus een associatief iets. Je ziet iets; en je verbindt aan hetgeen je ziet waarnemingen, die je niet bewust hebt gedaan en je centreert ze in het bewust waargenomene. Dat is hier toch werkelijk wel de oplossing. Ik hoop niet, dat u het vervelend vindt, maar ik zou het zo verschrikkelijk naar vinden, als de mensen bij wijze van spreken als oftalmologen (oogartsen) zouden rondlopen om te kijken wat er in het oog van anderen zit, terwijl er in dat oog alleen een mechanisme, een biologisch mechanisme weliswaar, is waar te nemen. Begrijp, dat een mens indruk op u maakt door zijn houding en zijn bewegingen, ook als u dit toeschrijft aan iets anders. Soms vind je, dat iemand een edel gelaat heeft, omdat hij een kostuum draagt dit volgens jouw idee volkomen correct is. Hoe verklaart u de iriscopie, waardoor men lichamelijke afwijkingen constateert? Heel eenvoudig: Als er een defect bestaat in een deel van het lichaam, dan wordt het gereflecteerd in het gehele zenuwstelsel en via dit zenuwstelsel geprojecteerd in alle knooppunten van dit zenuwstelsel. Er is zelfs een Chinese geneeswijze daarop gebaseerd. Iemand die dus in het oog kijkt, ziet in de iris een aantal vlekken en afwijkingen. En daar dit een sluiermechanisme is, dat direct samenhangt met de lichtgevoelige uiteinden van de oogzenuw, kan men aannemen dat de indrukken, die daarop zijn overgebracht, voor een deel het is nooit volledig zuiver - een reflectie zijn van een lichamelijke toestand. Weet men nu ongeveer hoe die reflex via het zenuwstelsel geschiedt, dan kan men aan de hand van afwijkingen in de iris inderdaad conclusies trekken omtrent mogelijke storingen in het lichaam; waarbij de diagnostiek niet volledig is, maar er slechts een aanwijzende diagnose wordt gegeven, die eerst door verder onderzoek moet worden bevestigd. We zitten inmiddels bij de oogarts. Och, waarom niet? Overigens zult u bij de oogarts deze diagnostiek nog niet veel aantreffen. Heel veel medici zullen het zelfs als een soort bijgeloof beschouwen. Maar het is zo, dat elke zenuwreactie in de mens een weerspiegeling geeft in andere delen van het lichaam. Een van de meest typerende kan b.v. zijn: een kwetsuur hier, resulteert in pijn, dáár. Dergelijke reflexen krijgt men ook, indien er geestelijke inwerkingen zijn (dus bij veranderingen in het psychische totaalbeeld). Dan ontstaat er, doordat het zenuwstelsel via het denken hieraan deel heeft, in het lichaam, vaak een afwijking van de normale toestand, waardoor suggestieve processen, zover kunnen gaan, dat de reactie van bepaalde celweefsels of organen niet meer gebaseerd is op de feitelijke toestand, maar op het psychisch bestaande beeld. Theoretisch zou het zover kunnen gaan, dat - als iemand intens droomt dat hij levend verbrandt - zijn lichaam verbrandingsverschijnselen begint te vertonen. Daarmee heb ik genoeg hierover gezegd. Dan zou ik nu willen afsluiten. Slotwoord We zijn nu toch wel tot de conclusie gekomen, dat we hebben gesproken over iets, waarover we heel weinig kunnen zeggen, omdat het meeste, dat we erover zouden willen zeggen, zich onttrekt aan de zeggingskracht van het woord. Aan de andere kant, geloof ik u een 12 164 – MYSTIEKE INWIJDING
© Orde der Verdraagzamen
Brochures
voorstelling te hebben gegeven van sommige dingen. Als ik hier ga afsluiten, zou ik dat graag willen doen door te proberen een beeld te geven van mystieke krachten en mystieke werkingen. Niet als een demonstratie, maar alleen om althans een poging te wagen duidelijk te maken dat men vaak door klanken, timbre en de rest meer kan zeggen dan er met woorden is weer te geven. Uw eigen associaties zullen hierbij eventueel een bewijs van slagen kunnen vormen. Let wel: Ik ben in een wereld. Die wereld is vol. Die hele wereld neemt mij in beslag. Aan alle kanten rukt en trekt die wereld aan mij; en ik ben nooit alleen. Ik kan geen eenzaamheid krijgen. Ik word verscheurd in mijzelve. En nu scheur ik mij los. Ik sluit mij af. Ik doof alle licht. Ik sluit de geluiden uit. Ik ben eenzaam. De wanden weerkaatsen zelfs mijn ademhaling niet meer. In mij klinken stemmen en gedachten en ik weet, dat ik het zelf ben. Ik projecteer voor mij voortdurend mensen, geruis, beelden, omdat ik niet meer alleen kan zijn. Ik zoek een wereld, die aan mij trekt. En als ik haar buiten mij niet heb, zoek ik haar in mij. Nu ga ik toch proberen om alleen te zijn, want ik wil af van dit voortdurend in beslag genomen zijn door alle dingen, die ik zelf niet ben. Langzaam zoek ik terug en het wordt duisterder en duisterder. Het is, alsof ik verdrink in een inktzwarte duisternis en er uit die duisternis langzaam maar zeker een schim, ontstaat; duister en toch lichtend. Als ik goed kijk, zie ik mijzelf. En terwijl ik dit aanvaard, is het alsof de duisternis wordt opgeslorpt. Weer ontstaat er een nieuwe vorm; iets lichtender. Weer zie ik een vorm. Ik vrees haar een ogenblik. Ik zoek haar een ogenblik te bestrijden. Dan moet ik haar aanvaarden. Maar ze plukt en ze trekt niet aan, mij zoals de wereld; ze gaat in mij op. Voor een derde maal zie ik een vorm ontstaan. Het is, alsof ik leven en dood gelijktijdig in mij opneem. En nu pas, nu ik heb geabsorbeerd wat buiten mij van mijzelf schijnt te bestaan, is er een moment, dat de eenzaamheid werkelijkheid wordt. Nu ben ik rustig. Er is geen geluid, er is geen klank, er is geen licht, zelfs de tastzin schijnt verdoofd. Toch ben ik tevreden. Ik heb de delen van mijzelf, die ik nooit heb aanvaard, eindelijk in mij opgenomen. Ik ben een geheel. En als geheel kan ik leven. Maar nu, als geheel, wordt er in mij een wereld van licht geboren. Ik ben licht, dat de duisternis doordringt. Ik ben het, die de poorten openwerpt, waardoor de wereld zou kunnen binnendringen, indien ik haar zou willen binnenlaten. Maar vreemd, buiten mij is de wereld niet meer. Er zijn stralen en krachten. Ik weet niet, hoe ik ze moet omschrijven. Ze dringen door in mij, maar ze zijn deel van mijzelf. Plotseling ontdek ik, dat ik buiten loop op de markt, dat ik vlieg boven de kerktoren, dat ik sidder in de grond, langzaam mij omhoog worstelend om een lentebloesem te worden. Ik weet plotseling, dat ik deel ben van alle leven, en alle leven is in mij en toch ben ik alleen. In de eenzaamheid zoek langzaam een woord te vinden en ik weet niet wat voor een woord het is. Is het een machtswoord? Ik stamel voor mezelf haast vergeten namen: Yod, Yaho, Jahwe, Jehova, Adonaï. Namen, die ergens in het geheugen zijn blijven hangen en die langzaam een echo krijgen. Maar vreemd, die echo klinkt ín mij en niet meer buiten mij. In mij is een verbondenheid. In mij is een totaliteit. Ik zoek mij een zegel te maken. Ik trek de lijnen, alsof ik mijn heelal wil verdelen. Maar het licht dat in mij is vreet de lijnen op, voordat ik ze heb getrokken. Er is geen bepaling, er is geen bestemming meer. Ik geef mij over. Een trillende eenheid, waarin de bonte kleuren van de wereld samensmelten tot dat ene licht, dat ik zelf schijn te zijn. Dan wordt het licht langzaam maar zeker getemperd. De kleuren spelen weer. Maar ik weet slechts, dat ze een weerkaatsing zijn van een licht, dat nog steeds is als een zon, die boven de wolken speelt en het avondrood en de grijzen van de avond mengt op het palet van de avondhemel. Ik zoek. En plotseling ben ik zelf een van die kleuren. Ik speel met de kleuren en toch weet ik: Ik ben het licht, ik ben een zon, die ondergaat en weer rijst. Ik ben een maan die speelt, alle
164 – MYSTIEKE INWIJDING
13
Orde der Verdraagzamen kleuren verwazend tot vele tinten van blauw. Ik ben gelijktijdig de wereld en ik ben de kleuren en ik ben de mens. Ik word mij bewust van mijn mens-zijn, mijn geest-zijn. En zie, ik ga mijn wegen uit de besloten kamer, maar in mij blijft de vrede. De vrede van een beslotenheid, die gelijktijdig een algehele verbondenheid is. Niets is belangrijk, omdat alles gelijkelijk belangrijk is in mij. Niets kan ik uitsluiten; niet lijden en niet vreugde. Vreugde en lijden ballen zich in mij samen tot een grote vrede, omdat het evenwicht van het leven mij wordt geopenbaard. In die openbaring erken ik voor het eerst de mystieke werkelijkheid van mijn een-zijn met alle dingen. En in mijn verbondenheid voel ik voor het eerst iets aan, wat misschien God zou kunnen zijn. Dit beeld ligt heel dicht bij de werkelijkheid. Het is niet alleen maar een roes of een aantal woorden. Maar hoe kun je weergeven wat er achter ligt? Je kunt niet gelijktijdig op een weide lopen en bloemen plukken en dwalen door de sterren, het licht van de sterren in je absorberen tot een nieuwe levenskracht. Toch is dat de enige werkelijkheid van de mysticus. Je kunt niet gelijktijdig geest zijn en mens, zegt men. Je kunt niet gelijktijdig leven in een eeuwigheid en toch je in de tijd bewegen. Dan zou dat wat in de tijd beweegt de marionet zijn van het eeuwige, zo meent men. Maar ik ben eeuwig en ik ben tijd. Ik ben een wezen in de tijd. En zie, dit is geen marionet, die zich in die tijd beweegt. Het is de eeuwigheid zelf. Het is, of zij een beweging in haar wezen scandeert, zonder daarbij ooit het contact met zichzelf te verliezen. Dat is mystiek. Of die mystiek betekenis heeft voor u, hangt van uzelf af. De beelden, waarin zij zich toont, zijn afhankelijk van de wijze, waarop u zich realiseert wat er in u bestaat. Ik meen, dat de mystiek een sleutel is naar een grotere werkelijkheid, die je alleen nog maar aarzelend en onvolledig kunt vertalen in je eigen termen. Spreek dan rustig je eigen termen, zolang je verbondenheid er één is van onbeperkte duur en van onbeperkte zin en inhoud. Kijk, dat is voor mij mystiek, mystieke inwijding. Het bereiken van een onbeperktheid, waardoor je eigen beperking slechts een uiting is van je onbeperktheid. Je bent alle mogelijkheden. Je beperking van keuze in je eigen wereld is niets anders dan een uiting van die onbeperkte mogelijkheden, waarvan je deel bent. Je leeft in één wereld volgens je besef. Je bent deel van alle werelden naar je innerlijk erkennen. Je bent beperkt van kracht en toch is er in jou de onbeperkte kracht van alle dingen. Het is moeilijk om iets wat mystiek is duidelijk te maken. Dat we toch over dit onderwerp hebben gesproken, is geloof ik te danken aan het feit, dat zoveel mensen niet in staat zijn begrippen als inwijding en mystiek te verstaan. Sommigen zeggen: Elke inwijding is mystiek. Dat is niet waar. Anderen zeggen: Mystiek kan alleen bestaan, indien er een inwijding is. En ook dát is niet waar. Maar het menselijk begrip “inwijding” en het menselijk begrip “mystiek” geven een werkelijkheid weer, die groter is dan beide begrippen samen. De mystiek is een sleutel om zonder te worden beperkt door redelijke vermogens die werkelijkheid te betreden en dan vanuit die betreden grote werkelijkheid de waardering voor je eigen beperkte wereld juister te kennen. Ik geloof, dat dat het beste is wat ik erover kan zeggen. Als u hieruit iets heeft meegenomen of iets kunt meenemen, dan is dat iets wat in u leeft. Mijn woorden hebben pas zin, als ze voor u betekenis hebben. Die betekenis ligt in u, niet in de eerste plaats in mij. Uw mystieke mogelijkheden kunnen alleen in uzelf liggen. Niemand kan ze voor u wekken, maar misschien kunt u in de woorden van een ander iets herkennen, dat dan in u uitgroeit tot volledig begrip en grotere duidelijkheid. Ik hoop, dat dat voor een enkele onder u het geval heeft mogen zijn. Als het niet zo is: er komt voor iedereen een tijd, dat hij de ik-beperkingen van de stof moet achterlaten en dat veel, wat voor de mens mystiek beleven is deel gaat worden van het normale streven naar een groter besef.
14
164 – MYSTIEKE INWIJDING
Paranormale vermogens, die zich in de komende tijd kunnen ontwikkelen
Datum:
06-08-1961
Soort:
lezing
Reeks:
2. Zondagmorgenkring > Zondaggroep I > Zondaggroep (I) 1960-1961
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
© Orde der Verdraagzamen Groep I 6 augustus 1961, Goeden morgen, vrienden. Ik had zo gedacht vanmorgen eens met u te gaan praten over al die
Zondagochtendkring
PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE KOMENDE TIJD KUNNEN ONTWIKKELEN
Ik hoop, dat er geen bezwaar tegen is? Allereerst, dat hoort er nu eenmaal bij, wil ik opmerken dat paranormaal alleen betekent iets wat de normale mensen niet zo gebruiken als ze het zouden moeten doen. En dan moet u eens goed luisteren. Wanneer een mens b.v. een klein beetje aan magie wil doen, dan kan hij dat doen alleen door te praten, dat hebt u bij ons ook wel eens een keer gezien, zoals het schone woord een enkele keer, of wat ook weleens voorkomt, een kleine incantatie en dan denkt u misschien dat het een kwestie is alleen van het geluid of van de cadans, maar het gekke is, je kunt die dingen ook doen zonder dat je er eigenlijk enige komedie bij maakt, laat ik het zo maar zeggen. Zonder dat je ervoor gaat praten. De mensen hoeven je niet eens te verstaan en toch voelen ze iets aan, een zekere sfeer, een zekere invloed. Dat nu is het beginpunt van alle paranormale, het overdragen van de krachten, die je ín je hebt. En nu zijn er een paar van die eigenaardige puntjes aan, dat is eigenlijk een beetje technisch, maar dat mag ik toch wel zeggen, al is het Zondag? Nu moet je eens luisteren. U weet allemaal, we hebben twee soorten hersenen bij een mens, dat zijn de kleine hersenen en de grote. De grote hersenen, daar heet je bewustzijn in te zitten, de kleine hersenen, dat zijn wat ze noemen de automatismen. Wanneer in die kleine hersenen een sterke impuls optreedt, dan wordt die veel intenser uitgezonden dan wanneer het via de grote hersenen gaat. Zo zou je kunnen zeggen, dat een mens eigenlijk gemakkelijker in staat is, nu ja, laten we een vergelijking maken: Je hebt een poes, je trapt die poes op haar staart. Als je telepaat bent, gevoelig bent, dan kun je dat als een soort schok voelen. Terwijl, als die poes je probeert duidelijk te maken, dat ze naar buiten moet, of dat de bak niet schoon is, je er eigenlijk maar heel weinig van merkt. Gevoelens, emoties, en vooral als een schok optredende emoties, worden veel sterker uitgezonden dan overlegde gedachtebeelden en overlegde emoties. Dus, om het nog eens een keertje weer op een andere manier te zeggen: De z.g. instinctieve reactie van de mens is een van de sterkste krachten van uitstraling. Hou je daar nu eens een keer aan vast, want alles wat paranormaal heet, treedt spontaan veel beter, veel gemakkelijker op, dan wanneer je dat bewust en beheerst moet doen. Dat ligt nu heel eenvoudig aan die invloed, die er bestaat dus, de invloed van het onbewust ondergaan, waardoor geen remming, geen demping van het nuchtere verstand optreedt. Zo kan een mens, die innerlijk sterk emotioneel is, zo droog praten als een boekhouder met een jaarbalans en toch een emotie wekken, die de beste voordrachtskunstenaar met het mooiste gedicht op een gegeven ogenblik niet tot stand brengt. Kijk, daar ligt het begin van alles, wat in de toekomst nu gaat ontstaan, Er is sprake van een klein beetje, laat ons zeggen spontaner worden van de mens. U merkt het in deze dagen wel, dat de beheersing in vele gevallen wat wegvalt. De mens reageert onoverlegder, reageert spontaner en die spontaniteit heeft natuurlijk een hele boel kwade kanten. Nietwaar, vroeger dacht je: "Ik zal nog een keer nadenken, voordat ik die meneer op zijn nummer zet.", tegenwoordig geef je, hem een dreun. Hij dreunt terug, nietwaar en dan heb je het gegons in het hoofd. Maar die onoverlegdheid, dit spontane opwellen, heeft ook het grote voordeel dat bepaalde gedachten, bepaalde inwerkingen, veel sneller tussen mens en mens worden overgedragen.
ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
1
Orde der Verdraagzamen Nu, ik zou zeggen, als dit nog niet zo klaar is als een klontje, dan snapt u er niet veel van. Nu ga ik nog een klein tikkeltje verder. Wanneer ik tegenover de geest diezelfde onoverlegdheid bezit, dan kan die geest in mij veel sterkere impulsen en tendensen brengen, dan mogelijk zou zijn bij een bewust je instellen daarop met een zeer bijzonder doel. Dit geldt alles natuurlijk voor iemand, die die gaven nog niet heeft leren gebruiken en beheersen, maar ja, dat is bij de meeste mensen het geval. Als je de meeste mensen vraagt, wat paranormaal is, dan denken ze dat het iets is, dat in een gekkenhuis thuishoort. Dus een groot gedeelte van de mensen gaat in deze tijd, door deze beperking van beheersing, sterker vatbaar worden voor impulsen uit de geest en impulsen uit de stof. Daaruit volgt, dat de niet geziene beïnvloedingen sterk toenemen. Wat gebeurt er dan? In de eerste plaats, nu ja, er zijn ook klieren van mensen, maar elke mens heeft ook een hoop klieren, dan gaat een bepaald deel van die klieren anders werken. Dat komt omdat die kleine hersens daar veel sterker invloed op hebben en dat zijn o.m. de thymus en de schildklier. Die twee krijgen dus meer werk te doen, maar daardoor komen ze met een reeks afscheidingen aandragen, die het zenuwstelsel hypergevoelig kunnen maken. Let wel, niet overgevoelig maar hypergevoelig, dus zeer sterk in staat de kleinste verschillen te onderscheiden. Zo wordt een instellen op de omgeving en al wat daarmee samen hoort dus veel eenvoudiger, veel gemakkelijker mogelijk. Laten we zeggen, dat kunnen jullie toch ook snappen, nietwaar? Nu hebben we dat allemaal zo lekker eenvoudig gezegd: nu ja waarom moet het ook zo geleerd, maar nu komt het. Wanneer ik onbewust een bepaalde gevoeligheid ontwikkel, bepaalde gedachtekrachten ga leren gebruiken, dan is dat precies hetzelfde als een kind, dat voor zijn eigen plezier voortdurend hard loopt. Maar dan komt er een wedstrijd en dan blijkt het ineens een hele goede loper te zijn, want het heeft zich geoefend, getraind, zoals dat deftig heet. Wanneer u die impulsen van buitenaf voortdurend ondergaat, wanneer uw gevoeligheid wordt opgevoerd, dan bent u getraind - ook al weet uzelf nog niet - doordat u nog geen beheersing hebt, wat er precies gebeurt. In die beginperiode sta je dus eigenlijk te kijken, je zegt: "Nu, ik snap er nu eigenlijk niets van. Vandaag heb ik ineens een hoofdpijn en ik weet niet waar het vandaan komt en morgen heb ik ineens een blij gevoel en ik weet ook niet waarom, want ik heb net mijn belastingaanslag ingevuld." Kijk, dat niet weten, dat is de aanloopperiode. Dus als dat paranormale zich gaat ontwikkelen, krijg je eerst een tijd, dat een hele hoop mensen niet weten, waar de boel vandaan komt. Nu gaat echter die grote kracht inwerken van Aquarius. Nu is Aquarius een hele goede man, of moet ik zeggen een heel goed sterrenbeeld? Want Aquarius is iemand die universeel is. Je zoudt zeggen, bij is een kosmische kosmopoliet en hij is in staat om alles te accepteren, alles te overzien. Hij kan in alles a.h.w. geven en bij geeft zichzelf graag. Aquarius legt die invloed ook op de wereld en niet alleen op de wereld van de mensen, maar ook op die van de geest. Zegt de geest: "Wij willen ook graag wat doen. Wij gaan proberen die mensen, die toch gevoeliger zijn te helpen.” Maar dan komt er een ogenblik, dat die mensen in de stof zeggen: "Nu heb ik hem door. Er is ergens iets dat mij steeds waarschuwt. Er is iets dat mij steeds helpt, mij steeds stimuleert. Wat is dat? Wanneer ontvang ik dat?" Dus die gaat opletten en die mens gaat automatisch zeggen: Ja, maar ik wil nu gestimuleerd worden, of ik wil weten of er ergens íets is waarvoor ik gewaarschuwd moet worden. Nu ga ik mijzelf in die toestand brengen, waarin ik die waarschuwingen ontvang, waarin ik die vitaliteit, die kracht kan krijgen." Zo komt deze mens dus tot een laten we zeggen, meer bewust gebruik en zodra hij dat heeft: gaat hij ook ontdekken: God, nu heb ik altijd gedacht dat was zo’n doodgewone man. Moet je eens kijken, wat een sfeer die met zich meebrengt. Ik zal toch eens wat meer met hem praten en die schijnbaar doodgewone man, die weet nu precies hoe je dat moet gaan beheersen. Zo brengt die vanuit zijn kant dan weer de mogelijkheid tot aanvaarding, het aannemen, het opnemen van krachten, van waarschuwingen, kortom het bewust gebruikmaken van alles wat ze paranormale begaafdheid noemen. Het is dus eigenlijk een heel eenvoudig proces en ik heb dat nu allemaal zo heel gezelligjes verteld, zo echt van, kom jongens, we zitten nu toch bij de koffie, we moeten nog even 2 ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
wachten tot ze gaar is, laten we eens even praten. Maar er zit natuurlijk ook ernst aan vast, want nu moet u eens goed nadenken. Het merendeel van de mensen is op het ogenblik in deze toestand van verminderde beheerstheid. Het merendeel van de mensen is dus ook in een toestand van onbewuste ontvankelijkheid. De onbewuste ontvankelijkheid van de mens berust op het ogenblik niet op de rede, maar op de emotie. Dientengevolge kunnen we in deze tijd alleen wat verwachten van een ontladen van directe, ik zou haast zeggen, rauwe emotie achter het scherm van woorden of begrippen of handelingen die redelijk zijn, want alleen zo krijgen we die maximum kracht, waardoor we contact kunnen krijgen met mens en geest. Alleen daaruit kan op het ogenblik die wisselwerking ontstaan. Dan moet je je verder afvragen, wat die emotie zal moeten zijn. Dat is heel eenvoudig. Er is een koopman, die wil wat verkopen. Misschien een das, of een luxe bankstel, of een zomerhuisje, een automobiel of een zeeschip. Zolang als die man eigenlijk spijt in zijn hart heeft, dat hij het niet voor zich kan houden, dat hij er pijnlijk afscheid van neemt, dan heeft hij een zekere begeerte eraan. Hij zou het willen hebben? Hij zou het willen houden. Die emotie komt automatisch naar voren op het ogenblik dat hij zijn best moet doen om er van af te komen. Nietwaar, stel je nu maar voor dat je verloofd bent, het zijn merendeels dames, dat je verloofd bent met een aardige, gezellige man en dat je nu moet proberen om die gezellige man aan je zus aan te smeren, terwijl je hem zelf wilt hebben. Dan kun je begrijpen hoe je daar van binnen mee in oproer bent. Dat oproer straal je uit, maar dat is emotie dus van begeren, van willen hebben. Dat beroert die koper, die weet niet waar het vandaan komt, maar die heeft ineens ook dat gevoel: Hé, ik wil hebben en die gaat alles doen om te krijgen, zoals jij eigenlijk alles doet om het nog niet kwijt te raken al weet je het niet precies. Op die manier ontstaat een verhouding, die wat gespannen is, dat geef ik graag toe, maar je bereikt je doel gemakkelijker. Het redelijk argument heeft afgedaan. Een ander voorbeeld. Er is een tijd geweest, dat iemand door zijn persoonlijk overwicht, alleen maar door zijn persoonlijk overwicht, de mensen beter kon maken. Dat waren niet alleen de wonderdoeners, maar dat waren ook dokters, die de mazelen genazen met een klisteer. Die zijn er ook geweest. Door hun persoonlijkheid, door het vertrouwen dat ze wekten, konden ze de mensen beïnvloeden, maar er moest een redelijke achtergrond zijn, al was het er maar een van een nauw omschreven geloof. In deze dagen is een nauw omschreven geloof te nauw. Of je barst eruit of je kan geen vitaliteit ontvangen. Persoonlijkheid kan veel vertrouwen inboezemen, maar je gaat eisen stellen, redelijke eisen, redelijke eisen die niet aanvaardbaar zijn. Ook hier gaat het om het moment van onbeheerst ontvangen van emotie. Dat gaat zowel uit het allerhoogste, als uit de wereld rond je. Hoe minder de rede erbij te pas komt, hoe minder er zelfs een omschreven geloof bij te pas komt, hoe meer het een instinctief aanvaarden is, hoe groter in deze dagen de werking is. Pas later, wanneer die wereld weer een nieuwe vorm, een nieuw aanzijn gekregen heeft, is er weer sprake van een vorm van redelijkheid daarin. Dit zijn de dagen van het onredelijke, de onredelijkheid die in de mens tot uiting komt, maar bovenal het onredelijke, dat de invloeden van gedachten en van geestelijke krachten in de mens activeert. Verwacht dus voor die komende tijd nu niet, dat het allemaal zo lichtend en zo mooi en zo prettig zal zijn, want je kunt het vanuit je huidig denken, je huidig standpunt, niet helemaal verwerken. Je kunt het misschien ondergaan, maar dan is het een emotie, zoals de kat, die ineens op haar staart getrapt wordt, ook een emotie heeft. Het is iets wat je niet verklaren kunt, het komt van buitenaf, denk je. Dat is op het ogenblik de bepalende impuls. En dan is er nog iets bij. In tijden dat de mens in onzekerheid, in verwarring, in nood, in pijn is, komt voor hem of voor haar een ogenblik dat hij zegt: "Ik weet ik het niet meer" en dan krijg je dat beroep op Gods dat eigenlijk niets te maken heeft met een geloof aan God. Het redeloos roepen om een hulp zonder erover na te denken of ze al of niet mogelijk is. Nietwaar, zoals de man die uit het vliegtuig viel midden in de Middellandse Zee, geen schip in de buurt en wat deed hij? Hij riep; "Help, help, ik kan niet zwemmen, ik verdrink." Waarom? Omdat hij niet redeneerde, maar omdat hij dacht: Laat ik roepen, misschien dat er toch nog iets is, dat antwoord geeft. Die instelling wordt in uw dagen de belangrijke. Het gaat niet meer om rede. Op het ogenblik dat de mens de onredelijkheid benadert, is hij het meest vatbaar voor krachten van buiten, van boven en van binnenuit. Wanneer hij dus in zijn onredelijkheid een preferentie houdt voor het goede, voor het aanvaardbare: zal die mens, juist in de ogenblikken van grote spanning, van tegenslagen, van
ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
3
Orde der Verdraagzamen mislukkingen, de grootste steun en de grootste vitaliteit kunnen verwerven. Dan kan hij juist in die periode wonderen doen terwijl hij niet eens beseft, dat hij ze doet. Dat is eigenlijk de komst van de nieuwe tijd, van het paranormale. Het is ook te begrijpen. Een groot gedeelte van de mensheid staat dan op de rand van het priesterlijke, d.w.z. men wil meer en meer een bewust dienen van God bereiken en sommigen willen zelfs verder gaan en voor het aangezicht Gods treden, willen hogepriester worden. Maar degene, die priester wil worden, weet eigenlijk nog niet precies wat dat inhoudt en degene die hogepriester wil worden heeft zo’n vast beeld van wat God voor hem wel zal zijn, dat hij zich ook staat te verkijken als verdomde Louitjes die niet weet waar hij aan toe is. Daardoor is er voor allen, die op het ogenblik aan het evolueren zijn geestelijk, een tijd van grote onzekerheid en het is die onzekerheid, waarin eerst de aanvaarding van het feitelijke, innerlijk zowel als uiterlijk, moet geboren worden voordat de beheersing naar voren treedt, waarbij ook voor de doorsnee mens wat nu paranormaal en occult heet, een normaal en beheerst bruikbaar deel van zijn leven wordt. Ik zou zeggen, daar moet je eens over nadenken, want je zoudt er misschien wat mee kunnen doen, al is het alleen maar voor jezelf een verklaring vinden waarom sommige dingen zijn, zoals ze zijn. En misschien zou je ook toch al kunnen proberen zo nu en dan, om die emotionele spanning van binnen eens te wekken met een bepaald doel. Daar hoeft niemand buiten wat van te merken, want dat is de weg, waardoor de mens in deze tijd het eenvoudigst beroerd, het gemakkelijkst bereikt wordt. Zo en nu zeg ik allemaal verder gezellige zondag, het woord is aan de volgende spreker. o-o-o-o-o Goeden morgen, vrienden, Ja, er is dus hier iets aangesneden, een onderwerp dat zeer belangrijk is. Het is een kwestie van de nieuwe tijd en vooral van de kwestie van de werkingen, die in die nieuwe tijd optreden. Ik zou niet graag, zoals mijn vriend gedaan heeft, weer willen gaan spreken over al dat occulte en dat paranormale en dat nog op zo’n doodeenvoudige manier als hij doet. Ik voel er meer voor om de zaak algemener te zien, maar juist door dat algemenere zien kunnen we misschien een aanvullend beeld krijgen waardoor hetgeen hij verteld heeft, voor u meer bruikbaar wordt. Onredelijkheid. Onredelijkheid neemt hand over hand toe. Er is geen direct verband meer te vinden tussen waarden, die oorspronkelijk sterk gelieerd waren. Ik wil u b.v. noemen: er is geen vaste verhouding meer tussen prestatie en beloning. Er is in de staat b.v. geen werkelijke en vaste verhouding meer tussen belasting, dus d.w.z. door de staat geïnde gelden en de daarvoor door de staat gegeven diensten. Er is geen vaste verhouding meer tussen wat men noemt sociale rechten en sociale zekerheid en het aanvaarden van sociale verplichtingen. Er is geen vast verband meer tussen geloof en geloofsbeleving, oftewel levenspraktijk. Overal waar vroeger een vast verband, een vaste verhouding was aan te duiden, hoe vreemd of hoe onzinnig ze ook leek, vinden we nu een warboel, waar je eigenlijk geen uitweg meer uit kan vinden. Om een voorbeeld te geven: Zoals u misschien weet, is de progressie in de belastingen ingevoerd, hoofdzakelijk om te voorkomen dat een economie door te grote hoeveelheden geld die uitgegeven kunnen worden, in wanorde zou raken. Men heeft dus getracht om de economische tendensen, de economische vlakken, een beetje gelijk te houden. Dat is allemaal heel mooi, maar wat gaan ze nu doen? Nu hebben ze dus een systeem, dat op zichzelf inderdaad dienstig kan zijn om heel veel crisis enz, te voorkomen. Nu gaat men zoveel uitzonderingen maken, dat het systeem zelf zijn waarde verliest. Het is niet meer een feitelijk middel tot beheersing van het gemiddelde welvaartspeil, enz., enz. Men gaat een regeringssysteem opbouwen, dat steeds uitgebreider wordt, dat dus een steeds hogere belasting vergt, zonder dat daardoor de economie nog iets gebaat is. Zo ontstaat op den duur een stilstand, die als vooruitgang wordt aangegeven en kun je zeggen als u mij tenminste daarom vraagt, van mijn standpunt uit dat men in de meeste gevallen zich aardig in de puree werkt. Die verwarring is dus typisch voor deze tijd. Het niet meer inzien wat het doel is van iets, maakt van alles een doel voor zichzelf. Als er vroeger iemand was, die de uitgifte van postzegels regelde omdat het nu eenmaal nodig was een postsysteem van zegels te voorzien als een eenvoudige wijze van voldoening van portorechten, dan gaat men tegenwoordig een 4 ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
heel departement inrichten dat zegelverzamelingen moet maken, omdat de postzegel moet dienen omwille van de postzegel en niet meer omwille van wat ze is. U zult zelf ongetwijfeld ook heel vaak die zelfde richting uitgaan. Vroeger hebt u bepaalde dingen met een doel gedaan, u had er een bepaalde reden voor, op het ogenblik hebt u die niet. Toch blijft u aan dat oude vasthouden. Ja, wat meer is, u gaat dat oude nog veel preciezer en pretentieuzer opbouwen, veel intenser dienen, alleen maar omdat u het nu dient om zichzelf. De samenhangen zijn verloren gegaan. Dit geldt voor de hele maatschappij. Dat geldt voor alles. Wij kunnen ons daar alleen van los maken, wanneer we eerst eens beginnen terug te keren tot de normale samenhang. Alles wat wij doen, alles wat wij stellen, alles wat wij aanvaarden, moet een direct, voor óns belangrijk doel hebben. Dit belangrijke doei mag niet alleen bestaan uit sentimenten of zelfrechtvaardiging. Het moet een doel zijn dat in de gemeenschap, zowel als voor onszelf direct en werkelijk nut heeft. Dus, laat ik een voorbeeld zoeken. Op het ogenblik dat je zegt: "Ik dien God" is dat goed, wanneer dit dienen van God voor jou niet alleen een emotionele betekenis heeft, maar vastheid, inhoud en mogelijkheden in je leven legt, die je zonder dat niet zoudt hebben. Zolang als het dienen van God alleen de pretentie is, waarbij je niet verder komt, heeft het geen zin. Te zeggen dat je buitengewoon netjes moet zijn aan de hand van menselijke wetten en regels, kan volledig zinvol en zinrijk zijn, wanneer n.l. het volgen van die regels een voor jou direct geldend, direct merkbaar en in de praktijk actief doel heeft. En als dat niet het geval is, wat trek je je er dan van aan of ze lopen met een bikini of dat ze lopen met een ouderwets badpak met schootje en nog iets. Wanneer je nagaat, dat het doel in deze tijd het enig bepalende mag zijn, dat bepaalde praktijken, gebruiken en gewoonten aanvaardbaar maakt, kun je een hele hoop afval uit je eigen leven wegwerken. Dat ís noodzakelijk. Dit is een periode van onredelijkheid, dat is zo net gezegd, dit is een periode van verwarring, dit is een periode van wrijvingen, van moeilijkheden. Waarom? Is het niet in negen van de tien gevallen, omdat de doorsnee-mens zoveel redelijke en verstandelijke maatregelen heeft, zoveel rationalisaties van zijn gevoel in een zeer bepaalde definitieve richting, dat hij in de moderne invloeden, in de moderne wereld en noodzaken geen uitweg meer kan zien. De mens is niet alleen onredelijk geworden, omdat de invloed van b.v. Aquarius onredelijk zou zijn, of omdat zo’n overgang altijd met een onredelijk element gepaard gaat, nee, die mens is onredelijk om de doodeenvoudige reden dat deze mens niet meer kan voldoen gelijktijdig aan de behoefte van de tijd, de behoefte van zijn eigen wezen en aan hetgeen hij in zijn denken en daardoor ook in de praktijk heeft opgebouwd aan nutteloze instellingen en gedachten en instanties. Dat is het punt. Er is heel veel op het ogenblik, dat absoluut nutteloos, waardeloos is, dat absoluut geen zin heeft. Als u dat nu goed in uw oren knoopt, dan gaat u misschien begrijpen waarom er in uw eigen leven ook zoveel verwarring optreedt. Je houdt vast aan bepaalde tradities, aan bepaalde wensen en gedachten, die niet meer stroken met wat je op het ogenblik kunt, die niets meer te maken hebben met wat op het ogenblik nog aanvaardbaar is zelfs, maar die je op de een of andere manier, een of andere innerlijke reden of uit gewoonte dierbaar zijn. Het is net alsof er tegenwoordig een hele hoop mensen zijn, die net zo behoudzuchtig zijn als in de tijd dat de eerste stofzuiger uitkwam, waar de huisvrouw zei: "Zo’n ding nooit in mijn huis met al dat lawaai. Ik doe het wel met stoffer en blik, ik doe het wel op mijn knieën." Dat ze er reumatiek van kregen, kapotte knieën en wat dies meer zij, daar hebben ze niet over nagedacht. Dat ze op den duur de risee waren van de buurt, daar hebben ze ook niet over nagedacht. En toen, op een gegeven ogenblik moesten ze toch een stofzuiger nemen. Het was hetzelfde met het gebobte haar. Ik zal nooit mijn mooie lange vlechten opofferen, hebben ze uitgeroepen en iedereen ging met een bobkopje lopen en iedereen vond het aardig en toen zij er eindelijk toe kwamen, toen dachten de mensen: "Tjonge, tjonge, kijk die eens aan, die wordt modern"en toen waren er weer nieuwe problemen bij. Zo gaat het nu op het ogenblik. Dat geldt ook voor uw geestelijke houding, uw verhouding tot de geest, uw verhouding tegenover God. Het is niet alleen een kwestie van stoffelijke gebruiken. Alles dat werkelijk actief en levensvatbaar is in deze dagen, heeft een doel. Het ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN 5
Orde der Verdraagzamen brengt met zich mee een bevrediging, een mogelijkheid, een realisatie. En wanneer het dat niet bezit, wanneer het niet op enigerlei wijze aan een werkelijke behoefte tegemoetkomt, u werkelijk bijstaat om in uw leven prettiger, beter te handelen, te leven, te denken, dan heeft het geen zin. Ik zou het haast willen vergelijken met de kleren, die de kinderen vroeger hadden in de tijd van de hoepelrokken, en tegenwoordig. Toen had een meisje van een jaar of vijf, zes een hoepelrokje aan met een keurslijfje en het had een miniatuur korsetje aan en het zag er zo uit, dat het uiteindelijk niet eens spelen kon. Tegenwoordig is diezelfde kleding als ik me niet vergis, een soort verbeterde handsop, waarin zo’n kind dus kan doen en laten wat ze wil en waarbij de schade miniem is. Het gevolg: het kind ziet er schoner uit, de kleren zijn doelmatig, het voelt zich prettig, het zal gezonder zijn, terwijl gelijktijdig de ouders veel minder moeite hebben met al die kantjes en strookjes, die elke keer gestreken werden. Begrijpt u nu wat ik bedoel? In de kleding is de mens zo modern. In zijn eigen gevoelsleven, in zijn geestelijk leven, is hij dat niet. Daar loopt hij nog voortdurend met de strikjes en kantjes, die hem belemmeren om zich te bewegen zoals hij zich zou moeten bewegen, om te gaan zoals hij zou moeten gaan, om te zijn, zoals hij zou moeten zijn. Paranormale begaafdheden zou je kunnen vergelijken met de spieren. Vroeger waren die kinderen ontzettend vatbaar voor allerlei ziekten. De doorsnee-sterfte lag toen rond de 30 jaar, zoals u misschien weet, op het ogenblik is het ruim 70. Dat is alleen gekomen, doordat die mens langzaam maar zeker gezonder is gaan leven en niet alleen door de wondermiddelen, die men heeft uitgevonden als penicilline. Zo is het geestelijk precies hetzelfde. Wanneer u zit in een keurslijf, waar u niet uit kunt, van sociale gebruiken, van zakelijke gebruiken, van godsdienstige stellingen, van dogma’s, van ideeën over wat wel en wat niet goed is, enz., enz., dan zit u zo vast, dat u niet uzelf kunt zijn en dus ook niet uw eigen capaciteiten, paranormaal en anderszins, kunt gebruiken ten volle. Er zijn een paar regels, die altijd blijven gelden. Die regels zullen in deze tijd een bijzondere nadruk krijgen en in oorzaak en gevolg zullen ze bijzonder scherp en sterk tot u gaan spreken. Ze zijn in hun effect praktisch onmiddellijk. Dat is n.l. in de eerste plaats naastenliefde. De kwestie dat je tegenover de naaste net zo moet handelen, als je tegenover jezelf zoudt willen handelen en geen ogenblik anders, want de harmonie, de gemeenschapszin, die in deze tijd belangrijk is en die ook in Aquarius wordt gestimuleerd, berust nu eenmaal in feite, vanuit het goddelijke gezien, op deze naastenliefde. Er is een tweede punt. Een aanvaarden van de verantwoordelijkheid en aansprakelijkheid, waar je die dragen kunt. Jij bent verantwoordelijk, jij moet het doen, je moet niet wachten tot een ander het doet. Jij moet zorgen dat de zaak in orde komt, want de mens is niet zo gebouwd, dat hij in gemeenschap altijd precies weet wat hij doen moet. Het is niet zo dat men democratisch alles precies bestemmen kan, wat het best is. Het is zo, dat degenen, die de capaciteiten hebben, zullen moeten beslissen op het ogenblik, dat die beslissing noodzakelijk is. Dat heeft dan aan het systeem van politiek verder niets af of toe te doen. Per slot van rekening Churchill was een dictator in een democratie gedurende de oorlogsjaren. Zo zou ik kunnen doorgaan. Houdt u er rekening mee. Aanvaarden, dragen van verantwoordelijkheid, waar je die dragen kunt. Het nemen van alle verantwoording, zelfs voor vernieuwingen, voor nieuwe ontwikkelingen, waar het noodzakelijk is. Dit is in deze dagen ook noodzakelijk. Vernieuwingen in jezelf, in de verhoudingen in je persoonlijke omgeving, in je zakelijke opzet, in je geloof, je geloofsaanvaarding, de praktijk, in de wijze waarop je actief bent voor geest en voor stof. Alleen door deze herziening, dit aanpassen aan praktische waarden, zult u de ontwikkeling van paranormale gaven zowel als van de z.g. normale aanpassing aan de tijd, tot stand kunnen brengen. Oorzaak en gevolg helpen u daarbij, want, zolang als u de juiste impuls geeft aan dat al, krijgt u de juiste invloed terug. Die invloed blijft voor een gedeelte onbewust, nog steeds, want u bent over het algemeen nog niet zo ver gevorderd, dat u die impulsen bewust kunt opvangen en bewust kunt omzetten in de energie of in de situatie, die u nodig hebt. Die tijd zal komen, maar ze is er nog niet. Maar zelfs wanneer u ze onbewust ontvangt,, dan bent u
6
ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
toch reeds in staat u daardoor veel vrijer, sterker, prettiger te voelen, dat u hetgeen voor u wenselijk is, gemakkelijker vervult. Begrijpt u? Ik wil nog een puntje aansnijden en dan ga ik het woord overgeven aan de volgende spreker. Dat is n.l. dit: Onze vriend zegt zo echt: "Nu ja, dat paranormale, je moet begrijpen hoe dat in elkaar zit." Ik ben het met hem eens, als je het begrijpt, is het misschien gemakkelijker, maar het gaat er niet om, dat wij alles precies begrijpen in zijn eerste oorzaak, het gaat er om, dat wij weten hoe wij de dingen kunnen hanteren in de eerste plaats. Dit is belangrijker dan het kennen van de oorsprong. Wanneer alle mensen, voor zij een lichtknopje mogen omdraaien, eerst moeten weten wat elektriciteit is, dan is er geen elektriciteit in de wereld, want zelfs de geleerden weten nog niet precies, wat het is. Als het erop aankomt, zou er praktisch niemand in een auto kunnen rijden, want niemand weet precies helemaal, hoe die motor in elkaar zit, hoe hij gemaakt wordt en hoe het allemaal werkt. Er zou dus niets mogelijk zijn. Er zijn een hele hoop mensen, die zeggen: "Ja maar we mogen natuurlijk die dingen wel gaan gebruiken, maar we moeten eerst weten." Neen, wat wij moeten weten, in de eerste plaats, dat is het kunstje. Mens en geest zijn tot op een zekere hoogte a.h.w. afgericht, gedresseerd, eerder dan dat ze wetend en verstandelijk de wetten van oneindigheid door hebben. Je doet bepaalde dingen, omdat ze bepaalde gevolgen hebben, nietwaar, of omdat er bepaalde stimulansen voor je eigen leven mee gemoeid zijn en met de verdere verklaring hou je je niet bezig. Pas dat dan eens in je hele leven toe voorlopig. Vraag je niet af hoe of waarom of waar komt het vandaan. Probeer niet te zeggen, dat het redelijk of niet redelijk is volgens menselijke normen. Constateer. Wanneer geconstateerd is, zet het voort op dezelfde manier, zolang als je het effect nodig hebt, gebruik de oorzaak. Later zul je er weleens achter komen waarom precies, dat is nu niet belangrijk. Als u vandaag de dag merkt, dat u door een ander een dienst te bewijzen de hulp kunt ontvangen, die u nodig hebt, dan bewijst u anderen een dienst aan de lopende band en dan krijgt u de hulp die u nodig hebt. Dat is geen egoïsme, dat is normale wisselwerking, oorzaak en gevolg. Dit is iets, waarvan u gebruik kunt maken, u zult zo vaak ontdekt hebben, dat, wanneer u iets doet of wanneer u iets laat, daar een bepaalde reactie aan verbonden zit in de wereld rond u, een bepaalde mogelijkheid. Wanneer u dit weet, is het voldoende, want zo kunt u elke mogelijkheid scheppen, die u zelf wenst. Hierdoor kunt u aan al uw behoeften zo goed mogelijk tegemoet komen. Hierdoor kunt u al uw kwaliteiten, stoffelijk en geestelijk verder ontplooien, of zo u wilt aan bewustwording ondergaan, ook zonder dat u eerst doordringt tot in de kern van alle dingen. Het is belangrijk dat je zelfkennis hebt, natuurlijk, maar de beperkte zelfkennis die u bezit, kan meer dan voldoende zijn om via oorzaak en gevolg voor uzelf een actief bepalen van wat er gebeurt voor u in de hand te werken en dat is belangrijk. Het is niet belangrijk dat je alles weet, maar belangrijk dat je in staat bent, voor jezelf een doel te kiezen, dit na te streven en het te bereiken op grond van je ervaring. Als ik a doe, gebeurt b en niet c. Daarbij komt natuurlijk, en dat moet ik ook nog wel eventjes zeggen dan, dat hoort nog bij het laatste stukje, dat je er rekening mee moet houden dat de mens in oorzaak en gevolg, door het scheppen van een oorzaak een gevolg mogelijk maakt, maar het niet altijd noodzakelijkerwijze direct verwerkelijkt. In heel vele gevallen brengt u alleen een mogelijkheid tot stand en is de activering van die mogelijkheid voor u persoonlijk afhankelijk van uw eigen initiatief. Leer dus ook nog na te gaan, en dat kunt u makkelijk genoeg, waar een mogelijkheid bestaat. Die mogelijkheid kan zakelijk zijn, die kan menselijk zijn, die kan op elk terrein liggen, van het hoogst esoterische en geestelijke af tot het laagst stoffelijke toe. Leer beseffen wanneer de mogelijkheid er is. Die mogelijkheid bestaat over het algemeen niet blijvend, zij is een kort ogenblik waarin de situatie als gevolg van vroegere daden, handelingen, enz., dus nu in zich bergt de mogelijkheid om dit en dat te bereiken. Wanneer u dit wenst, activeer op dat ogenblik met een totaal van uw energie deze gevolgwaarden en maak ze voor uzelf tot nieuwe oorzaak. Door op deze wijze zo bewust mogelijk te kiezen, niet aan de hand van hetgeen u omtrent de kosmos weet, maar aan de hand van hetgeen u kent omtrent uw eigen mogelijkheid en hetgeen u in de praktijk leert over oorzaak en gevolg, kunt u een aanpassing aan deze tijd bereiken, die sterk en goed genoeg is om u, ook wanneer het moeilijk lijkt en wanneer u zich afvraagt hoe u verder moet gaan, alles ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN 7
Orde der Verdraagzamen te geven wat noodzakelijk is om in het stoffelijk leven te slagen en om in het geestelijk leven steeds grotere krachten en inzichten te verwerven. Baseer dit alles steeds weer op een begrip van naastenliefde, dus van gelijkelijk delen met allen. Baseer verder dit alles op een geloof, dat zo weinig mogelijk omschreven, hogere en hoogste krachten in het ik accepteert zonder te vragen hoe, waarom en van waar. Alleen op deze manier kunt u in deze moderne tijd volgens mij iets werkelijk bereiken en zal die activering van paranormale begaafdheid zich sneller, logischer kunnen afspelen, zal het geheel van het leven voor u een meer beheersbaar karakter krijgen in een tijd, die schijnbaar door het wegvallen van alle remmen alleen maar chaos is. Dat is mijn opinie. Nu vrienden, en dat is mijn aandeel. Het woord is weer aan de volgende spreker. Ik wens u allen ook een echt genoeglijke Zondag met genoeg zon om niet te denken, dat je alleen maar in een regenlandje zit. o-o-o-o-o Goeden morgen, vrienden. Ja, daar hebben we het dan zo achter elkaar gehad, een stortvloed van woorden, met veel harde waarheden en een ik geloof, dat dat de juiste uitdrukking is, een wat geinig maar zeer redelijk relaas over het paranormale. En nu klinkt het u misschien wat vreemd als ik, als hekkensluiter in dit trio, toch nog even terug wil komen juist op het geloof. Weet u, geloof, een wonderlijke zaak, het is n.l. iets wat je jezelf niet kunt opleggen. Je hebt het of je hebt het niet en op een gegeven ogenblik ben je het kwijt zonder dat je weet waarom. Of je vindt het terug en je weet evenmin waarom. Geloof is een toestand van aanvaarden, van een niet meer beredeneren. Als ik zeg dat God liefde is, dan is dat een geloof. Ik kan het niet bewijzen en ik weet het niet, maar ik onderga het. Ik constateer het. God zal ongetwijfeld ook toornig en rechtvaardig zijn, maar als Hij voor mij, in mijn aanvaarden, in mijn geloof, liefde is, is Hij voor mij liefde. Dat is iets heel vreemds, Wanneer ik vanuit mijn standpunt moet gaan praten dus, dan doe ik dit zo: vanuit mijn geloof en misschien kan je het niet zo aanvaarden. Maar als je nu werkelijk in jezelf voelt, zonder godsdienst desnoods, zomaar aanvaarden kunt, dat God in en met je is, dat God een actief iets is, niet alleen maar een toeschouwer op een afstand en een rechter in het hiernamaals, dan is dat voor jou zo. En dat is dan niet alleen maar een stalling, maar het is iets, dat zichzelf bewijst. Je zoudt haast mogen zeggen, geloof ik, nu ja, ik geloof ook veel, want ik weet ook niet alles dat wij door ons geloof, door onze innerlijke aanvaarding met een terzijdestelling van alle menselijk denken en menselijk oordeel, uit het totaal van de goddelijke kracht, datgene kiezen, waarin wij geloven, niet alleen als een houvast, een psychische factor, maar als een daadwerkelijke kracht, een werkelijk licht, een werkelijk leven. Met al onze poging tot redelijkheid mogen we dat ook niet terzijde stellen en ik kan u niet zeggen wat u geloven moet, maar wat kan er mooier zijn dan te geloven aan de zinrijkheid van het leven in de sferen en in de wereld en in de geest, overal, van duister tot licht. Wat is er beter dan te geloven aan een liefdevolle kracht, een wezen, een macht, waarop je altijd een beroep kunt doen, zelfs nu, altijd. Wat is er beter dan een beroep op deze kracht en dan komen we even bij die eerste spreker terug. Zonder enig zakelijk of mentaal of zonder voorbehoud, geloof, maar dan helemaal. Je gelooft in een God van liefde, maar dan ook helemaal en zonder uitzondering, in een God die je geestelijk en lichamelijk gezond maakt, die je a.h.w. bewust maakt van zijn wezen en werkelijkheid met alle middelen. Dan is er niets mooier, niets vreugdiger dan leven, dan wordt alle lijden dragelijk en het verdwijnt vaak zelfs als sneeuw voor de zon. Maar zonder geloof, ach vrienden, zonder geloof sta je zo alleen en zo machteloos. Dan kun je zo echt niets meer. Dan ben je gevangen in je eigen denken en zeker in een tijd als deze in je eigen verwarring en daarom voeg ik dan aan de betogen van mijn voorgangers toe: Juist in deze dagen is het goed en noodzakelijk voor de mens om te geloven in een God vol licht, vol goedheid, om die God te zien als iets, dat nu en in het heden in, door, met en rond je werkzaam is. Iets waarop je volledig moogt vertrouwen, iets wat je nimmer beschadigt, want 8 ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
alleen dan is het geloof een brug naar de grote werkelijkheid, die kosmische realiteit, die Gods volmaakte schepping is en ben je vrij van de verwarringen, die je anders misschien toch niet zoudt kunnen verwerken. Ja vrienden, dat was dan toch even nog een kleine, nou preek mogen we niet zeggen, maar een klein betoogje. En nu het slotwoord, dat mag u natuurlijk, zoals altijd, kiezen. Vredesverdrag Wordt vrede op papier geschreven? Is vrede dan een werkelijkheid gebannen in een woord? Of is het een kracht van eeuwigheid, die uit de mensen zelf ontstaat en op het papier versmoort, vermoord, vergaat, vermorzeld wordt door schijn en rede en van staat? God is een vorst van vrede. In het stil aanvaarden van zijn oneindig rijk, zijn koninkrijk in hemelen en op aarde, vinden wij de evenwichtigheid, de zonnige vreugden van waarden en tijd, die ons waarlijk eenheid met God kunnen geven. En dat is werkelijke vrede dan, de vrede van je leven, de zin van je bestaan. Maar mensenvrede is een waan, wanneer ze handelen met belangen en trachten om elkander snel wat vliegjes af te vangen. En dat nog vrede heten, zo dient een ieder wel te weten, dat werkelijke vrede nooit ontstaat uit spel van intriges en werken van haat. Vrede, dat is de overgave aan God, waardoor je je laven kunt in de wondere grote geborgenheid van zijn eeuwigheid, Vrede dat is dat wat in je klinkt, wat je alles doet aanvaarden en je dwingt om zelfs in onrecht in de meest verwrongen waarden toch te zien nog Gods gelaat in mens en wereld en een wil te kennen uit zijn wet en tijd, zo levend in verwrongen schijn toch ware vredige eeuwigheid. Dat is de zin van het zijn. Zo, wanneer men al van vredesverdrag en van noodzaak tot wereldvrede spreekt: wees voorzichtig zolang die ene kracht de overgave aan ‘s Heren macht een vertrouwen dat niet op wapenen berust, maar op goddelijk leven, zal de mensheid gekust door licht zichzelf met het licht en de schepping voelen verweven. Vertrouw slechts dan op het vredeswoord. Maar bovenal verwerf de vrede in u. Sluit uw vredesverdrag in uzelve. Sluit het met uw wereld en God. Sluit vrede met het lot, aanvaard het: wil het ondergaan. En bovenal, leer steeds opnieuw uit God slechts te bestaan. Dan zult gij erkennen wat het lichte vermag, dan vindt ge een vrede niet door een verdrag, maar door de eeuwigheid zelve bezegeld en nimmer verbroken. Vrede is voor mensen het aanvaarden van God van binnen, geen woord snel gesproken en snel weer vergeten. Ja, zo zie ik een vredesverdrag. En als ik er wat aan mag toevoegen: Sluit vrede met jezelf. Je bent onvolmaakt, dat moet je aanvaarden. Heb de wereld lief en geef alle waarden, die in je leven aan allen die leven en streven met jou. Wees trouw aan het goede dat je in je herkent en aanvaard de onvolkomenheden. Zoek niet met verstand en rede naar volmaaktheid. Aanvaard wat je bent en doe het goede, dat je erkent in het leven. Sluit vrede met jezelf, dan zal ook God in jou zijn vrede altijd geven. Nu, ik geloof dat ik nu het verwijt krijg, dat we nu toch de kerkse kant uitgaan. Prettige Zondag en vrede van binnen, vreugde in je hart en verwachting in je ogen voor wat komt. Dat wens ik jullie allemaal toe, want er komt veel dat vreugde is en als je vrede kent in jezelf, dan is het zo lichtend en zo mooi nu reeds in en rond je en dadelijk steeds meer ook in de wereld, dat je alleen nog maar kunt zeggen: "Goddank, dat ik dit alles heb mogen dragen en mogen beleven." Prettige Zondag.
ZI 610806 – PARANORMALE VERMOGENS DIE ZICH IN DE TOEKOMST KUNNEN ONTWIKKELEN
9
Veranderingen op godsdienstig esoterisch terrein
Datum:
24-09-1961
Soort:
lezing
Reeks:
2. Zondagmorgenkring > Zondaggroep II > Zondaggroep (II) 1961-1962
Bestand:
Inhoud:
Klik voor inhoudsopgave
© Orde der Verdraagzamen Zondaggroep II - 24 September 1961 Goeden morgen vrienden,
Zondagochtendkring
VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN
Ik zou gaarne deze morgen met u spreken over de veranderingen, die wij de laatste tijd op deze wereld vinden, en wel speciaal op godsdienstig esoterisch terrein. Zoals u bekend is, werkt onze nieuwe leraar op het ogenblik op aarde en heeft zich ten doel gesteld een voorbereiding mogelijk te maken voor de vernieuwing van het menselijk denken en daarmee ook het menselijk leven. Hij heeft zich daarbij moeten baseren op een kosmische waarheid, een andere verkondiging is niet denkbaar. Deze kosmische waarheid komt overeen met zeer veel stellingen, die elk voor zich op aarde reeds lange tijd bekend en verkondigd zijn. Wij moeten goed begrijpen, dat een vernieuwing van het menselijke denken nimmer kan plaats vinden door het totaal wijzigen van alle bekende principiën. Wij kunnen slechts door een nieuwe interpretatie, of, indien mogelijk, nog beter, door een juistere definitie en samenvoeging van de bekende en altijd bestaande kosmische waarheid komen tot een nieuwe mentaliteit, een nieuwe godsaanvaarding en daarmee ook een nieuwe beleving van het stoffelijk bestaan. Wij hebben in de laatste tijd op aarde verschillende vormen van vernieuwing gehad. Ik denk hier b.v. aan het werk van hem die zich Paola noemt, ik denk daarnaast aan de wat vroegere vernieuwingen, zoals die werden gebracht in het z.g. rijk Zion, werden gebracht, door de Mormonen en vraag mij af: “Waar ligt het grote verschil tussen alle vernieuwingen van de laatste tijd en het werk van de nieuwe meester?” Ik hoop dat deze vraag ook voor u belangwekkend en interessant genoeg zal zijn. Allereerst het Christendom. Wij zullen allen moeten toegeven, dat het Christendom in zich de kernwaarheid volledig bevat; Wij mogen verder stellen dat in de heilige boeken van het Christendom althans een groot gedeelte van deze waarheden is overgeleverd, maar stellen daarnaast dat het begrip voor de werkelijkheid, zoals die in deze boeken is vervat, teloor is gegaan. Het gaat niet meer om de vraag of wat in de Christelijke leer bestaat, waar kan zijn, maar of de Christelijke interpretatie nog aanvaardbaar is volgens de nieuwe tijd en de kosmische werkelijkheid. Wat betreft de werken b.v. der Mormonen: Wanneer wij de teksten van het boek Mormon vergelijken met de daarvoor later gegeven interpretaties, eerst de tweede interpretatie van Bryan Young, daarna de interpretatie van Schmidt, daarna de verschillende interpretaties door de profeten en de tempel, die tegenwoordig in Salt Lake City is, dan blijkt ons dat men deze steeds heeft aangepast. Een leer die uitgaat van een openbaring en die openbaring dan later variabel noemt, kan niet geheel aanvaardbaar zijn. Er is ergens een principe dat niet juist is. Bezien wij de poging om alle geloof te overkoepelen en alle wereldleer in een geheel samen te vatten, dan komen wij tot de conclusie, dat de afzonderlijke erkenning van de waarheid van elk der openbaringen vaak moeilijkheden baart. Want het is niet voldoende te zeggen dat bepaalde feiten waar zijn, om te kunnen leven moet men de samenhang van deze feiten volledig kennen. Op deze wijze kunnen wij ook stellen, dat de verschillende pogingen om tot een eenheid van werelddenken te komen, falen doordat het niet mogelijk is gebleken terug te gaan tot de kern van de verschillende geopenbaarde waarheden waarin men gelooft. Wat stelt onze wereldleraar daartegenover? Allereerst een leer van een zo groot mogelijke persoonlijke vrijheid. Dat is geen vrijheid die geen verantwoordelijkheid met zich brengt, maar alleen de vrijheid van de mens om zelf te ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN 1
Orde der Verdraagzamen besluiten wat hij doet. De mens die dus zelf zijn besluiten neemt, vanuit zichzelf handelt en niet afwacht of anderen voor hem handelen, kan zeggen dat hij terecht leeft. Om te komen, zelfs maar tot een waar Christendom, moet men uitgaan van een volledige vrijheid. Elk aanvaarden van regels en wetten, waaraan men zich bindt, ook tegen eigen inzichten en wil in later, houdt in dat het ik geketend is en zich niet vol ontplooit en komt tot een waanwereld, waarin werkelijkheid minder en minder optreedt. Wij vinden van deze wetmatigheden en hun vaak treurige gevolgen soms het bewijs, wanneer wij grote denkers zien binnen kloosterorden, waar ze zich gebonden zien a en bepaalde principiën, hun eigen gedachten niet mogen uitspreken, maar deze gedachten a.h.w. onder een zekere censuur zien. Het gevolg is dat zij stellingen moeten gaan verdedigen, die zij zelve niet geheel onderschrijven. Het resultaat is een mens, die zijn eigen wezen niet meer kent. Daarom stelt onze Meester: Vrijheid is een eerste noodzaak. Niet de vrijheid om nu maar alles te doen wat je wilt, maar, de vrijheid om zelf uit te maken, wat je wilt en wat je niet wilt, wat, je meent te mogen doen en wat je meent te moeten laten. Er kan, indien men gelooft in een goddelijke kracht als scheppende naar ook regulerende factor, geen enkele bepaling door mensen worden opgelegd op een wijze, die niet innerlijk verbeterd kan worden. Verantwoordelijkheid is een ander woord, dat we steeds weer zullen tegenkomen in zijn betogen, hetzij misschien versluierd of omschreven, hetzij direct. Wanneer men leeft, dan is men voor zichzelve verantwoordelijk en, voor zover anderen met dit ik in contact komen, is men voor dit contact verantwoordelijk. Men kan nimmer een verantwoording afschuiven, hetzij op anderen, hetzij op oorzaken of invloeden die men zegt niet te kunnen beheersen. Elke mens is persoonlijk en volledig verantwoordelijk, Deze verantwoordelijkheid draagt hij wel in de eerste plaats t.o.v. zichzelve, want, zoals de Meester stelt: Elke mens draagt in zich het goddelijke en heeft een vaste plaats in de hiërarchie der schepping. Zijn bewustzijn plaatst hem dus in een zeer bepaalde functie. Het gevolg daarvan, eventueel gedurende meerdere levens of in bepaalde sferen, is voor hem de bevestiging van het ik, het erkennen van zijn God, kortom de bereiking of het Koninkrijk Gods. Elk ogenblik dat hij hiervan afwijkt, zal hij zichzelf verwijderen van de werkelijkheid. Elke verwijdering van de werkelijkheid, o.m. dus door het van zich afwerpen van verantwoordelijkheid, brengt met zich disharmonie. Disharmonie wordt geuit lichamelijk in ziekte, geestelijk in problemen, het duister. Demonie en haat zijn in feite niets anders dan verschijnselen, zover het de mens betreft, van absolute disharmonie, “Alle leerstellingen” zegt onze Moester “kunt ge volgen, ook wanneer ge ze afzonderlijk wilt volgen, maar er is een groot verschil in het volgen van een bepaalde leer naar de geest en naar het woord. Zij die de geest van onverschillig welke openbaring volgen, daarin het goddelijke zoeken, zullen daarin het goddelijke vinden en daaruit verder gaan.” Maar hij waarschuwt voor hen die zich binden aan het woord,”want” zegt hij “de mens maakt uit het woord een leugen door de waarheid te spreken op zijn wijze en zo dat ze zijn wensen beaamt.” Hier blijkt dus al, dat de Leraar zelf een grote vrijheid toestaat aan al zijn leerlingen. Hij eist van hen geen aanvaarding van zijn leer met uitsluiting van alle anderen. Hij eist van hen eerder een bepaald gedrag, een bepaalde leefwijze, een bepaalde denkwijze. Duidelijker komt dit alles naar voren als wij zijn laatste leringen over de godsdienst willen nagaan. “Ik weet” zo zegt hij “dat men één waarheid op duizend wijzen kan zeggen, maar wanneer ik duizend uitspraken voor mij heb en ik wil begrijpen, zal ik dienen terug te keren tot de wijsheid waaruit zij voortkwamen, anders hebben zij geen zin en zijn zij voor mij verwarrend.” Hier gaat hij, naar ik meen, op de kern van de zaak af. Er zijn een hele hoop stellingen en leringen die op zichzelf grote wijsheid in zich dragen, maar die met evenveel andere grote stellingen en leringen in strijd komen. En wanneer die strijd bestaat en ik kan niet de wijsheid vinden die hen vereent, zal ik door die strijdigheid verteerd worden of partij kiezen. Indien ik partij kies, ga ik een menselijk oordeel verdedigen en schep zo een disharmonie, die tot in veel hogere waarden kan doordringen. Ik hoop dat ik u nog steeds vermag te interesseren? Dan komt de Meester zelve tot de conclusie dat alle gedragsregels en alle godsdiensten in feite kunnen worden teruggebracht tot het volgende: In de 1e plaats: Ken uw doel in de schepping. Besef dus op welke plaats gij op dit ogenblik staat, wat uw taak is. Matig u niet een andere taak aan dan die waarvoor ge werkelijk geschikt 2 ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
en geschapen zijt, tracht echter die taak zo goed mogelijk te vervullen. Indien uw bewustzijn groeit, wijzigt zich de zaak vanzelf. In de 2e plaats: Alle uiterlijke waarden zijn van betrekkelijk gering belang, want vanuit het innerlijk van de mens ontstaat steeds weer de maatstaf waarnaar hij leeft. De wijze waarop men zich God voorstelt is onbelangrijk, maar het geloof aan God is een noodzaak. In het leven zijn de gebruiken waarnaar men zich voegt, van weinig of geen belang. Belangrijk is, dat de gebruiken die men volgt, voor het ik in overeenstemming zijn met het goddelijke. De godsdiensten, elk voor zich, scheppen vanuit een wijsheid of een waarheid, een systeem. Dit zijn over het algemeen sociale systemen, of wel z.g. ethische of morele systemen, die in feite een directe sociale betekenis en bedoeling hebben. Elke uitdrukking van het goddelijke kan slechts door de mens geschieden zover het die mens betreft. Elk systeem, dat uit een godsdienst geboren wordt, verwijdert een elk die zich daar aan bindt van de waarheid die de kern is van de leer. Zo zegt onze Meester; “Bedenk wel, dat het geen schande is te behoren tot een lagere kaste, maar dat het een schande zou zijn en de verplichtingen die gij in die kaste erkent en de mogelijkheden die gij als mens bezit, te verwerpen. Wanneer nu het verschil tussen de kasten niet belangrijk is, kan er een ogenblik zijn, dat uw gehele achtergrond, uw erfelijke voorbereiding zowel als uw incarnatie, bepalend zullen zijn voor wat gij in de wereld kunt doen en moogt betekenen. Draag er zorg voor dat ge geen plaats bekleedt, die ge niet waardig kunt vervullen.” Zo zegt hij b.v. o.m. tot enkele stammen in India en tegen de Moslims:”Gij strijdt met mij over de vraag of een vrouw een volwaardig wezen is. Indien zij niet volwaardig is, hoe kunt gij volwaardig zijn? Zijt gij niet uit haar voortgekomen? De bron bepaalt de stroom, niet de richting die ze neemt. De boom bepaalt de vrucht die zij draagt, niet de wijze waarop deze opgroeit, maar in de kern is het wezen reeds gelegen. Zo zult gij erkennen, dat naast het principe van de Vader, dat gij dient, de heersende God die gij ziet als mannelijk, altijd het moederprincipe in moet staan als barend, want alleen uit het moederprincipe is uw vormgeving mogelijk en door het moederprincipe wordt deze tevens bepaald. Daarom kan een God niet worden voorgesteld als man of vrouw en zij die dit doen zijn dwazen, want de veelheid der mogelijkheden moet in het Goddelijke zelf volledig gerepresenteerd zijn. Over de vraag of veelwijverij al dan niet moet worden toegestaan, antwoordde de Meester: Indien gij meent dat gij aan alle verplichtingen en rechten tegemoet kunt komen, leef zoals ge wilt. Maar zo ge daardoor ook slechts één mens leed berokkent of onrecht doet, onthoudt u: want ik zeg u: het zijn niet de banden tussen de mensen die bepalend kunnen worden, maar het is de band tussen geest en geest die beslissend is en indien men in de geest faalt, tekort schiet, zo zal men in de geest belemmerd en belast zijn en in de stof evenzeer. Ik zeg u: het is beter om vrij te zijn en u zelf te beperken, dan uit te leven dat, wat slechts een ogenblik boeit, en gebonden te zijn.” Er zijn natuurlijk meer van die vragen. Zo weet ik dat een Christen, ofschoon niet Europeaan, toch een geschoold theoloog, met de Meester in debat treedt. Hij zegt hem: “Erkent gij dan niet dat Jezus Christus de enige verlosser is?” De Meester zegt: “Indien dit uw waarheid is, zo dient gij hem niet te beleiden, maar te bewijzen. Bewijs hem door uw leven en de kracht die gij uit hem put, want wat in hem is gemanifesteerd, is inderdaad de enige levende kracht, waardoor de mens op aarde tot bewustzijn kan komen. Maar wel zeg ik u, gij die meent een God in woorden te kunnen vangen, gij spreekt een naam waarvan ge de inhoud niet beseft.” Dus was de conclusie: “Gij loochent Jezus Christus niet als zaligmaker.” Het antwoord was: “Hoe kan Jezus Christus iemand zalig maken zonder daarmee het onrecht in de wereld te brengen? Hij echter die de volle liefde vertegenwoordigt, is ook de volle rechtvaardigheid. Hij is niet verlosser en zaligmaker volgens uw stellingen. Hij is slechts een weg, een lering, waardoor gij zelve zalig kunt worden. De weg die door alle tijden dezelfde is, de kracht die in iedere mens leeft en zo gij meent deze voor uzelve op te eisen, hebt gij de weg reeds verloren.”
ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN
3
Orde der Verdraagzamen Hier komt de houding van de Meester tegenover het Christendom scherp tot uiting. Hij zegt dus in feite: Een ieder die in het bijzonder God of b.v. Jezus of een andere grote Meester als de enige waarheid voor zichzelf opeist, heeft die waarheid al verloren. Dit is logisch wanneer u daarover nadenkt. Kan een kosmische waarheid gevat worden in een bepaalde stelling of mening, die een groot gedeelte van het Al buiten beschouwing laat? Wanneer gij stelt, dat het aantal der uitverkorenen 144.000 zou zijn en ge wilt deze reeds nu gaan tellen, verwerpt ge dan niet de rest van het Al? Maar de waarheid, de scheppende kracht Gods in alle dingen, gij hebt in de feitelijke interpretatie van een uitspraak die ge niet begrijpt, de waarheid verworpen. Indien ge spreekt van vergeving der zonden, zo neemt ge dus aan dat het mogelijk is oorzaak en gevolg te niet te doen, zonder dat hierbij enig beleven te pas komt. Ge hebt dus een deel van de scheppingsverworpen en daarmee de waarheid. En zo kunnen we verder gaan. “Alle leven” zo stelt onze Meester “komt uit één bron, maar dit houdt niet in dat alle leven gelijk is. Wel houdt het in, dat al wat tot zijn kern terug streeft, in feite tot hetzelfde doel gaat. Waar er velerlei vormen op aarde zijn, die allen leven zijn en allen voortkomen uit de Schepper en zijn wetten, mag worden gesteld dat voor allen, mens en geest, eenzelfde veelheid mogelijk is.” Het heeft geen zin daarover te strijden, of een ieder heiliger is dan een vijgenboom of omgekeerd. Het heeft slechts zin te erkennen, dat in hun verschillen, beiden kosmische kracht, levende kracht en betekenis kunnen dragen. Erken dit dan in mens en geest en houdt u niet bezig met de verschillen, die hen van elkander scheiden, maar houdt u voortdurend bezig met datgene wat hen verenigt. Zoek de eenheid te begrijpen in uzelf. Misschien dat ge dan ook ze op de juiste wijze kunt verwezenlijken. Er zijn opmerkingen genoeg gemaakt over hetgeen onze Meester naar voren brengt. Zo heeft men hem voorgehouden: “Maar wat gij zegt, zou de mens bandeloos kunnen maken, want hij zal zeggen: “Indien er geen enkele wet of zedenwet of goddelijke wet bestaat die mij beperkt, waarom zou ik mij zelve beperken?” Toen glimlachte onze Meester en hij zei: “Gij hebt mij verkeerd verstaan. Ik heb u gezegd de enige wet, waarin een beperking ligt, kan in uzelf bestaan, want wie zichzelve beperkt, vrijelijk en bewust, schept in zich evenwicht, doch wie krachtens zijn inzichten anderen beperkt, buiten zichzelf, schept spanningen. Spanningen die zich ontladen in vergrijpen tegen de regels, die gij dan noemt zonden of rationalisatie en ontduikingen, die gij dan misschien noemt een juister begrip.” Onze Meester heeft zich in de laatste tijd moeten uitlaten over veel onderwerpen. Wat in verband staat met de godsdiensten heb ik grotendeels naar voren gebracht, maar ik hoop, dat u ook het volgende nog zult willen aanhoren. Men heeft n.l. geprobeerd om hem te dwingen zijn standpunt in te nemen. Zo vroeg een westerling, die aanwezig was of de Meester dan meende dat vrije liefde de juiste liefde was? Zijn antwoord was: “Kan liefde anders zijn dan vrij? Want zij is vrij in haar begrijpen, in haar vergeven, in haar schenken. Vrij in het bedekken van al wat onjuist is, vrij in de offers die zij brengt, De liefde is volledig vrij, door alle tijden vrij en zij kan niet door regels worden geschapen of teniet gedaan. Gij die een verschil maakt tussen vrije liefde en wettige liefde, gij verwart begeerte met liefde.” Men heeft hem gevraagd: “Meent gij, dat een bepaald systeem de mensen op de juiste wijze kan regeren?” (Ik vermoed dat daarbij werd gedoeld op democratie). Zijn antwoord was:”Wie kan de mens regeren, zo hij niet leert zichzelf te regeren? Want niet de wet, die van buiten is opgelegd, kan het leven tot een juist en goed leven maken, maar slechts de wet die de mens in zich draagt en volledig uit.” Men heeft hem gevraagd: “Wat is beter; te leven in een stad of op het land?” Zijn antwoord was: “Indien ik één ben met het leven, zal ik niet op alle plaatsen, alle tijden gelijkelijk leven en gelijkelijk harmonisch kunnen zijn? Hoe maakt gij dan onderscheid?” Men heeft hem verder gesteld: “Moet men zijn God aanbidden in een tempel, of in eenzaamheid?” Zijn antwoord was: “Indien ik een bewustzijn van mijn God in mij draag en mijn handelen en leven zie als een volvoering van Zijn wil, of een dóórdringen tot één wezen, zal ik niet te allen tijde gelijkelijk bidden, onverschillig waar ik mij bevind? Zo is het niet de
4
ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
vraag waar ik het beste bid om God te benaderen, maar daar waar ik God het best in mij benader om te bidden. En dit zal voor een ieder verschillen.” Ge ziet, men heeft hem de laatste tijd steeds meer zoals een leraar altijd weer heeft, vragen voorgelegd. En in al deze vragen heeft hij getracht om een beeld te geven van een werkelijkheid. De werkelijkheid van onze Meester, de nieuwe leraar, zoals gij waarschijnlijk zult zeggen, is niet dat de wereld zich moet veranderen. Ze is dat de mens in zich moet veranderen. Zijn leer is niet, dat er een nieuwe godsdienst bij moet komen, maar de mens in zich zijn God moet leren beleven en vinden. Kortom, al wat hij leert is: Keer terug tot wat waarlijk in u bestaat. Keer terug tot de ware harmonie in uzelf en bestrijdt al wat die harmonie in u verstoort, ongeacht de wijze waarop mensen daarover denken, want niets is belangrijk, rijkdom of armoede, stand. Wat betekenen zij? Wat betekent rechtgelovigheid of nietgelovigheid? Indien gij in uzelve niet God vindt, zijn deze dingen waardeloos. Indien gij echter God in u vindt, zijn ze zo bijkomstig dat ze verwaarloosd kunnen worden. Er is maar een waarheid, zo zegt hij, de waarheid die wij in onszelve moeten vinden en vanuit onszelf beleven. Alle je a priori binden aan buiten jou staande wetten, openbaringen, e.d. die voor je eigen wezen niet passend zijn en waarin je niet volledig kunt opgaan, is schadelijk. Ten laatste misschien nog het belangrijkste, Jezus heeft naastenliefde gepredikt. Onze Meester leert de naastenliefde in een andere vorm door te zeggen: “Gij zult geen mens verwerpen, Gij zult allen aanvaarden, zolang er enige harmonie met u mogelijk is en ge zult streven naar voortdurend intenser contact en grotere harmonie met al wat leeft op aarde en in de hemelen, want in deze eenheid alleen kunt ge de eenheid met uw God uitdrukken en erkennen tegelijk.” Ik hoop dat gij mij niet euvel duidt, dat ik zo’n groot deel van deze morgen in beslag heb genomen voor deze uiteenzetting. Met de gebruikelijke woorden van onze Meestor zou ik willen zeggen: “Wees vreugdig in uzelf en sterk in uzelf, opdat ge kunt leren waar te zijn voor uzelf, vanuit uzelf en in uwen God.” Goeden morgen. o-o-o-o-o Goeden morgen vrienden, Ja, u zult wel begrijpen, dat ik daar niet al teveel commentaar meer op zal geven, Wij vonden het beter om Grijawan(?) ineens aan het woord te laten, vooral omdat hij daartoe volkomen zelf in staat was en we vinden het prettig dat u dus een beeld krijgt van wat zich op het ogenblik overal ontwikkelt. Want u moet wel begrijpen deze openbaring, deze leer dus die op aarde op het ogenblik weer wordt gebracht, is slechts een klein deel van wat er werkelijk gebeurt. Wanneer zo’n leer wordt gebracht, dan zal een soortgelijke vernieuwing ook elders optreden. Wanneer u b.v. gaat kijken wat er gebeurt rond Jezus’ geboorte tot ongeveer 60 jaar nadien, dan zult u tot de conclusie komen, dat praktisch gelijktijdig vele hervormingen in denksystemen plaats vonden, zodat b.v. in dezelfde periode Griekenland een culminatiepunt vond van bepaalde filosofieën en een nieuwe ontwikkeling. Dat in Egypte een einde kwam aan een oude periode en dat zelfs in landen, die, theoretisch althans, nooit van Jezus gehoord kunnen hebben, voordat de blanken er kwamen, juist in deze dagen zich nieuwe ontwikkelingen voordeden als b.v. een azteeks en tolteeks Rijk. Er is een soort werking, die over de hele wereld gaat en iedereen interpreteert dat op zijn manier. De stem die spreekt, is bedoeld om deze dingen juiste vorm te geven, om te zorgen dat wanneer die invloed langzaam maar zeker weer is opgegaan in het geheel van de mensheid, er iets blijft bestaan, waaraan men dit oude nog kan terugvinden, en waardoor men weer tot de kern van de zaak kan doordringen. Ik geloof zelfs, dat we het wel een beetje een eer mogen vinden, dat dus directe helpers en leraren, ook al zijn ze dan misschien niet van, wat u noemt, de allerhoogste orde, deze boodschap overal doorgeven, ook hier, want, er is een tijd van verandering, niemand kan eraan ontkomen. Nu kunt u dat doen aan de hand van de bijbel en zeggen: “Ja, er komen ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN 5
Orde der Verdraagzamen aardbevingen, er is oorlog en er dreigt hongersnood en pest, dus het laatste oordeel of de armageddon is nabij.” Dat lijkt me een beetje overdreven. U kunt ook zeggen: “Er is niets aan de hand, het is altijd zo geweest.” Dat lijkt me nu weer een onderschatten van de situatie. Wie op het ogenblik de wereld nagaat, weet dat er grote veranderingen op komst zijn, dat in de huidige ontwikkeling een keer moet komen, of dat de wereld ten onder zal gaan, nietwaar? Die ommekeer is in feite reeds aan de gang en zij wordt in dit geestelijk principe geuit. Het is de nieuwe tijd, de nieuwe heerser, de nieuwe gang van de mensheid voor zeker de eerste paar duizend jaar die komen. Wanneer u dit nu realiseert, dan kunt u ook begrijpen dat die leer, zoals ze u wordt voorgelegd, in fragmenten die langzaam maar zeker zich tot een geheel gaan samenvoegen, niets anders is dan de mogelijkheid om af te stemmen op de meest kenbare en meest directe uitingen van het goddelijke op dit ogenblik. En dan lijkt het me verstandig om er hier nu maar meteen een einde aan te maken en hierover niet meer lang door te praten. God is bereikbaar op het ogenblik, dat men niet meer in strijd is met zichzelf of met de directe hoge invloeden in de omgeving. Door in zich een harmonie van het ik met de wereld tot stand te brengen, kan men het goddelijke bereiken. Uit het goddelijke zelf put men alle krachten en alle weten, noodzakelijk en zich aan te passen, maar bovenal de vermogens en de krachten om zich en anderen te helpen in tijden die verwarrend zijn voor hen die geen inzicht hebben. En daar komt het eigenlijk helemaal op neer. Ik hoop dus dat u in deze zin dit alles wilt zien. Het is geen geloofsartikel. Het is alleen iets dat u eens moet overwegen. Wanneer u persoonlijk meent het te kunnen aanvaarden, gebruik het dan niet als een totaal nieuwe leer, maar gebruik het a.h.w. als een middel om uw huidig leven en uw huidige leer een nieuwe vorm te geven. U zult merken dat dat veel beter is dan al het oude naast je neer te leggen en nieuw te beginnen, want in al het oude steekt het nieuwe, als je het naar weet te vinden. En per slot van rekening, als je marmer hebt waaruit je een bepaald beeld kunt bouwen, waarom eerst naar Carrera gaan om daar een nieuw marmer te zagen? Het is een hoop werk voor niets. Nu en voordat ik nu Athene bedelf onder de uilen, vrienden, het slotwoord dat u zelf mag kiezen, zoals gebruikelijk. Heeft u een bepaald onderwerp in uw hoofd? STIL GETIJ Ja, eigenlijk moet je zeggen “Dood tij, hé?” Als de eb voorbij is en de vloed nog niet gekomen, dan staat het water rimpelloos stil en droomt. Het is of het schroomt zichzelve te hernieuwen en weer te werpen zich met frisse lust en golven op de kust, ofwel met nieuwe snelheid strevend fel het water van de gronden terug te trekken. Dood tij is; sluimering en een onzekerheid. Maar wie juist in die stille tijd zich door het zilte nat beweegt en zo zijn eigen wegen gaat, begrijpt: ik vind een veiligheid zolang het water stilstaat. Ik kan mijn eigen wegen gaan. Dood tij betekent: Kies je doel, gebruik dit korte ogenblik om met gevoel en streven en verstand te vinden wat je zoekt, hetzij een doel gelegen in de zee, hetzij uiteindelijk het land bereikend. Gebruik de tijd, want is een dood tij weer voorbij, dan zwemmen sterker steeds de golven, dan wordt je bedolven onder het aanstuivend water, dan wordt je meegesleurd door de stroom, die fel en kolkend tot aan de bodem gaat, Dan is je kracht niet groot genoeg, dan is geen mens aanwezig meer, die dit geweld weerstaat en kan men niet, al weet men half slechts hoe te gaan, zijn doel bereiken. Je moet het ogenblik van het dood tij herkennen en zijn betekenis verstaan. Het is nu dood tij, de laatste wilde stromen van de wereld klinken nog wat af en de problemen leven voort. Het woord spoelt als een laatst geruis tegen de winden van het onbegrip en verder is het stil. 6 ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN
© Orde der Verdraagzamen
Zondagochtendkring
Je wilt vernieuwen je wilt veranderen, je wilt in je leven een nieuwe inhoud zien, je wilt het oude verwerpen en het nieuwe beginnen. Je wilt niet meer langer je bezinnen, je wilt de nieuwe wereld in, maar het is dood tij. Je wordt nu niet gedragen door de stromen. Er is geen kracht die je drijft en dwingt om te gaan. Het is nu de tijd om jezelf te verstaan en te kiezen. Dit neem ik voor mij uit het leven, dit kies ik voor mij, hetzij voor vrede of strijd. Dit is voor mij, met mijn wezen verweven. Ik ben bereid om dit al te beleven en altijd weer mijzelf te geven, mijzelf en hierin alleen. Slechts zó kan men een doel bereiken en richting vinden. Alleen op deze wijze vind je het nieuwe licht, de nieuwe werkelijkheid, zoals het juist voor jou bestaat, ben je bereid in harmonie het nieuwe werkelijk te aanvaarden. Maar wie door kalmte van dood tij en spanning in het ik, juist door die stilstand vaak ontstaan, zich onderdompelt in een waan van verwerpen zonder verwerven en zonder bereiken, die zal bemerken: Dood tij is mijn ondergang geweest, Slechts wie onbevreesd en bewust zijn doel nu, juist in het dood tij, onmiddellijk bepaalt, kan later bereiken, Maar, zelfs wie te lang weifelt, zal ontdekken dat hij later is gegaan. In dit beeld heeft u waarschijnlijk kunnen begrijpen waar het om gaat. Het dood tij is niet zo buitengewoon lang. Laat ons zeggen dat het in zijn geheel voor de doorsneemens een jaar, anderhalf jaar schijnt te omvatten, terwijl het in feite voor de meesten slechts een kwestie is van 3 of 4 maanden. Drie of vier maanden van werkelijk dood tij, kan werkelijk de mogelijkheid onszelf te kiezen en een vernieuwing te beginnen naar eigen inzicht. Daarna wordt men weer door de stromen en stormen van het leven meegesleurd. Wie het gebruikt, kan zijn eigen weg zelf geheel bepalen. Naarmate men echter langer wacht, langer draalt en aarzelt, zoekt naar andere mogelijkheden en wegen, of misschien stilstaat om genoegen te zoeken in plaats van waarheid en nieuwe werkelijkheid, zal men ontdekken dat men meer gebonden is en juist in deze gebondenheid vaak niet meer komt tot de volle beleving, de volle werkelijkheid die men zoekt. In dood tij is het zaak allereerst het tij te erkennen, ten tweede de duur ervan niet te overschatten, ten derde gedurende deze periode datgene te volbrengen dat alleen juist dan volbracht kan worden. En dan zal ik maar besluiten met een paar heel eenvoudige zinnetjes: Wanneer ik weten mag wat voor mij waarheid is en uit mij spreekt een stem, een God, kan ik het lot bepalen, dan vind ik eenheid in een werkelijkheid, die stof en zelfs de grens der geesten verre overschrijdt. Dan kan ik niet meer dwalen en keer ik tot de éne werkelijkheid, waarin ik alle licht beleef en, deel van God, uit God als kracht en taak, tot al het zijnde streef. Ik hoop, vrienden, dat ik hiermee mag besluiten en hoop dat u dus het feit, dat we maar met zijn tweeën zijn vanmorgen, niet schadelijk of ergerlijk hebt gevonden. Een prettige Zondag allen en ik wens u vooral ook aan de hand van de onderwerpen, een begrip voor de komende tijd en zo nodig ook een klein begrip van dood tij als mogelijkheid, toe. Tot ziens.
ZII 610924 – VERANDERINGEN OP GODSDIENSTIG ESOTERISCH TERREIN
7
